BESLUIT ZONDER VISUM VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

 

Zitting van maandag 12 oktober 2026

 

 

Aanwezig: Thierry Lens (burgemeester);Bart Van Couwenberghe, Dave Van den Bergh, Lenn De Cleene, Sofie Lemmens (Schepenen);Anke Dehuisser (algemeen directeur);

 

 

OMV 2026/98 - Acacialaan 11 - weigering

 

Het college van burgemeester en schepenen, in geheime zitting,

 

Juridische achtergrond

Artikel 56, §2, 7° van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is over de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.

 

Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verplicht elke vergunningverlenende overheid ertoe om de potentieel schadelijke effecten van de voorgenomen werken op het watersysteem te onderzoeken.

 

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009), en latere wijzigingen, hierna genoemd de VCRO en latere wijzigingsdecreten.

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

 

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) + bijlagen en latere wijzigingen; 

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene milieuvoorwaarden (VLAREM III) voor GPBV-installaties en latere wijzigingen;

 

Besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2012 betreft de verordening rond het kappen van bomen.

 

Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025 tot vaststelling van een retributiereglement voor meldingen en aanvragen van omgevingsvergunningen.

 

Feiten en context

De aanvraag ingediend door Randi Sellekaerts wonende Acacialaan 11 te 2540 Hove, werd per beveiligde zending verzonden op 4 augustus 2026. Deze aanvraag werd ontvangen op 4 augustus 2026.

De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 21 augustus 2026.

 

De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Acacialaan 11, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie B nr. 85C2.

 

Het betreft een aanvraag tot het rooien van een taxus.

 

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Historiek

  • Op 17/03/2025 werd een omgevingsvergunning (2025/26) voor renoveren van de woning in akte genomen door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op 05/07/1982 werd een stedenbouwkundige vergunning (1982/27) voor uitbreiding van de woning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op 27/05/1970 werd een stedenbouwkundige vergunning (1970/34) voor vergroten van de garage afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op 04/11/1963 werd een stedenbouwkundige vergunning (1963/45) voor bouwen van premiewoning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

 

Adviezen

Milieu dd. 6 oktober 2026: ongunstig (zie bijlage)

Agentschap Natuur en Bos Antwerpen dd. 31 augustus 2026: geen advies

Gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 6 oktober 2026: ongunstig

 

Argumentatie

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft betrekking op het rooien van een Venijnboom of Taxus (Taxus baccata).

 

Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving

De Acacialaan is een korte zuidoost-noordwest georiënteerde straat ten oosten van de spoorlijn. De straat loopt parallel met de Leon Dumortierstraat en is een zijstraat van de Geelhandlaan.

Aan beide zijden van de straat bevinden zich vrijstaande eengezinswoningen. De tuinen aan de noordzijde van de straat liggen achteraan in een recreatiezone.

 

Toetsing aan de voorschriften

Het gevraagde is volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd op 3 oktober 1979, gelegen in woongebied.

Volgende voorschriften zijn van toepassing:

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare  nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project is in overeenstemming met de voorschriften van het geldende gewestplan.

 

Het project is volgens het Gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’, goedgekeurd op 19 juni 2009, gelegen binnen de afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

Volgende relevante stedenbouwkundige voorschriften zijn van toepassing:

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het grootstedelijk gebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing. De bestaande voorschriften kunnen daar door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA’s worden vervangen. Bij de vaststelling van die plannen en bij overheidsprojecten binnen de grenslijn gelden de relevante bepalingen van de ruimtelijke structuurplannen, conform de decretale bepalingen in verband met de verbindende waarde van die ruimtelijke structuurplannen.

 

Het perceel valt niet binnen een deelgebied waarvoor bestemmingsvoorschriften zijn vastgesteld. De gewestplanbestemming is van toepassing.

 

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA nr. 9 Veldkant deel 1 , goedgekeurd op 21 december 1994.

 

Afwijking van artikel 0.04 - Algemene voorschriften,  8° Vellen van bomen: 'De ontbossong en het vellen van hoogstammige bomen kan slechts worden toegestaan voor zover zulks noodzakelijk is met het oog op de oprichting van de gebouwen en het nemen van toegang tot de woning.'

 

Rooilijn

De rooilijn werd goedgekeurd als onderdeel van BPA nr. 9 Veldkant deel 1, goedgekeurd op 21 december 1994 en niet als rooilijnplan. Het perceel is niet getroffen.

 

Uitgeruste weg

In toepassing op de artikelen 4.3.5 tot en met 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kan gesteld worden dat de Acacialaan een voldoende uitgeruste openbare weg is.

 

Openbaar onderzoek

De aanvraag werd openbaar gemaakt  van 31 augustus 2026 tot 29 september 2026.

Er werden geen bezwaarschriften ingediend.

 

Watertoets

De Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen e.d. is niet van toepassing op dit project.

 

Project-MER

Het project komt niet voor op de lijsten gevoegd als bijlage I, II en III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (en latere wijzigingen) houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage. Er dient derhalve geen project-milieueffectrapportage noch een project-milieueffectrapportage-screeningsnota te worden opgesteld voor de aanvraag.

 

Inhoudelijke beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Deze beoordeling, als uitvoering van art. 1.1.4 van de codex gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen, houdt rekening met de volgende criteria als uitvoering van art. 4.3.1 van de VCRO:

 

Functionele inpasbaarheid

Er wordt geen functiewijziging doorgevoerd.

 

Mobiliteit

De aanvraag voorziet geen wijzigingen aan parkeren, fietsgebruik of autogebruik. 

 

Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid

Op het perceel worden geen bijkomende constructies, verhardingen en ruimte-inname voorzien.

 

Visueel-vormelijke elementen

De aanvraag heeft betrekking op het rooien van een boom. Het advies van de gemeentelijk Milieudienst wordt bijgetreden. Het uitgebreide advies werd toegevoegd onder de rubriek “Beoordeling externe adviezen”.

 

Cultuurhistorische aspecten

De aanvraag betreft geen beschermd monument, en is ook niet gelegen in de nabijheid of het gezichtsveld van een beschermd monument, dorpszicht of landschap. Het betreft geen klein landschaps- of groenelement dat is opgenomen in de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.

 

Bodemreliëf

De aanvraag voorziet geen reliëfwijzigingen.

 

Andere hinderaspecten inzake gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

De aanvraag bevat geen elementen waarvan kan verwacht worden dat ze enige invloed op de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen kunnen hebben.

 

Bespreking adviezen

Het Agetschap Natuur en Bos laat per bericht dd. 31 augustus 2026 weten geen advies uit te brengen.

 

De gemeentelijke milieudienst Hove bracht dd. 6 oktober 2026 een ongunstig advies uit. Het advies luidt als volgt:

 

[…]

 

Onderwerp van de aanvraag

Het rooien van een Vijnenboom of Taxus (Taxus baccata) 

 

Bespreking van de aanvraag

Het terrein bestaat uit een klassieke tuinaanleg bestaande uit een gazon en groenaanplanting bij een woning opgetrokken in 1963. Op het terrein zijn enkele grote bomen aanwezig. 

 

Het terrein is achteraan beperkt ingetekend op de biologische waarderingskaart. De zone waar de boom zich bevindt wordt aangeduid als 'complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen'.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Biologische waarderingskaart toestand - versie 2 - toestand 10 december 2025

 

Er werd geen verslag aan de aanvraag toegevoegd. De motivering van de aanvrager luidt als volgt:

 

"Het betreft het vellen van een taxus, gelegen achteraan in de tuin. De boom heeft een stamomtrek van 152 cm en staat op ongeveer 2 meter van de rooilijnen. De boom is op het plan aangeduid met een rode volle cirkel.

De taxus is vermoedelijk ongeveer 20 jaar oud en heeft door zijn huidige omvang een aanzienlijk deel van de achtertuin ingenomen. Hierdoor wordt het normale en praktische gebruik van de tuin aanzienlijk beperkt. De tuin zal in zijn geheel worden heraangelegd, waarbij de huidige inrichting wordt aangepast om de beschikbare tuinruimte beter en functioneler te kunnen benutten.

Het verwijderen van de taxus zal worden gecompenseerd door de aanplant van twee nieuwe loofbomen. Eén nieuwe boom zal worden aangeplant ter vervanging van de te vellen taxus. De tweede boom zal centraal in de tuin worden aangeplant. De concrete boomsoorten worden nog bepaald, waarbij rekening zal worden gehouden met de beschikbare ruimte en de toekomstige omvang van de bomen.

De overige aanwezige beplanting blijft behouden:

○     Voortuin: drie bomen, aangeduid met groene volle cirkels op het plan.

○     Achtertuin: acht struiken, aangeduid met lege cirkels op het plan."

 

Conclusie

De motivering wordt niet bijgetreden. De boom heeft een stamomtrek van 1,52m en bevindt zich op ongeveer 2 meter van de rooilijnen.

 

De Taxus is volgens de aanvrager vermoedelijk 20 jaar oud. Gelet op de toegevoegde foto en de opgegeven omtrek wordt de Taxusboom eerder geschat op een leeftijd die eerder tussen de 50 en de 70 jaar ligt.

 

Volgens de aanvraag wordt de boom als hinderlijk ervaren omdat deze een deel van de achtertuin inneemt en hierdoor het praktische gebruik van de tuin beperkt. De tuin zal volledig worden heraangelegd, waarbij de bestaande inrichting wordt aangepast.

 

De aanvrager stelt voor om de te vellen Taxus te compenseren door de aanplant van twee nieuwe loofbomen. Eén boom zou worden aangeplant ter vervanging van de Taxus en een tweede boom centraal in de tuin. De concrete boomsoorten zijn nog niet bepaald. De overige aanwezige beplanting, met name de drie bomen in de voortuin en de acht struiken in de achtertuin, blijft volgens de aanvraag behouden.

 

Uit de beschikbare gegevens blijkt geen aanwijzing dat de Taxus ziek, afgestorven of in een slechte conditie verkeert. De boom wordt beschouwd als een gezonde en vitale boom die, mits een gepast onderhoud en regelmatige snoei, nog verder kan uitgroeien en een duurzame bijdrage kan blijven leveren aan de groenstructuur van het perceel.

 

De huidige omvang van de boom kan op zich niet als voldoende reden worden beschouwd om over te gaan tot vellen. De Taxus is een soort die zich goed leent tot vorm- en onderhoudssnoei, waardoor de omvang en groeivorm kunnen worden beheerst en afgestemd op de beschikbare tuinruimte. Een gericht snoeibeheer kan de boom bijgevolg beter inpassen in de toekomstige tuininrichting zonder dat de boom hiervoor moet worden verwijderd.

 

Hiernaast dient er ook op gewezen te worden dat de boom zich bevindt in de verste uithoek van de tuin en geen praktische hinder veroorzaakt voor een nieuwe tuininrichting.

 

Ligging binnen de groenstructuur en bufferzone

Bij de beoordeling dient tevens rekening te worden gehouden met de specifieke ligging van de boom achteraan het perceel. De Taxus deel uitmaakt van de bestaande groene inrichting en bevindt zich ter hoogte van de bufferzone met het achterliggende park.

 

De boom heeft hierdoor niet uitsluitend een functie binnen de private tuin, maar draagt eveneens bij aan de groene overgang en buffering tussen het perceel en het achterliggende park. Het bestaande groenvolume draagt bij aan de landschappelijke samenhang van deze zone en vormt een onderdeel van de bestaande groenstructuur.

 

Het behoud van bestaande opgaande beplanting aan de rand van percelen is vanuit ruimtelijk en ecologisch oogpunt wenselijk. Het vellen van de Taxus zou ter plaatse een vermindering van het bestaande groenvolume en een onderbreking van de bestaande groenstructuur kunnen veroorzaken. Dit is des te relevanter gezien de ligging aan de overgang naar het achterliggende park.

 

De boom dient daarom niet enkel te worden beoordeeld vanuit het individueel gebruik van de tuin, maar ook vanuit zijn ruimtelijke, landschappelijke en ecologische functie binnen de bufferzone.

 

De ligging van de boom situeert zich bovendien binnen een omgeving die zowel als biologisch minder waardevolle als biologisch waardevolle zone wordt gekenmerkt. De aanwezige volwassen boom vormt binnen deze context een bestaand groen- en ecologisch element.

 

Een volwassen boom vervult verschillende functies die niet onmiddellijk door nieuw aangeplante bomen kunnen worden overgenomen, zoals koolstofopslag, luchtzuivering, buffering van neerslag, schaduwwerking, tempering van het lokale microklimaat en het bieden van leef- en schuilmogelijkheden voor fauna. Daarnaast heeft de boom door zijn ligging aan de perceelsgrens en de bufferzone een functie binnen de bestaande groenstructuur richting het park.

 

Onderhoud en snoei

Vanuit groenbeheer wordt voorgesteld om de Taxus gericht te onderhouden. Afhankelijk van de gewenste toekomstige vorm en beschikbare ruimte kan een deskundige onderhouds- en vormsnoei worden uitgevoerd.

 

Een periodieke controle en gerichte snoei kunnen ervoor zorgen dat de boom binnen de beschikbare ruimte kan worden behouden en dat eventuele hinder voor het gebruik van de tuin wordt beperkt. De toekomstige tuininrichting kan vervolgens rond de bestaande boom worden uitgewerkt.

 

Advies

Gelet op het feit dat:

●        de Taxus baccata gezond en vitaal is;

●        er geen gezondheids- of veiligheidsreden wordt aangehaald die het vellen noodzakelijk maakt;

●        de boom een reeds ontwikkeld en duurzaam groenvolume vertegenwoordigt;

●        de boom achteraan het perceel deel uitmaakt van de bestaande groenstructuur en bufferzone met het achterliggende park;

●        de boom hierdoor niet uitsluitend een functie vervult binnen de private tuin, maar eveneens bijdraagt aan de groene overgang en buffering richting het park;

●        de boom gelegen is in een omgeving met zowel biologisch minder waardevolle als biologisch waardevolle elementen/zones;

●        de ecologische en landschappelijke functies van een volwassen boom niet op korte termijn kunnen worden vervangen door jonge aanplant;

●        de aangehaalde hinder voornamelijk betrekking heeft op de gewenste herinrichting en het gebruik van de tuin;

●        de boom door middel van gericht onderhoud en snoei beter kan worden ingepast in de toekomstige tuininrichting;

 

Conclusie: ongunstig groen- en milieuadvies voor het vellen van de Taxus baccata. Behoud en gericht onderhoud/snoei van de bestaande boom wordt geadviseerd.

 

Zorgplicht natuurdecreet

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode van 1 maart tot 1 juli moet men er zich – vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken – van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of er vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient de aanvrager contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mailadres.

 

Conclusie gemeentelijk omgevingsambtenaar

Op basis van de bovenvermelde motivering wordt de aanvraag ongunstig geadviseerd.

 

Conclusie college van burgemeester en schepenen

Het college sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.

 

BESLUIT: 

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen levert de weigering af voor het rooien van een taxus.

 

Deze beslissing stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.

 

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:


1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;


4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;


5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;


6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:


1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;


2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;


3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.