BESLUIT ZONDER VISUM VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

 

Zitting van maandag 31 augustus 2026

 

 

Aanwezig: Thierry Lens (burgemeester);Bart Van Couwenberghe, Dave Van den Bergh, Lenn De Cleene, Sofie Lemmens (Schepenen);Anke Dehuisser (algemeen directeur);

 

 

OMV 2026/76 - Den Blommaert 7 - weigering

 

Het college van burgemeester en schepenen, in geheime zitting,

 

Juridische achtergrond

Artikel 56, §2, 7° van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is over de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.

 

Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verplicht elke vergunningverlenende overheid ertoe om de potentieel schadelijke effecten van de voorgenomen werken op het watersysteem te onderzoeken.

 

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009), en latere wijzigingen, hierna genoemd de VCRO en latere wijzigingsdecreten.

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

 

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) + bijlagen en latere wijzigingen; 

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene milieuvoorwaarden (VLAREM III) voor GPBV-installaties en latere wijzigingen;

 

Besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2012 betreft de verordening rond het kappen van bomen.

 

Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025 tot vaststelling van een retributiereglement voor meldingen en aanvragen van omgevingsvergunningen.

 

Feiten en context

De aanvraag ingediend door Rik Geuns met als contactadres Den Blommaert 7 te 2540 Hove, werd per beveiligde zending verzonden op 17 juni 2026. Deze aanvraag werd ontvangen op 17 juni 2026.

De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 30 juni 2026.

 

De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Den Blommaert 7, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie B nr. 264C.

 

Het betreft een aanvraag tot het rooien van een inheemse zomereik.

 

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Historiek

  • Op 23/06/2025 werd een omgevingsvergunning (2025/32) voor verbouwen en renoveren van de bestaande vrijstaande woning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op 22/05/2006 werd een stedenbouwkundige vergunning (2006/43) voor verbouwen van de woning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op 31/03/2003 werd een stedenbouwkundige vergunning (2003/17) voor vergroten van een raam in de achtergevel van een woning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op 18/02/1974 werd een stedenbouwkundige vergunning (1974/18) voor bouwen van een woning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op 15/12/1969 werd een verkavelingsvergunning (1966/6) nieuwe verkaveling afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

 

Adviezen

Milieu dd. 18 augustus 2026: ongunstig (zie bijlage)

Gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 25 augustus 2026: ongunstig

 

Argumentatie

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het rooien van een inheemse zomereik (Quercus robur).

 

Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving

Voorliggende aanvraag betreft een vrijstaande eengezinswoning gelegen langs de Den Blommaert, een gemeenteweg gelegen binnen de residentiële woonwijk ten zuiden van het gemeentelijk park. De straat wordt gekenmerkt door vrijstaande eengezinswoningen op bouwkavels met een gemiddelde oppervlakte van 900 à 1200 m².

 

Toetsing aan de voorschriften

Het gevraagde is volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd op 3 oktober 1979, gelegen in woongebied.

 

Volgende voorschriften zijn van toepassing:

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare  nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project is in overeenstemming met de voorschriften van het geldende gewestplan.

 

Het project is volgens het Gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’, goedgekeurd op 19 juni 2009, gelegen binnen de afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

Volgende relevante stedenbouwkundige voorschriften zijn van toepassing:

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het grootstedelijk gebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing. De bestaande voorschriften kunnen daar door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA’s worden vervangen. Bij de vaststelling van die plannen en bij overheidsprojecten binnen de grenslijn gelden de relevante bepalingen van de ruimtelijke structuurplannen, conform de decretale bepalingen in verband met de verbindende waarde van die ruimtelijke structuurplannen.

 

Het perceel valt niet binnen een deelgebied waarvoor bestemmingsvoorschriften zijn vastgesteld. De gewestplanbestemming is van toepassing.

 

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA of gemeentelijk RUP, doch wel binnen de omschrijving van een vergunde en niet vervallen verkaveling.

Het project is gelegen binnen de goedgekeurde verkaveling nr. 1966/6 dd. 15/12/1969 gekend als lot 75.

 

Afwijking: Artikel 6 - Vellen van bomen - Enkel in functie van het oprichten van gebouwen.

 

Rooilijn

Het perceel wordt niet getroffen door een rooilijn.

 

 

 

Uitgeruste weg

In toepassing op de artikelen 4.3.5 tot en met 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kan gesteld worden dat de Den Blommaert een voldoende uitgeruste openbare weg is.

 

Openbaar onderzoek

De aanvraag werd openbaar gemaakt  van 10 juli 2026 tot 8 augustus 2026.

Er werden geen bezwaarschriften ingediend.

 

Watertoets

De Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen e.d. is niet van toepassing op dit project.

 

Project-MER

Het project komt niet voor op de lijsten gevoegd als bijlage I, II en III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (en latere wijzigingen) houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage. Er dient derhalve geen project-milieueffectrapportage noch een project-milieueffectrapportage-screeningsnota te worden opgesteld voor de aanvraag.

 

Inhoudelijke beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Deze beoordeling, als uitvoering van art. 1.1.4 van de codex gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen, houdt rekening met de volgende criteria als uitvoering van art. 4.3.1 van de VCRO:

 

Functionele inpasbaarheid

Er wordt geen functiewijziging doorgevoerd.

 

Mobiliteit

De aanvraag voorziet geen wijzigingen aan parkeren, fietsgebruik of autogebruik. 

 

Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid

Op het perceel worden geen bijkomende constructies, verhardingen en ruimte-inname voorzien.

 

Visueel-vormelijke elementen

De aanvraag heeft betrekking op het rooien van een boom. Het advies van de gemeentelijk Milieudienst wordt bijgetreden. Het uitgebreide advies werd toegevoegd onder de rubriek “Beoordeling externe adviezen”.

 

Cultuurhistorische aspecten

De aanvraag betreft geen beschermd monument, en is ook niet gelegen in de nabijheid of het gezichtsveld van een beschermd monument, dorpszicht of landschap. Het betreft geen klein landschaps- of groenelement dat is opgenomen in de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.

 

Bodemreliëf

De aanvraag voorziet geen reliëfwijzigingen.

 

 

Andere hinderaspecten inzake gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

De aanvraag bevat geen elementen waarvan kan verwacht worden dat ze enige invloed op de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen kunnen hebben.

 

Bespreking adviezen

De gemeentelijke milieudienst Hove bracht op dd. 18 augustus 2026 een ongunstig advies uit. Het advies luidt als volgt:

 

[…]

 

Onderwerp van de aanvraag

Het rooien van een  zomereik (Quercus robur) 

 

Bespreking van de aanvraag

Het terrein bestaat uit een klassieke tuinaanleg bestaande uit een gazon en groenaanplanting bij een woning opgetrokken in 1974 en recent gerenoveerd. Op het terrein zijn enkele grote bomen aanwezig. 

 

Het terrein is niet ingetekend op de biologische waarderingskaart.

 

Er werd geen verslag aan de aanvraag toegevoegd. Het motivatie luidt als volgt:

 

[…]

"Het betreft een inheemse zomereik (Quercus robur) met een stamomtrek van 190 cm, gemeten op 1 meter hoogte boven het maaiveld.

De boom bevindt zich op ongeveer 4 meter van de woning. Door zijn ligging en omvang hangen verschillende zware takken boven het dak en de woning. Gezien de verdere groei van de boom en het gewicht van de overhangende takken ontstaat een verhoogd veiligheidsrisico voor de bewoners en voor het gebouw, onder meer bij stormweer of takbreuk.

Om veiligheidsredenen wensen wij deze boom te laten vellen.

 

Op het perceel bevinden zich daarnaast nog twee grotere eiken, die op een grotere afstand van de woning staan. Deze bomen blijven volledig behouden en worden niet aangetast door de werken. Het groene karakter en de ecologische waarde van het perceel blijven hierdoor grotendeels behouden.

 

Compensatievoorstel

Gezien het behoud van de twee andere volwassen eiken op het perceel wordt de aanwezige boomwaarde op het perceel grotendeels behouden. Indien de vergunningverlenende overheid dit wenselijk acht, zijn wij bereid een nieuwe inheemse boom aan te planten op een geschikte locatie op het perceel, op voldoende afstand van de woning en andere constructies."

 

Beoordeling

De conclusie uit de motivatie wordt niet bijgetreden.

 

Staat en conditie

De kroon vertoont nog een aanzienlijke hoeveelheid fijne twijgen, wat duidt op actieve groei. Tegelijkertijd zijn in de stam en kroon meerdere oudere snoei- en beschadigingswonden zichtbaar. Met name de stam heeft plaatselijk grotere overgroeide en deels ingerotte wondzones. Ook zijn meerdere zware takaanzetten en oude snoeiwonden aanwezig die vanuit boomtechnisch oogpunt aandacht verdienen. Er zijn geen duidelijke vruchtlichamen van zwammen e.d. zichtbaar op de stam. De interne conditie van de stam en de omvang van eventuele houtrot kunnen op basis van uitsluitend foto's niet worden vastgesteld.

 

De boom is daarmee niet als volledig ongeschonden te beoordelen. De zichtbare gebreken geven aanleiding om de mechanische kwaliteit van met name de stam en zware gesteltakken zijn nader te beoordelen indien behoud wordt overwogen.

 

Levensverwachting

De zomereik is van nature een zeer langlevende boomsoort en kan onder geschikte omstandigheden vele honderden jaren oud worden. De resterende levensverwachting van deze boom wordt echter vooral bepaald door de huidige conditie, de mechanische kwaliteit van stam en kroon en de groeiplaatsomstandigheden. Op basis van de foto's is een resterende actieve levensverwachting van minimaal 15 jaar aannemelijk, maar dit is nadrukkelijk een indicatieve inschatting. Bij aanwezigheid van verdergaande interne stamrot kan de technische toekomstverwachting aanzienlijk korter zijn. Voor een betrouwbaardere inschatting is aanvullend boomtechnisch onderzoek gewenst door een erkend ETW.

 

Standplaats en omgeving

De boom staat in een particuliere tuin in een sterk bebouwde woonomgeving. In de directe omgeving bevinden zich een woning, verhardingen, tuinvoorzieningen en de tuin van een aangrenzend perceel. De boom heeft daardoor een relatief hoge omgevingswaarde, maar eveneens is de graad van gevaar: bij takbreuk kunnen eigendommen en personen worden geraakt. De beschikbare groeiruimte is beperkt.

 

Conclusie

De zomereik is een beeldbepalende, volwassen boom met een aanzienlijke omvang en een hoge ecologische waarde. De boom vertoont echter meerdere zichtbare oude stam- en snoeiwonden en zware takaanzetten, waardoor de boomtechnische kwaliteit niet als optimaal kan worden aangemerkt. Gezien de ligging nabij bebouwing is een verhoogde aandacht voor de boomveiligheid noodzakelijk. Een definitieve uitspraak over stabiliteit en de toekomstverwachting kan uitsluitend worden gedaan na een fysieke boomveiligheidscontrole en onderzoek door een erkend ETW. De beoordeling vanaf foto's is hiervoor indicatief, maar niet doorslaggevend om een definitief oordeel te kunnen vellen.

 

Zorgplicht natuurdecreet

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode van 1 maart tot 1 juli moet men er zich – vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken – van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of er vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient de aanvrager contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mailadres.

 

 

Conclusie gemeentelijk omgevingsambtenaar

Op basis van de bovenvermelde motivering wordt de aanvraag ongunstig geadviseerd.

 

Conclusie college van burgemeester en schepenen

Het college sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.

 

BESLUIT: 

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen levert de weigering af voor het rooien van een inheemse zomereik.

 

Deze beslissing stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.

 

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:


1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;


4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;


5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;


6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:


1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;


2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;


3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.