BESLUIT ZONDER VISUM VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

 

Zitting van maandag 10 augustus 2026

 

 

Aanwezig: Thierry Lens (burgemeester);Bart Van Couwenberghe, Dave Van den Bergh, Lenn De Cleene, Sofie Lemmens (Schepenen);Anke Dehuisser (algemeen directeur);

 

 

OMV 2026/83 - Leon Dumortierstraat 38 - vergunning

 

Het college van burgemeester en schepenen, in geheime zitting,

 

Juridische achtergrond

Artikel 56, §2, 7° van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is over de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.

 

Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verplicht elke vergunningverlenende overheid ertoe om de potentieel schadelijke effecten van de voorgenomen werken op het watersysteem te onderzoeken.

 

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009), en latere wijzigingen, hierna genoemd de VCRO en latere wijzigingsdecreten.

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

 

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) + bijlagen en latere wijzigingen; 

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene milieuvoorwaarden (VLAREM III) voor GPBV-installaties en latere wijzigingen;

 

Besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2012 betreft de verordening rond het kappen van bomen.

 

Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025 tot vaststelling van een retributiereglement voor meldingen en aanvragen van omgevingsvergunningen;

 

Feiten en context

De aanvraag ingediend door Jan Reyns wonende Haagbeuklaan 15 te 2540 Hove, werd per beveiligde zending verzonden op 29 juni 2026. Deze aanvraag werd ontvangen op 29 juni 2026.

De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 10 juli 2026.

 

De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Leon Dumortierstraat 38, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie A nr. 209D.

 

Het betreft een aanvraag tot het plaatsen van een container als hamburgerkraam.

 

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Historiek

  • Op 03/06/2019 werd een omgevingsvergunning (2019/26) voor grondwaterwinning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op 19/02/2019 werd een omgevingsvergunning (2018/115) voor vervangen van een bestaande zendmast voorwaardelijk afgeleverd door de deputatie.
  • Op 10/06/2014 werd een stedenbouwkundige vergunning (2014/18) voor vervangen van een bestaande, vergunde 25 meter hoge pyloon op het voetbalterrein door een buispyloon van 30 meter. afgeleverd door stedenbouw.
  • Op 27/03/2009 werd een stedenbouwkundige vergunning (2008/87) voor vervangen van een bestaande verlichtingspyloon met gsm en umts installatie afgeleverd door stedenbouw.
  • Op 06/06/2006 werd een stedenbouwkundige vergunning (2006/26) voor vervangen van een zendmast geweigerd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op 26/06/2000 werd een stedenbouwkundige vergunning (2000/25) voor bouwen van een clublokaal afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op 24/11/1997 werd een stedenbouwkundige vergunning (1997/46) voor plaatsen van een pyloon en bijhorende technische cellen, ter vervanging van een bestaande lichtpyloon. afgeleverd door stedenbouw.
  • Op 07/10/1991 werd een stedenbouwkundige vergunning (1991/67) voor plaatsen van 6 lichtmasten van elk 16m hoog en 240m ballenvangers met een hoogte van 6m afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op 15/04/1991 werd een stedenbouwkundige vergunning (1991/25) voor aanleggen van twee voetbalterreinen afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Op  werd een omgevingsvergunning (2026/47) voor plaatsen container als hamburgerkraam  door de deputatie.

 

Adviezen

Gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 28 juli 2026: voorwaardelijk gunstig

 

Argumentatie

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het plaatsen van een container als hamburgerkraam.

 

Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving

De Leon Dumortierstraat is een zuidoost-noordwest georiënteerde straat ten oosten van de spoorlijn. De straat ligt op dezelfde lijn als de Vredestraat (ten westen van de spoorlijn) en de Jos Coveliersstraat (ten oosten van de Lintsesteenweg) en kruist de Geelhandlaan.

 

Het perceel is op dit moment ingericht als sportterrein.

 

Toetsing aan de voorschriften

Het gevraagde is volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd op 3 oktober 1979, gelegen in recreatiegebied.

Volgende voorschriften zijn van toepassing:

De recreatiegebieden zijn bestemd voor het aanbrengen van recreatieve en toeristische accommodatie, al dan niet met inbegrip van de verblijfsaccommodatie. In deze gebieden kunnen de handelingen en werken aan beperkingen worden onderworpen ten einde het recreatief karakter van de gebieden te bewaren.

 

Het project is in overeenstemming met de voorschriften van het geldende gewestplan.

 

Het project is volgens het Gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’, goedgekeurd op 19 juni 2009, gelegen binnen de afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

Volgende relevante stedenbouwkundige voorschriften zijn van toepassing:

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het grootstedelijk gebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing. De bestaande voorschriften kunnen daar door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA’s worden vervangen. Bij de vaststelling van die plannen en bij overheidsprojecten binnen de grenslijn gelden de relevante bepalingen van de ruimtelijke structuurplannen, conform de decretale bepalingen in verband met de verbindende waarde van die ruimtelijke structuurplannen.

 

Het perceel valt niet binnen een deelgebied waarvoor bestemmingsvoorschriften zijn vastgesteld. De gewestplanbestemming is van toepassing.

 

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA of gemeentelijk RUP, noch binnen de omschrijving van een vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag wordt als volgt getoetst aan de voorschriften van het gewestplan en de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede ruimtelijke ordening ter plaatse.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de gebiedsbestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.

 

Rooilijn

Het perceel wordt niet getroffen door een rooilijn.

 

Uitgeruste weg

In toepassing op de artikelen 4.3.5 tot en met 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kan gesteld worden dat de Leon Dumortierstraat een voldoende uitgeruste openbare weg is.

Openbaar onderzoek

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.

 

Raadpleging aanpalende eigenaar

Artikel 83 van het omgevingsvergunningsbesluit is niet van toepassing.

 

Watertoets

De Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen e.d. is niet van toepassing op dit project.

 

Project-MER

Het project komt niet voor op de lijsten gevoegd als bijlage I, II en III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (en latere wijzigingen) houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage. Er dient derhalve geen project-milieueffectrapportage noch een project-milieueffectrapportage-screeningsnota te worden opgesteld voor de aanvraag.

 

Inhoudelijke beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Deze beoordeling, als uitvoering van art. 1.1.4 van de codex gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen, houdt rekening met de volgende criteria als uitvoering van art. 4.3.1 van de VCRO:

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag betreft de inrichting en uitbating van een hamburgerkraam ten behoeve van de verkoop van bereide voedingswaren. De functie van het hamburgerkraam is complementair aan de bestaande activiteiten op het terrein en introduceert geen nieuwe hoofdfunctie op het perceel.

 

Het hamburgerkraam kan bijgevolg als functioneel inpasbaar worden beschouwd binnen de bestaande ruimtelijke context.

 

Mobiliteitsimpact

Het hamburgerkraam genereert beperkte en overwegend kortstondige bezoekersbewegingen. Klanten verblijven slechts gedurende een beperkte tijd ter plaatse voor de aankoop en eventuele consumptie van producten. Gelet op de beperkte bezoekersintensiteit wordt er geen significante bijkomende verkeersbelasting verwacht.

 

Evenmin wordt verwacht dat de aanvraag aanleiding zal geven tot parkeerproblemen of een negatieve impact op de verkeersveiligheid.

 

Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid

Het betreft een kleinschalige inrichting met een beperkte ruimtelijke impact. Het hamburgerkraam blijft ondergeschikt aan de bestaande bebouwing en activiteiten op het terrein.

 

De schaal van de voorgestelde inrichting is in verhouding tot de omvang van het perceel en wijzigt het ruimtelijk karakter van de omgeving niet.

De plaatsing van het hamburgerkraam resulteert in een beperkt bijkomend ruimtebeslag. De aanvraag doet geen afbreuk aan de bestaande inrichting van het terrein en overschrijdt de ruimtelijke draagkracht van de omgeving niet.

 

Visueel-vormelijke elementen

Het hamburgerkraam betreft een verzorgd en professioneel uitgevoerd geheel. Door de beperkte afmetingen en de ondergeschikte positie ten opzichte van de bestaande inrichting wordt geen afbreuk gedaan aan de beeldkwaliteit van de omgeving.

 

De aanvraag kan vanuit stedenbouwkundig oogpunt als aanvaardbaar worden beschouwd op vlak van verschijningsvorm.

 

Cultuurhistorische aspecten

De aanvraag heeft geen betrekking op een beschermd monument of een goed dat voorkomt op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. De plaats van de aanvraag is evenmin gelegen in een beschermd dorpsgezicht of beschermd landschap. Een archeologienota (zoals vermeld in art. 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013) is niet vereist, omdat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden die het decreet heeft bepaald.

 

Bodemreliëf

Er wordt geen aanpassing aan het bodemreliëf voorgesteld.

 

Andere hinderaspecten inzake gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

De uitbating van het hamburgerkraam vindt plaats binnen de gangbare openingsuren die eigen zijn aan dergelijke activiteiten. Gelet op de aard en de schaal van de activiteit wordt geen onaanvaardbare hinder voor de omwonenden verwacht.

 

De aanvraag bevat geen elementen waarvan kan verwacht worden dat zij een nadelige invloed hebben op de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen. Eventuele hinder ten gevolge van geur- of geluidsproductie blijft beperkt en wordt als verenigbaar met de omgeving beschouwd.

 

Conclusie gemeentelijk omgevingsambtenaar

Op basis van de bovenvermelde motivering wordt de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd  mits te voldoen aan volgende voorwaarden:

        De vergunning heeft uitsluitend betrekking op de plaatsing en uitbating van één hamburgerkraam voor de bereiding en verkoop van voedingswaren zoals opgenomen in het aanvraagdossier. Elke uitbreiding van de constructie of activiteit is onderworpen aan een nieuwe beoordeling;

        Het hamburgerkraam dient te worden geplaatst overeenkomstig de plannen en de beschrijvende nota die deel uitmaken van de vergunningsaanvraag;

        De inrichting dient steeds in een nette en verzorgde staat te worden onderhouden. Beschadigde, verouderde of niet-functionerende onderdelen dienen onverwijld te worden hersteld of vervangen;

        Eventuele luifels, terraselementen of bijhorende constructieve voorzieningen dienen ondergeschikt te blijven aan de hoofdactiviteiten op het perceel en mogen geen bijkomende visuele hinder veroorzaken;

        De uitbater dient alle nodige maatregelen te nemen om hinder voor de omgeving te voorkomen. Het gebruik van luidsprekers, versterkte muziek, reclameboodschappen of andere geluidsproducerende installaties is niet toegestaan, tenzij hiervoor afzonderlijk de vereiste toelatingen werden bekomen;

        De exploitatie van het hamburgerkraam mag geen aanleiding geven tot bovenmatige geluidshinder, geurhinder, lichthinder of zwerfvuil. De onmiddellijke omgeving van het kraam dient te allen tijde proper te worden gehouden en te worden voorzien van voldoende afvalrecipiënten;

        Indien ten gevolge van de exploitatie hinder, parkeerproblemen of verkeersonveilige situaties ontstaan, kan het vergunningverlenend bestuur bijkomende voorwaarden opleggen of passende maatregelen eisen;

        Het hamburgerkraam dient te voldoen aan alle toepasselijke bepalingen inzake voedselveiligheid, hygiëne, brandveiligheid, elektrische veiligheid en de opslag en het gebruik van gasinstallaties. De nodige keuringen en attesten dienen op eenvoudig verzoek aan de bevoegde overheid te kunnen worden voorgelegd;

        Eventuele reclame-uitingen op of aan het hamburgerkraam dienen beperkt te blijven tot de identificatie van de uitbater en de aangeboden producten. Afzonderlijke publiciteitsinrichtingen of verlichte reclamevoorzieningen maken geen deel uit van deze vergunning;

        De exploitatie van het hamburgerkraam verleent geen rechten op het gebruik van het openbaar domein. Er mogen geen tafels, stoelen, wachtrijen, reclameborden of andere elementen op het openbaar domein worden geplaatst ten behoeve van de uitbating, tenzij hiervoor een afzonderlijke toelating werd verleend;

        De vergunninghouder blijft te allen tijde verantwoordelijk voor het onderhoud, de veiligheid en de goede werking van de inrichting. Bij stopzetting van de exploitatie dient het hamburgerkraam, inclusief eventuele funderingen en aanhorigheden, binnen een termijn van zes maanden te worden verwijderd en dient de oorspronkelijke toestand van het terrein te worden hersteld;

        De vergunning wordt verleend onder voorbehoud van de rechten van derden en doet geen afbreuk aan andere vergunningen, toelatingen of wettelijke verplichtingen die desgevallend van toepassing zijn.

 

Conclusie college van burgemeester en schepenen

Het college sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.

 

BESLUIT: 

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen levert de voorwaardelijke omgevingsvergunning af voor het plaatsen van een container als hamburgerkraam.

 

Artikel 2

Volgende voorwaarden en/of lasten worden opgelegd:

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

        De vergunning heeft uitsluitend betrekking op de plaatsing en uitbating van één hamburgerkraam voor de bereiding en verkoop van voedingswaren zoals opgenomen in het aanvraagdossier. Elke uitbreiding van de constructie of activiteit is onderworpen aan een nieuwe beoordeling;

        Het hamburgerkraam dient te worden geplaatst overeenkomstig de plannen en de beschrijvende nota die deel uitmaken van de vergunningsaanvraag;

        De inrichting dient steeds in een nette en verzorgde staat te worden onderhouden. Beschadigde, verouderde of niet-functionerende onderdelen dienen onverwijld te worden hersteld of vervangen;

        Eventuele luifels, terraselementen of bijhorende constructieve voorzieningen dienen ondergeschikt te blijven aan de hoofdactiviteiten op het perceel en mogen geen bijkomende visuele hinder veroorzaken;

        De uitbater dient alle nodige maatregelen te nemen om hinder voor de omgeving te voorkomen. Het gebruik van luidsprekers, versterkte muziek, reclameboodschappen of andere geluidsproducerende installaties is niet toegestaan, tenzij hiervoor afzonderlijk de vereiste toelatingen werden bekomen;

        De exploitatie van het hamburgerkraam mag geen aanleiding geven tot bovenmatige geluidshinder, geurhinder, lichthinder of zwerfvuil. De onmiddellijke omgeving van het kraam dient te allen tijde proper te worden gehouden en te worden voorzien van voldoende afvalrecipiënten;

        Indien ten gevolge van de exploitatie hinder, parkeerproblemen of verkeersonveilige situaties ontstaan, kan het vergunningverlenend bestuur bijkomende voorwaarden opleggen of passende maatregelen eisen;

        Het hamburgerkraam dient te voldoen aan alle toepasselijke bepalingen inzake voedselveiligheid, hygiëne, brandveiligheid, elektrische veiligheid en de opslag en het gebruik van gasinstallaties. De nodige keuringen en attesten dienen op eenvoudig verzoek aan de bevoegde overheid te kunnen worden voorgelegd;

        Eventuele reclame-uitingen op of aan het hamburgerkraam dienen beperkt te blijven tot de identificatie van de uitbater en de aangeboden producten. Afzonderlijke publiciteitsinrichtingen of verlichte reclamevoorzieningen maken geen deel uit van deze vergunning;

        De exploitatie van het hamburgerkraam verleent geen rechten op het gebruik van het openbaar domein. Er mogen geen tafels, stoelen, wachtrijen, reclameborden of andere elementen op het openbaar domein worden geplaatst ten behoeve van de uitbating, tenzij hiervoor een afzonderlijke toelating werd verleend;

        De vergunninghouder blijft te allen tijde verantwoordelijk voor het onderhoud, de veiligheid en de goede werking van de inrichting. Bij stopzetting van de exploitatie dient het hamburgerkraam, inclusief eventuele funderingen en aanhorigheden, binnen een termijn van zes maanden te worden verwijderd en dient de oorspronkelijke toestand van het terrein te worden hersteld;

        De vergunning wordt verleend onder voorbehoud van de rechten van derden en doet geen afbreuk aan andere vergunningen, toelatingen of wettelijke verplichtingen die desgevallend van toepassing zijn.

 

 

Algemene voorwaarden

  1. binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen de 'bekendmaking' gedurende een periode van dertig dagen aan te plakken op de plaats waarop deze vergunning betrekking heeft, duidelijk zichtbaar en leesbaar vanaf de openbare weg; indien het niet mogelijk is op de plaats zelf de bekendmaking duidelijk zichtbaar en leesbaar uit te hangen, moet ze worden uitgehangen op een goed zichtbare plaats in de onmiddellijke omgeving van de plaats waarop de vergunning betrekking heeft; de gele affiche 'bekendmaking beslissing' wordt aangetekend verzonden
  2. onmiddellijk na aanplakking van de bekendmaking dient u de datum van aanplakking in te voeren in het omgevingsloket.  De dag na de aanplakking start de beroepstermijn;
  3. van een omgevingsvergunning mag pas gebruik gemaakt worden als u niet binnen de vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking op de hoogte werd gebracht dat er een beroep werd aangetekend tegen de beslissing;
  4. pas na de laatste dag van aanplakking kan u 'de start van de werken' ingeven in het omgevingsloket.

 

Deze beslissing stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.

 

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de vergunde stedenbouwkundige handelingen;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:


1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;


4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;


5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;


6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:


1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;


2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;


3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.