BESLUIT ZONDER VISUM VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

 

Zitting van maandag 22 juni 2026

 

 

Aanwezig: Thierry Lens (burgemeester);Bart Van Couwenberghe, Dave Van den Bergh, Lenn De Cleene (Schepenen);Anke Dehuisser (algemeen directeur);

Verontschuldigd: Sofie Lemmens (schepen);

 

 

OMV 2026/29 - Diependaele 20 - vergunning

 

Het college van burgemeester en schepenen, in geheime zitting,

 

Juridische achtergrond

Artikel 56, §2, 7° van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is over de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.

 

Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verplicht elke vergunningverlenende overheid ertoe om de potentieel schadelijke effecten van de voorgenomen werken op het watersysteem te onderzoeken.

 

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009), en latere wijzigingen, hierna genoemd de VCRO en latere wijzigingsdecreten.

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

 

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) + bijlagen en latere wijzigingen; 

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene milieuvoorwaarden (VLAREM III) voor GPBV-installaties en latere wijzigingen;

 

Besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2012 betreft de verordening rond het kappen van bomen.

 

Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025 tot vaststelling van een retributiereglement voor meldingen en aanvragen van omgevingsvergunningen;

 

Feiten en context

De aanvraag ingediend door Jonas Saldien wonende Hof van Spruytlaan 16 te 2550 Kontich, werd per beveiligde zending verzonden op 19 februari 2026. Deze aanvraag werd ontvangen op 19 februari 2026 en vervolledigd op 14 april 2026.

De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 20 april 2026.

 

De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Diependaele 20, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie B nr. 256K.

 

Het betreft een aanvraag tot het uitbreiden van de woning, slopen van het bestaande tuinhuis, bouwen van een poolhouse, het aanlegen van een zwembad en rooien van 3 dennen en 1 beuk.

 

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Historiek

        Op 14/07/1980 werd een stedenbouwkundige vergunning (1980/63) voor bouwen van een woning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 08/07/1974 werd een verkavelingsvergunning (1974/2) nieuwe verkaveling afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

 

Adviezen

Milieu dd. 11 juni 2026: gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig (zie bijlage)

Gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 11 juni 2026: voorwaardelijk gunstig

 

Argumentatie

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het uitbreiden van de woning, slopen van het bestaande tuinhuis, bouwen van een poolhouse, het aanleggen van een zwembad en rooien van vier bomen (drie dennen en een beuk).

 

Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving

De Diepestraat is een oost-west georiënteerde woonstraat gelegen op de zuidgrens van het BPA Veldkant nr. 9. Langs de zuidzijde van de straat ligt binnen de grenzen van het openbaar domein een baangracht. Het betreffende bebouwde perceel met een breedte van 19,75 meter.

 

Toetsing aan de voorschriften

Het gevraagde is volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd op 3 oktober 1979, gelegen in woongebied.

Volgende voorschriften zijn van toepassing:

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare  nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project is in overeenstemming met de voorschriften van het geldende gewestplan.

 

Het project is volgens het Gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’, goedgekeurd op 19 juni 2009, gelegen binnen de afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

Volgende relevante stedenbouwkundige voorschriften zijn van toepassing:

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het grootstedelijk gebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing. De bestaande voorschriften kunnen daar door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA’s worden vervangen. Bij de vaststelling van die plannen en bij overheidsprojecten binnen de grenslijn gelden de relevante bepalingen van de ruimtelijke structuurplannen, conform de decretale bepalingen in verband met de verbindende waarde van die ruimtelijke structuurplannen.

 

Het perceel valt niet binnen een deelgebied waarvoor bestemmingsvoorschriften zijn vastgesteld. De gewestplanbestemming is van toepassing.

 

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA of gemeentelijk RUP. De aanvraag is gelegen binnen de omschrijving van een vergunde en niet vervallen verkaveling (1974/2) dd. 08/07/1974, lot 10.

De aanvraag wordt als volgt getoetst aan de verkavelingsvoorschriften

Afwijking: Dakvorm: volgens 'Artikel 2 , 5 welstand van de gebouwen a) Dakvorm' staat hier het volgende vermeld in de voorschriften: 'Schuin dak met een helling van minimum 10° en 60°. Plat dak is toegelaten op uitbouwen.'

 

De aanvraag is in overeenstemming met de gebiedsbestemming en met de verkavelingsvoorschriften.

 

Rooilijn

Het perceel wordt niet getroffen door de rooilijn 'wijk Lege Veldkant' goedgekeurd bij KB 23 maart 1967.

 

Uitgeruste weg

In toepassing op de artikelen 4.3.5 tot en met 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kan gesteld worden dat de Diependaele een voldoende uitgeruste openbare weg is.

 

Riolering

De richtlijnen inzake aansluiting op de riolering en IBA-beheer kunnen worden bekomen bij Water-link (www.water-link.be of 078/35.35.09).

Het perceel is gelegen in centraal gebied. Aangezien de betreffende omgevingsvergunning zich situeert in een gebied met bestaande riolering die reeds is aangesloten op een zuiveringsinstallatie, dient het zwart water van de betreffende constructie via een septische put met Benor-certificaat te worden aangesloten op de bestaande riolering.

 

Openbaar onderzoek

De aanvraag werd openbaar gemaakt  van 30 april 2026 tot 29 mei 2026.

Er werden geen bezwaarschriften ingediend.

 

Watertoets

Het voorliggende project heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is.

 

Op basis van de aanstiplijst aangaande de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 en de stukken gevoegd bij de aanvraag blijkt dat voldaan wordt aan de verordening. Er wordt een hemelwaterput voorzien met een totale capaciteit van 10.000 liter. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een bovengrondse infiltratievoorziening met een beschikbare infiltratieoppervlakte van 13,38m² en een volume van 4173 liter.

 

Project-MER

Het project komt niet voor op de lijsten gevoegd als bijlage I, II en III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (en latere wijzigingen) houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage. Er dient derhalve geen project-milieueffectrapportage noch een project-milieueffectrapportage-screeningsnota te worden opgesteld voor de aanvraag.

 

Inhoudelijke beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Deze beoordeling, als uitvoering van art. 1.1.4 van de codex gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen, houdt rekening met de volgende criteria als uitvoering van art. 4.3.1 van de VCRO:

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag betreft het verbouwen van een bestaande eengezinswoning en het oprichten van een bijgebouw, zwembad en bijhorende verhardingen op een perceel gelegen in woongebied volgens het gewestplan. De woonfunctie blijft behouden en stemt overeen met de bestemming van het gebied.

 

Mobiliteitsimpact

De voorliggende aanvraag wijzigt niets aan de parkeerbehoefte van de eengezinswoning. De bestaande vergunde bewoonbare oppervlakte blijft behouden. Er is in de bestaande vergunde toestand voldaan aan het gemeentelijk parkeerreglement.

 

Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid

Het perceel heeft een oppervlakte van 7,85 are. De vrijstaande woning wordt grondig verbouwd en uitgebreid. De footprint van de bestaande woning verhoogd van 153m² naar 228m². De bouwdiepte van de woning blijft beperkt tot 17,50 m. De bijkomende constructies, waaronder het zwembad en het poolhouse, worden ingeplant links achteraan in de tuin.

 

Gelet op de perceeloppervlakte en de afstand tot de perceelsgrenzen blijft de bebouwing in verhouding tot het perceel en wordt er geen overmatige ruimtebeslag gerealiseerd. De bebouwingsdichtheid blijft verenigbaar met de bestaande woonomgeving.

 

De voorgestelde verbouwing leidt tot een aanzienlijke verbetering van de woon- en leefkwaliteit van de woning. Het ontwerp optimaliseert de interne organisatie van de woning en stemt deze af op hedendaagse woonbehoeften.

 

De aanvraag voorziet eveneens in het rooien van 4 bomen (3 dennen en 1 beuk). Het advies van de dienst Milieu dd. 11 juni 2026 wordt bijgetreden. Het rooien van de beuk, 'boom 2' op het inplantingsplan bestaande toestand, wordt uit de vergunning gesloten.

 

Visueel-vormelijke elementen

Er wordt een afwijking gevraagd op de verkavelingsvoorschriften inzake de dakvorm door toepassing van platte daken in plaats van hellende daken. De voorgestelde dakvorm sluit aan bij hedendaagse architectuur en is niet vreemd aan de omgeving aangezien zich in dezelfde straat reeds vergunde woningen met platte daken bevinden. Bovendien laat het platte dak de aanleg van groendaken en de integratie van zonnepanelen toe, wat bijdraagt aan duurzaam bouwen.

 

De voorgestelde materialen behoren tot gangbare en eigentijdse gevelafwerking. De voorgestelde gevelafwerking integreert zich op esthetische wijze bij de bestaande architectuur en is aanvaardbaar en niet storend in de omgeving.

 

Cultuurhistorische aspecten

De aanvraag heeft geen betrekking op een beschermd monument of een goed dat voorkomt op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. De plaats van de aanvraag is evenmin gelegen in  een beschermd dorpsgezicht of beschermd landschap. Een archeologienota (zoals vermeld in art. 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013) is niet vereist, omdat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden die het decreet heeft bepaald.

 

Bodemreliëf

Er wordt geen aanpassing aan het bodemreliëf voorgesteld.

 

Andere hinderaspecten inzake gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

De aanvraag bevat geen elementen waarvan kan verwacht worden dat ze enige invloed op de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen kunnen hebben.

 

 

 

Bespreking adviezen

Het advies van de gemeentelijke dienst Milieu Hove dd. 11 juni 2026 is gedeeltelijk gunstig. Het advies luidt als volgt:

 

[…]

 

Bespreking van de aanvraag

Het terrein bestaat uit een klassieke tuinaanleg bestaande uit een gazon en groenaanplanting bij een woning opgetrokken in 1980. Op het terrein zijn enkele grote bomen aanwezig. 

 

Het terrein is niet ingetekend op de biologische waarderingskaart.

 

Er werd een verslag aan de aanvraag toegevoegd de firma Treeworx dd. 3 april 2026. Het verslag luidt als volgt:

 

Effectenanalyse

Analyse bovengronds ruimtegebruik

 

Beoordeling huidige groeiplaats

* Open ruimte, enkel concurrentie van andere bomen voor bomen 2 t.e.m. 4.

* Boom 1 heeft een bovengrondse ruimtebeperking door de naaststaande woning. (zie Foto1)

Beoordeling toekomstige groeiplaats

* Het uitvoeren van dakwerken kan niet gebeuren zonder een sterke kroonreductie uit te voeren aan de kruin van boom 1. (verlies bladmassa >20%)

* De wijziging van de daklijn creëert na uitvoering van de werken geen extra ruimte voor boom 1 om aan kroonuitbreiding te doen.

* Het vergroten / veranderen van het bouwvolume zal een verwaarloosbare veranderende windbelasting op zowel de stam- als de kroonstructuur van de bomen met zich meebrengen.

 

Analyse ondergronds ruimtegebruik

Beoordeling huidige groeiplaats

* Boom 1 heeft een fundering van de woning en het tuinpad in zijn doorwortelbare ruimte als beperkende factor, waardoor deze niet zijn maximale natuurlijke verschijningsvorm kan bereiken. (Foto2)

* Boom 4 heeft een tuinhuis in de doorwortelbare ruimte als beperkende factor.

* Bomen 2 en 3 kennen een open, volledig doorwortelbare ruimte. Bomen 2 en 3 kennen een vrije gasuitwisseling in de bodem. Deze wordt bij boom 1 en 4 beperkt.

* Infiltratie van nutriënten en water kan op volledige natuurlijke wijze gebeuren voor bomen 2 en 3, bomen 1 en 4 kennen hierbij een remming door respectievelijk fundering of tuinhuis.

 

Beoordeling toekomstige groeiplaats

* Herstelling of uitbreiding van de fundering van de woning zal een sterk verlies aan beworteling betekenen voor boom 1, evenals het realiseren van bestrating en riolering volgens de huidige bouwnormen.

* Er wordt een zwembad voorzien in de tuinzone. Dit zorgt voor een vermindering van de doorwortelbare ruimte.

* De huidige inplanting van het zwembad is niet combineerbaar met de standplaats van boom 4.

* Indien het zwembad gerealiseerd wordt door afgraving onder talud, zal deze naar schatting een wortelverlies lijden van 50%. Beuk kan dergelijk wortelverlies niet compenseren.

 

Conclusie

De toekomstverwachting in onveranderde omstandigheden van de bomen is redelijk tot zeer goed te noemen (van 10 tot meer dan 15 jaar actieve groei). Het vaststellen van de toekomstverwachting is een inschatting en is van diverse factoren afhankelijk. De bomen binnen het projectgebied hebben een behoorlijke tot zeer goede conditie.

 

Wil men de woning renoveren, is het behoud van boom 1 niet mogelijk op een duurzame manier door zowel kroonschade als wortelverlies.

Boom 3 en 4 zijn niet combineerbaar met de realisatie van een zwembad vanwege standplaats of wortelverlies.

Indien bomen 3 en 4 geveld worden, vergroot dit sterk de windbelasting op boom 2, wat gezien de standplaats en de grootte van de boom een vergrotende factor op schade kan betekenen.

 

Advies

Het is naar heraanplant toe belangrijk dat de bomen op duurzame wijze groot kunnen worden. Op het perceel Diependaele 20 horen enerzijds bomen van 2e en 3e categorie thuis, wil men naar een verantwoord boombeheer toegroeien. Anders zal men altijd conflicten kennen met bebouwing, perceelsgrenzen, gebruik van de ruimte, …

Anderzijds dient men rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden naar grondsoort (zand / leem / klei) en vochtgehalte van de bodem (droge / vochtige / natte standplaats). Daarna komt pas smaak en kleur.

 

Het aanraden van soorten kan bepaald worden wanneer er duidelijkheid is over de beschikbare ruimte, zowel boven- als ondergronds, maar gezien de mogelijkheden van het perceel, is het 1 op 1 vervangen van de bomen zeker mogelijk. Probeer ook in de nieuwe tuinsituatie naar een gelaagdheid te gaan, waar er een kruid-, struik- en boomlaag aanwezig is. Dit zorgt voor een tuin met biodiversiteit, welke klimaatresistenter zal zijn.

 

Conclusie

De conclusie uit het verslag wordt gedeeltelijk gevolgd. De bomen 1, 3 en 4 (zoals aangeduid op het inplantingsplan) zijn op termijn niet geschikt om te behouden, gelet op hun standplaats en de voorgestelde werken.

 

De boom aangeduid als boom 2 op het inplantingsplan, een beuk, staat daarentegen niet in conflict met de voorgestelde werken en heeft een voldoende ruime standplaats. Het verwijderen van de andere bomen zal wel een wijziging van de standplaatsomstandigheden van deze beuk veroorzaken. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat de boom gevoeliger wordt voor takbreuk bij sterke windbelasting.

De beuk bevindt zich momenteel in een voldoende vitale toestand. Het verwijderen van dood hout uit de kroon en een verdere opvolging van de boom worden aanbevolen. Het rooien van de beuk (boom 2 op het inplantingsplan bestaande toestand) wordt bijgevolg ongunstig geadviseerd.

 

Het rooien van de bomen 1,3 en 4 is aanvaardbaar mits het naleven van de volgende voorwaarden.

 

Het perceel heeft een oppervlakte van 7,86 are. Er is verder na het rooien van de betrokken boom voldoende ruimte voor het aanplanten van een middelgrote tot een grote boom. Er dient een nieuwe boom te worden aangeplant op eigen terrein.

 

Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen.

 

De bomen dienen te worden gecompenseerd door een volwaardig, inheems alternatief, eigen aan de streek (bv. een zomer- of wintereik, Beuk, Kastanje, e.d.) met een plantmaat van 14/16cm en met een stamhoogte gangbaar voor een hoogstammige boom.

 

Er dient minimaal één van de drie te compenseren bomen te worden aangeplant in de voortuinzone.

 

De nieuwe bomen dient te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de huidige bomen. Indien de nieuwe aan te planten bomen uitvallen dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen. De boom moet de kans krijgen om volwaardig uit te groeien.

 

Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant.

 

De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- of wildvraat.

 

De aanplanting van de bomen en hagen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek.

 

De aanvrager dient de aanplant te kunnen bewijzen met o.a. aankoopfacturen.

 

Voorwaarden

        Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen;

        De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek;

        Het rooien van de beuk, boom 2 op het inplantingsplan bestaande toestand, wordt ongunstig geadviseerd;

        Er dient minimaal één van de drie te compenseren bomen te worden aangeplant in de voortuinzone;

        De bomen dienen te worden gecompenseerd door een volwaardig, inheems alternatief, eigen aan de streek (bv. een zomer- of wintereik, Beuk, Kastanje, e.d.);

        De bomen dienen te worden aangeplant op eigen terrein;

        De bomen dienen een minimale plantmaat van 14/16cm te bezitten;

        De bomen dienen een stamhoogte te bezitten die gangbaar voor een hoogstammige boom;

        De nieuwe bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de bestaande boom;

        Indien de nieuw aan te planten bomen uitvallen dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen;

        De bomen moeten de kans krijgen om volwaardig uit te groeien

        Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant;

        De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- en wildvraat;

        Beschermen van bomen tijdens de werf: Tijdens de uitvoering van de werf dienen alle nodige maatregelen genomen te worden om schade aan bestaande bomen te voorkomen. Het volgende dient strikt opgevolgd te worden:

        Opslag en materiaalbeheer

     Het is verboden om (bouw)materialen, werktuigen, teeltaarde, grond, afval of andere voorwerpen op te slaan binnen de kroonprojectie van de bomen.

     Opslagzones dienen duidelijk afgebakend te worden buiten de beschermde zone van de bomen.

        Wegverkeer en toegang

     Werfverkeer, inclusief voertuigen en machines, mag de kroonprojectie van de bomen niet betreden.

     Indien tijdelijk transport door de buurt van bomen noodzakelijk is, dient een beschermende rijlaag (bijv. rijplaten of grindpad) aangelegd te worden om bodemverdichting te voorkomen.

        Fysieke bescherming van bomen

     De stam kan worden beschermd door wikkeling met jute of boomdoek, eventueel ondersteund met houten latten om insnijding door machines te voorkomen.

     Voor kwetsbare bomen kan een extra bescherming rond de stam en wortelzone worden aangebracht, zoals schuttingen of hekken.

        Afbakening van de kroonprojectie

     De kroonprojectie van elke boom dient duidelijk afgebakend te worden met hekken, linten of markeringen om te voorkomen dat werfactiviteiten de beschermde zone binnendringen.

     Afbakening moet zichtbaar en duurzaam zijn gedurende de hele duur van de werf.

        Verantwoordelijkheden

     De bouwheer en de aannemer zijn verantwoordelijk voor de naleving van deze beschermingsmaatregelen.

     Regelmatige controles dienen uitgevoerd te worden om schade aan stammen, takken of wortels tijdig te detecteren en te voorkomen.

        Aanvullende voorzorgsmaatregelen

     Vermijd zware grondbewerkingen, graafwerken of het aanbrengen van funderingen binnen de wortelzone.

Bij onverhoopt beschadigde bomen moet onmiddellijk een gespecialiseerde boomverzorger worden geraadpleegd.

Opmerking:

Indien voor de uitvoering van de werken een inname van het openbaar domein (rijweg, fiets- of voetpaden, e.d.) of een parkeerverbod nodig is, dient de aanvrager dit aan te vragen via de website van de gemeente of bij de dienst 'Mobiliteit, openbare werken en veiligheid' (MOWV) van de gemeente.

 

[…]

 

 

 

Conclusie gemeentelijk omgevingsambtenaar

Op basis van de bovenvermelde motivering wordt de aanvraag gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig geadviseerd  mits te voldoen aan volgende voorwaarden:

        De volgende richtlijnen, indien van toepassing, voor de aanleg van een zwembad dienen nageleefd te worden:

     Het spoelwater van chemische filters en hydrolysesystemen dient aangesloten te worden op de afvalwaterafvoer;

     Het spoelwater van biologische filters dient te worden aangesloten op de regenwaterafvoer naar een (open) infiltratievoorziening;

     De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de regenwaterafvoer, aangezien deze overlopen bij regenwater veelvuldig zullen werken. Deze overloop dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening. Indien deze in 1 keer geledigd wordt, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden.

     De chloordosering wordt een 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld.

        De voorwaarden uit het gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van de dienst Milieu dd. 11 juni 2026 dienen strikt te worden nageleefd:

     Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen;

     De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek;

     Het rooien van de beuk, boom 2 op het inplantingsplan bestaande toestand, wordt ongunstig geadviseerd;

     Er dient minimaal één van de drie te compenseren bomen te worden aangeplant in de voortuinzone;

     De bomen dienen te worden gecompenseerd door een volwaardig, inheems alternatief, eigen aan de streek (bv. een zomer- of wintereik, Beuk, Kastanje, e.d.);

     De bomen dienen te worden aangeplant op eigen terrein;

     De bomen dienen een minimale plantmaat van 14/16cm te bezitten;

     De bomen dienen een stamhoogte te bezitten die gangbaar voor een hoogstammige boom;

                                                                                                                                                                                                                                                                           De nieuwe bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de bestaande boom;

                                                                                                                                                                                                                                                                           Indien de nieuw aan te planten bomen uitvallen dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen;

                                                                                                                                                                                                                                                                           De bomen moeten de kans krijgen om volwaardig uit te groeien

                                                                                                                                                                                                                                                                           Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant;

                                                                                                                                                                                                                                                                           De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- en wildvraat;

                                                                                                                                                                                                                                                                           Beschermen van bomen tijdens de werf: Tijdens de uitvoering van de werf dienen alle nodige maatregelen genomen te worden om schade aan bestaande bomen te voorkomen. Het volgende dient strikt opgevolgd te worden:

                                                                                                                                                                                                                                                                           Opslag en materiaalbeheer

                                                                                                                                                                                                                                                                           Het is verboden om (bouw)materialen, werktuigen, teeltaarde, grond, afval of andere voorwerpen op te slaan binnen de kroonprojectie van de bomen.

                                                                                                                                                                                                                                                                           Opslagzones dienen duidelijk afgebakend te worden buiten de beschermde zone van de bomen.

                                                                                                                                                                                                                                                                           Wegverkeer en toegang

                                                                                                                                                                                                                                                                           Werfverkeer, inclusief voertuigen en machines, mag de kroonprojectie van de bomen niet betreden.

                                                                                                                                                                                                                                                                           Indien tijdelijk transport door de buurt van bomen noodzakelijk is, dient een beschermende rijlaag (bijv. rijplaten of grindpad) aangelegd te worden om bodemverdichting te voorkomen.

                                                                                                                                                                                                                                                                           Fysieke bescherming van bomen

                                                                                                                                                                                                                                                                           De stam kan worden beschermd door wikkeling met jute of boomdoek, eventueel ondersteund met houten latten om insnijding door machines te voorkomen.

                                                                                                                                                                                                                                                                           Voor kwetsbare bomen kan een extra bescherming rond de stam en wortelzone worden aangebracht, zoals schuttingen of hekken.

                                                                                                                                                                                                                                                                           Afbakening van de kroonprojectie

                                                                                                                                                                                                                                                                           De kroonprojectie van elke boom dient duidelijk afgebakend te worden met hekken, linten of markeringen om te voorkomen dat werfactiviteiten de beschermde zone binnendringen.

                                                                                                                                                                                                                                                                           Afbakening moet zichtbaar en duurzaam zijn gedurende de hele duur van de werf.

                                                                                                                                                                                                                                                                           Verantwoordelijkheden

                                                                                                                                                                                                                                                                           De bouwheer en de aannemer zijn verantwoordelijk voor de naleving van deze beschermingsmaatregelen.

                                                                                                                                                                                                                                                                           Regelmatige controles dienen uitgevoerd te worden om schade aan stammen, takken of wortels tijdig te detecteren en te voorkomen.

                                                                                                                                                                                                                                                                           Aanvullende voorzorgsmaatregelen

                                                                                                                                                                                                                                                                           Vermijd zware grondbewerkingen, graafwerken of het aanbrengen van funderingen binnen de wortelzone.

                                                                                                                                                                                                                                                                           Bij onverhoopt beschadigde bomen moet onmiddellijk een gespecialiseerde boomverzorger worden geraadpleegd.

 

Opmerking:

Indien voor de uitvoering van de werken een inname van het openbaar domein (rijweg, fiets- of voetpaden, e.d.) of een parkeerverbod nodig is, dient de aanvrager dit aan te vragen via de website van de gemeente of bij de dienst 'Mobiliteit, openbare werken en veiligheid' (MOWV) van de gemeente.

 

Conclusie college van burgemeester en schepenen

Het college sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.

 

BESLUIT: 

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen levert de gedeeltelijk voorwaardelijke omgevingsvergunning af voor het uitbreiden van de woning, slopen van het bestaande tuinhuis, bouwen van een poolhouse, het aanlegen van een zwembad en rooien van 3 dennen en 1 beuk.

 

Artikel 2

Volgende voorwaarden en/of lasten worden opgelegd:

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

        De volgende richtlijnen, indien van toepassing, voor de aanleg van een zwembad dienen nageleefd te worden:

     Het spoelwater van chemische filters en hydrolysesystemen dient aangesloten te worden op de afvalwaterafvoer;

     Het spoelwater van biologische filters dient te worden aangesloten op de regenwaterafvoer naar een (open) infiltratievoorziening;

     De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de regenwaterafvoer, aangezien deze overlopen bij regenwater veelvuldig zullen werken. Deze overloop dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening. Indien deze in 1 keer geledigd wordt, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden.

     De chloordosering wordt een 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld.

        De voorwaarden uit het gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van de dienst Milieu dd. 11 juni 2026 dienen strikt te worden nageleefd:

        Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen;

        De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek;

        Het rooien van de beuk, boom 2 op het inplantingsplan bestaande toestand, wordt uit de vergunning gesloten;

        Er dient minimaal één van de drie te compenseren bomen te worden aangeplant in de voortuinzone;

        De bomen dienen te worden gecompenseerd door een volwaardig, inheems alternatief, eigen aan de streek (bv. een zomer- of wintereik, Beuk, Kastanje, e.d.);

        De bomen dienen te worden aangeplant op eigen terrein;

        De bomen dienen een minimale plantmaat van 14/16cm te bezitten;

        De bomen dienen een stamhoogte te bezitten die gangbaar voor een hoogstammige boom;

        De nieuwe bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de bestaande boom;

        Indien de nieuw aan te planten bomen uitvallen dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen;

        De bomen moeten de kans krijgen om volwaardig uit te groeien

        Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant;

        De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- en wildvraat;

        Beschermen van bomen tijdens de werf: Tijdens de uitvoering van de werf dienen alle nodige maatregelen genomen te worden om schade aan bestaande bomen te voorkomen. Het volgende dient strikt opgevolgd te worden:

        Opslag en materiaalbeheer

     Het is verboden om (bouw)materialen, werktuigen, teeltaarde, grond, afval of andere voorwerpen op te slaan binnen de kroonprojectie van de bomen.

     Opslagzones dienen duidelijk afgebakend te worden buiten de beschermde zone van de bomen.

        Wegverkeer en toegang

     Werfverkeer, inclusief voertuigen en machines, mag de kroonprojectie van de bomen niet betreden.

     Indien tijdelijk transport door de buurt van bomen noodzakelijk is, dient een beschermende rijlaag (bijv. rijplaten of grindpad) aangelegd te worden om bodemverdichting te voorkomen.

        Fysieke bescherming van bomen

     De stam kan worden beschermd door wikkeling met jute of boomdoek, eventueel ondersteund met houten latten om insnijding door machines te voorkomen.

     Voor kwetsbare bomen kan een extra bescherming rond de stam en wortelzone worden aangebracht, zoals schuttingen of hekken.

        Afbakening van de kroonprojectie

     De kroonprojectie van elke boom dient duidelijk afgebakend te worden met hekken, linten of markeringen om te voorkomen dat werfactiviteiten de beschermde zone binnendringen.

     Afbakening moet zichtbaar en duurzaam zijn gedurende de hele duur van de werf.

        Verantwoordelijkheden

     De bouwheer en de aannemer zijn verantwoordelijk voor de naleving van deze beschermingsmaatregelen.

     Regelmatige controles dienen uitgevoerd te worden om schade aan stammen, takken of wortels tijdig te detecteren en te voorkomen.

        Aanvullende voorzorgsmaatregelen

     Vermijd zware grondbewerkingen, graafwerken of het aanbrengen van funderingen binnen de wortelzone.

     Bij onverhoopt beschadigde bomen moet onmiddellijk een gespecialiseerde boomverzorger worden geraadpleegd.

 

Opmerking:

Indien voor de uitvoering van de werken een inname van het openbaar domein (rijweg, fiets- of voetpaden, e.d.) of een parkeerverbod nodig is, dient de aanvrager dit aan te vragen via de website van de gemeente of bij de dienst 'Mobiliteit, openbare werken en veiligheid' (MOWV) van de gemeente.

 

Algemene voorwaarden

  1. binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen de 'bekendmaking' gedurende een periode van dertig dagen aan te plakken op de plaats waarop deze vergunning betrekking heeft, duidelijk zichtbaar en leesbaar vanaf de openbare weg; indien het niet mogelijk is op de plaats zelf de bekendmaking duidelijk zichtbaar en leesbaar uit te hangen, moet ze worden uitgehangen op een goed zichtbare plaats in de onmiddellijke omgeving van de plaats waarop de vergunning betrekking heeft; de gele affiche 'bekendmaking beslissing' wordt aangetekend verzonden
  2. onmiddellijk na aanplakking van de bekendmaking dient u de datum van aanplakking in te voeren in het omgevingsloket.  De dag na de aanplakking start de beroepstermijn;
  3. van een omgevingsvergunning mag pas gebruik gemaakt worden als u niet binnen de vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking op de hoogte werd gebracht dat er een beroep werd aangetekend tegen de beslissing;
  4. pas na de laatste dag van aanplakking kan u 'de start van de werken' ingeven in het omgevingsloket;
  5. alvorens de bouwwerken aan te vatten een waarborgsom van 850 EUR te storten in de gemeentekas door overschrijving op rekening nr. BE17 0910 0009 6221 met vermelding van het nummer van uw vergunning ; bij niet-betaling van deze waarborg zullen de herstellingskosten van eventuele schade, vastgesteld na het beëindigen van de werken, verhaald worden op de bouwheer;
  6. de afvoer van het hemelwater afkomstig van het dak (en/of verharde oppervlakte) wordt in overeenstemming gebracht met de gewestelijke verordening op het afkoppelen van dakoppervlaktes (en/of verharde oppervlaktes);
  7. het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders wordt nageleefd;
  8. er op toe te zien dat een gescheiden rioleringssysteem wordt aangelegd in functie van de latere aanleg van een/het gescheiden rioleringssysteem op het openbaar domein.
  9. juridisch gezien loopt het broedseizoen in Vlaanderen van 15 maart tot 15 juli. In deze periode is het verboden om opzettelijk vogels, hun eieren en hun nesten te verstoren en/of te vernielen. Daarom is het tijdens deze periode verboden om bomen of struiken te snoeien of kappen.

 

Deze beslissing stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.

 

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de vergunde stedenbouwkundige handelingen;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:


1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;


4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;


5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;


6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:


1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;


2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;


3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.