BESLUIT ZONDER VISUM VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN
Zitting van maandag 26 januari 2026
Aanwezig: Thierry Lens (burgemeester);Bart Van Couwenberghe, Dave Van den Bergh, Lenn De Cleene (Schepenen);Anke Dehuisser (algemeen directeur); |
Verontschuldigd: Sofie Lemmens (schepen); |
OMV 2025/144 - Jozef Lambrechtslei 13 - weigering
Het college van burgemeester en schepenen, in geheime zitting,
Juridische achtergrond
Artikel 56, §2, 7° van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is over de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.
Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verplicht elke vergunningverlenende overheid ertoe om de potentieel schadelijke effecten van de voorgenomen werken op het watersysteem te onderzoeken.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009), en latere wijzigingen, hierna genoemd de VCRO en latere wijzigingsdecreten.
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;
Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) + bijlagen en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene milieuvoorwaarden (VLAREM III) voor GPBV-installaties en latere wijzigingen;
Besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2012 betreft de verordening rond het kappen van bomen.
Feiten en context
De aanvraag ingediend door mevrouw Ariane Van den Bogaert met als contactadres Jozef Lambrechtslei 13 te 2540 Hove, werd per beveiligde zending verzonden op 21 november 2025. Deze aanvraag werd ontvangen op 21 november 2025.
De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 17 december 2025.
De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Jozef Lambrechtslei 13, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie A nrs. 68Z en 68W4.
Het betreft een aanvraag tot het verbouwen en uitbreiden van de woning.
De aanvraag omvat:
● stedenbouwkundige handelingen
Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Historiek
● Er werd een bouwtoelating afgeleverd (1954/10) voor bouwen van een landhuis.. Dit dossier werd opgenomen in het register op datum van 27/06/2016.
Adviezen
Gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 20 januari 2026: ongunstig
Argumentatie
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van de woning en het heraanleggen van het perceel.
Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving
De Jozef Lambrechtslei is een oost-west georiënteerde woonstraat in het noordelijk deel van de gemeente. In de straat komen, afgezien van één paar gekoppelde woningen, enkel vrijstaande eengezinswoningen voor. De kavelgrootte varieert van 750 tot 2300 m², hierbij hebben de kavels ten zuiden van de straat een gemiddelde perceeldiepte van 40 meter. Aan de noordzijde van de straat is de gemiddelde perceeldiepte 70 meter. Aan de noordzijde bevindt zich het Rattennest, een kasteeldomein, gelegen in parkgebied, waarvoor een RUP werd opgemaakt.
Het perceel bevindt zich aan de zuidzijde van de straat waar de kavels minder diep zijn. Het perceel vormt de hoek Jozef Lambrechtslei - Zinnialei.
Toetsing aan de voorschriften
Het gevraagde is volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd op 3 oktober 1979, gelegen in woongebied.
Volgende voorschriften zijn van toepassing:
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project is in overeenstemming met de voorschriften van het geldende gewestplan.
Het project is volgens het Gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’, goedgekeurd op 19 juni 2009, gelegen binnen de afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Volgende relevante stedenbouwkundige voorschriften zijn van toepassing:
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het grootstedelijk gebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing. De bestaande voorschriften kunnen daar door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA’s worden vervangen. Bij de vaststelling van die plannen en bij overheidsprojecten binnen de grenslijn gelden de relevante bepalingen van de ruimtelijke structuurplannen, conform de decretale bepalingen in verband met de verbindende waarde van die ruimtelijke structuurplannen.
Het perceel valt niet binnen een deelgebied waarvoor bestemmingsvoorschriften zijn vastgesteld. De gewestplanbestemming is van toepassing.
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA of gemeentelijk RUP, noch binnen de omschrijving van een vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag wordt als volgt getoetst aan de voorschriften van het gewestplan en de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede ruimtelijke ordening ter plaatse.
De aanvraag is in overeenstemming met de gebiedsbestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.
Rooilijn
Het perceel wordt getroffen door het rooilijnplan Jozef Lambrechtslei, goedgekeurd bij KB 07/01/1952 doch de woning is niet getroffen door deze rooilijn.
Uitgeruste weg
In toepassing op de artikelen 4.3.5 tot en met 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kan gesteld worden dat de Jozef Lambrechtslei een voldoende uitgeruste openbare weg is.
Riolering
De richtlijnen inzake aansluiting op de riolering en IBA-beheer kunnen worden bekomen bij Water-link (www.water-link.be of 078/35.35.09).
Het perceel is gelegen in centraal gebied / geoptimaliseerd buitengebied. Aangezien de betreffende omgevingsvergunning zich situeert in een gebied met bestaande riolering die reeds is aangesloten op een zuiveringsinstallatie, dient het zwart water van de betreffende constructie via een septische put met Benor-certificaat te worden aangesloten op de bestaande riolering.
Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
Raadpleging aanpalende eigenaar
Artikel 83 van het omgevingsvergunningsbesluit is niet van toepassing.
Watertoets
Het voorliggende project heeft beperkte oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is.
De uitbreiding van de woning op het gelijkvloers, wordt voorzien van een groendak. De overloop van deze daken zal infiltreren op eigen terrein.
Op basis van de aanstiplijst aangaande de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 en de stukken gevoegd bij de aanvraag blijkt dat voldaan wordt aan de verordening. Er wordt een hemelwaterput voorzien met een totale capaciteit van 10.000 liter. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een bovengrondse infiltratievoorziening met een beschikbare infiltratieoppervlakte van 5m² en een volume van 2.000 liter.
Project-MER
Het project komt niet voor op de lijsten gevoegd als bijlage I, II en III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (en latere wijzigingen) houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage. Er dient derhalve geen project-milieueffectrapportage noch een project-milieueffectrapportage-screeningsnota te worden opgesteld voor de aanvraag.
Inhoudelijke beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Deze beoordeling, als uitvoering van art. 1.1.4 van de codex gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen, houdt rekening met de volgende criteria als uitvoering van art. 4.3.1 van de VCRO:
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag betreft het renoveren en uitbreiden van een bestaande woning en het aanleggen van het perceel. Het perceel is gelegen in woongebied. De woonfunctie blijft ongewijzigd. De aanvraag is functioneel inpasbaar.
Mobiliteitsimpact
In de bestaande toestand bevindt zich één inrit die toegang verleent tot een garage op kelderniveau. In de voorgestelde nieuwe toestand wordt deze ondergrondse garage behouden en wordt bijkomend een parkeerplaats voorzien in de voortuinzone. Voor de ontsluiting van deze bijkomende parkeerplaats wordt de bestaande toegang over de grasberm verplaatst en aanzienlijk verbreed.
Om de ondergrondse garage toegankelijk te houden voor voertuigen, voorziet het ontwerp in een inrit met een breedte van maar liefst 10,00 meter. Ter hoogte van het openbaar domein bedraagt een gebruikelijke en aansluiting voor een private inrit doorgaans tussen 3,00 en maximaal 4,50 meter. De voorgestelde inrit is disproportioneel.
Bovendien blijkt uit de inplanting dat voertuigen die de ondergrondse garage wensen te bereiken of te verlaten, genoodzaakt zijn om te draaien en te manoeuvreren op het voetpad en deels op het openbaar domein. Op het private perceel is onvoldoende ruimte voorzien om voertuigen op een veilige en conflictvrije manier te laten keren of laten wachten. Dit betekent dat het voetpad structureel wordt gebruikt als manoeuvreerruimte, wat strijdig is met de functie van het voetpad als veilige ruimte voor voetgangers.
De helling naar de ondergrondse garage versterkt dit probleem. Door het hellingspercentage en het ontbreken van een vlak wachtplatform op eigen terrein is het niet mogelijk om stationair te staan vóór de inrit, noch bij het oprijden, noch bij het verlaten van de garage. Hierdoor worden voertuigen gedwongen om stil te staan op het voetpad wat een reëel veiligheidsrisico inhoudt voor voetgangers en andere gebruikers van het voetpad.
De voorgestelde terreinaanleg is bijgevolg onverenigbaar met de principes van 'goede ruimtelijke ordening' en voldoet niet aan de vereisten inzake verkeersveiligheid. Vanuit mobiliteits- en stedenbouwkundig oogpunt is deze inrichting onaanvaardbaar en dient de ontsluiting herbekeken te worden, met een duidelijke beperking van de inritbreedte en zonder manoeuvres op het voetpad.
Daarenboven blijkt uit de plannen dat de ondergrondse garage in de nieuwe toestand niet langer eenduidig als garage wordt ingericht, maar op het grondplan wordt aangeduid als fietsenberging.
De beschikbare diepte tussen de garagepoort en de fietsenberging bedraagt slechts 3,80 meter, wat onvoldoende is voor het stallen van een personenwagen. Voor hedendaagse voertuigen is, rekening houdend met voertuiglengte, een minimale diepte van 5,00 tot 6,00 meter vereist. Het gebruik van deze ruimte als autoparkeerplaats is dan ook fysiek en functioneel niet mogelijk, waardoor de voorgestelde ontsluiting naar de kelder overbodig wordt.
Daarnaast vormt ook de beperkte breedte van de gevelopening een bijkomend knelpunt. De opening naar de kelderruimte heeft een breedte van slechts 2,24 meter, wat zich reeds aan de ondergrens bevindt voor een comfortabele toegang voor voertuigen. Bovendien vertonen de plannen onderling tegenstrijdigheden. Op het grondplan wordt een poort weergegeven, terwijl op het gevelaanzicht een deur met twee vleugels wordt ingetekend.
Deze discrepantie creëert niet alleen onduidelijkheid over de feitelijke uitvoering, maar heeft ook directe gevolgen voor de bruikbaarheid. Een deur met twee vleugels impliceert een verdere functionele versmalling van de doorgang, zowel door de deurbladen zelf als door de noodzakelijke draairuimte. Hierdoor wordt het binnenrijden van een wagen nog moeilijker, zo niet praktisch uitgesloten.
De combinatie van een onvoldoende diepe kelderruimte, een te smalle en tegenstrijdig ingetekende toegang, en het ontbreken van veilige manoeuvreerruimte op eigen terrein, maakt dat de ondergrondse ruimte niet kan functioneren als garage, ondanks de voorziene inrit.
Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid
Er wordt voorzien in een nieuwe gelijkvloerse uitbouw over de volledige breedte van de achtergevel, met een variërende diepte tot maximaal 4,00 meter. Op het hoogste punt heeft de uitbouw een hoogte van 3,35 meter ten opzichte van het maaiveld. De uitbreiding van de woning draagt bij aan een verbetering van de woon- en leefkwaliteit.
Gelet op de omvang van de woning, het perceel en de aanwezige bebouwing in de onmiddellijke omgeving, is de uitbouw op het vlak van schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid aanvaardbaar.
Er wordt echter opgemerkt dat het plat dak van de nieuwe uitbreiding wordt ingericht als dakterras. Het voorzien van een dakterras is niet noodzakelijk voor het functioneren van de woning. Het terras bevindt zich op een afstand van ongeveer 14,00 tot 15,00 meter van de perceelgrens van de woning gelegen aan de Zinnialei nr. 8 en op 3,36 meter van de perceelgrens van de woning gelegen aan de Jozef Lambrechtslei nr. 11, en dit op een hoogte van circa 3,64 meter. Hierdoor ontstaat er inkijk op beide aanpalende percelen, waardoor de privacy van de omwonenden niet kan worden gegarandeerd. Dergelijke dakterrassen horen dan ook niet thuis in een residentiële woonwijk met tuinen van een beperkte diepte, ook al zou het terras in de praktijk slechts beperkt worden gebruikt.
Visueel-vormelijke elementen
De voorgestelde materialen behoren tot gangbare en eigentijdse gevelafwerking. De voorgestelde gevelafwerking integreert zich op esthetische wijze bij de bestaande architectuur en is aanvaardbaar en niet storend in de omgeving.
Cultuurhistorische aspecten
De aanvraag heeft geen betrekking op een beschermd monument of een goed dat voorkomt op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. De plaats van de aanvraag is evenmin gelegen in een beschermd dorpsgezicht of beschermd landschap. Een archeologienota (zoals vermeld in art. 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013) is niet vereist, omdat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden die het decreet heeft bepaald.
Bodemreliëf
Er wordt geen aanpassing aan het bodemreliëf voorgesteld.
Andere hinderaspecten inzake gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
De aanvraag bevat geen elementen waarvan kan verwacht worden dat ze enige invloed op de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen kunnen hebben.
Het hinderaspect betreffende privacy werd besproken onder hetpunt"schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid".
Conclusie gemeentelijk omgevingsambtenaar
Op basis van de bovenvermelde motivering wordt de aanvraag ongunstig geadviseerd .
Conclusie college van burgemeester en schepenen
Het college sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.
BESLUIT:
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen levert de weigering af voor het verbouwen en uitbreiden van de woning.
Deze beslissing stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.