BESLUIT ZONDER VISUM VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

 

Zitting van maandag 23 maart 2026

 

 

Aanwezig: Thierry Lens (burgemeester);Bart Van Couwenberghe, Lenn De Cleene, Sofie Lemmens (Schepenen);Anke Dehuisser (algemeen directeur);

Verontschuldigd: Dave Van den Bergh (schepen);

 

 

OMV 2025/150 - Leon Dumortierstraat 85 - vergunning

 

Het college van burgemeester en schepenen, in geheime zitting,

 

Juridische achtergrond

Artikel 56, §2, 7° van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is over de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.

 

Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verplicht elke vergunningverlenende overheid ertoe om de potentieel schadelijke effecten van de voorgenomen werken op het watersysteem te onderzoeken.

 

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009), en latere wijzigingen, hierna genoemd de VCRO en latere wijzigingsdecreten.

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

 

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) + bijlagen en latere wijzigingen; 

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene milieuvoorwaarden (VLAREM III) voor GPBV-installaties en latere wijzigingen;

 

Besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2012 betreft de verordening rond het kappen van bomen.

 

Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025 tot vaststelling van een retributiereglement voor meldingen en aanvragen van omgevingsvergunningen;

 

Feiten en context

De aanvraag ingediend door Marije Verhelst wonende Leon Dumortierstraat 85 te 2540 Hove, werd per beveiligde zending verzonden op 5 december 2025. Deze aanvraag werd ontvangen op 5 december 2025 en vervolledigd op 5 januari 2026.

De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 30 januari 2026.

 

De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Leon Dumortierstraat 85, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie B nr. 30H7.

 

Het betreft een aanvraag tot het regulariseren van het verbouwen van de woning en tuin (afwijkend van afgeleverde vergunning ref. 2023/19).

 

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Historiek

  • Op 12/06/2023 werd een omgevingsvergunning (2023/19) voor renovatie van een eengezinswoning, afbreken fietsenstalling, verharding voortuin/zijtuin en tuinhuis, plaatsen terras, plaatsen nieuw tuinhuis en zwembad voorwaardelijk afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
  • Er werd een bouwtoelating afgeleverd  (1956/59) voor bouwen van een landhuis.. Dit dossier werd opgenomen in het register op datum van 28/06/2016.

 

Adviezen

Gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 10 maart 2026: voorwaardelijk gunstig

 

Argumentatie

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het regulariseren van het verbouwen van de ééngezinswoning en de aanleg en inrichting van de tuin (afwijkend van afgeleverde vergunning ref. 2023/19).

 

Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving

De Leon Dumortierstraat is een zuidoost-noordwest georiënteerde straat ten oosten van de spoorlijn. De straat ligt op dezelfde lijn als de Vredestraat (ten westen van de spoorlijn) en de Jos Coveliersstraat (ten oosten van de Lintsesteenweg) en kruist de Geelhandlaan.

 

De betreffende woning is gelegen in het deel tussen de Molenstraat en de Geelhandlaan langs de zuidzijde van de straat waar uitsluitend vrijstaande eengezinswoningen staan. De tuinen palen achteraan aan een recreatiezone.

De woningen bevatten twee bouwlagen, voornamelijk met schild – en hellende daken. De gevels zijn opgetrokken uit baksteen of bepleisterd in lichte kleuren.

 

De betreffende woning is eengezinswoning in open bebouwing met twee bouwlagen met zadeldak. De gevelbreedte is 10,59 m, de bouwdiepte van het hoofdgebouw is 12,14 m. Hoofdgebouw staat ingeplant op 5,10 m achter de voorste perceelsgrens. De rechter zijdelingse perceelgrens loopt naar achter toe verder uit naar rechts. Ter hoogte van de voorgevel is de zijtuinstrook aan de rechter zijde 3,89 meter.

Aan de linker zijde van de woning is een aangebouwde garage mee opgenomen onder het schilddak van de woning. De zijgevel van de garage staat op 1,90 meter van de linker zijdelingse perceelgrens. Tussen de zijgevel van de garage en de linker perceelgrens staat een fietsenstalling.

 

De voortuin is gedeeltelijk verhard. Aan de achtergevel bestaat een terras van 10,50 meter breed en 5,00 meter diept. De achtertuin is ter hoogte van de achtergevel ongeveer 0,90 meter lager gelegen dan de vloerpas van het gelijkvloers.

In de rechter achterhoek van de achtertuin staat een tuinhuis van ongeveer 6 meter breed en 4,50 meter diep, op ongeveer 1 meter van beide perceelgrenzen. 

 

Toetsing aan de voorschriften

Het gevraagde is volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd op 3 oktober 1979, gelegen in woongebied.

Volgende voorschriften zijn van toepassing:

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare  nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project is in overeenstemming met de voorschriften van het geldende gewestplan.

 

Het project is volgens het Gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’, goedgekeurd op 19 juni 2009, gelegen binnen de afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

Volgende relevante stedenbouwkundige voorschriften zijn van toepassing:

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het grootstedelijk gebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing. De bestaande voorschriften kunnen daar door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA’s worden vervangen. Bij de vaststelling van die plannen en bij overheidsprojecten binnen de grenslijn gelden de relevante bepalingen van de ruimtelijke structuurplannen, conform de decretale bepalingen in verband met de verbindende waarde van die ruimtelijke structuurplannen.

 

Het perceel valt niet binnen een deelgebied waarvoor bestemmingsvoorschriften zijn vastgesteld. De gewestplanbestemming is van toepassing.

 

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA of gemeentelijk RUP, noch binnen de omschrijving van een vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag wordt als volgt getoetst aan de voorschriften van het gewestplan en de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede ruimtelijke ordening ter plaatse.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de gebiedsbestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.

 

Rooilijn

Het perceel wordt niet getroffen door een rooilijn.

 

Uitgeruste weg

In toepassing op de artikelen 4.3.5 tot en met 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kan gesteld worden dat de Leon Dumortierstraat een voldoende uitgeruste openbare weg is.

 

Riolering

De richtlijnen inzake aansluiting op de riolering en IBA-beheer kunnen worden bekomen bij Water-link (www.water-link.be of 078/35.35.09).

Het perceel is gelegen in centraal gebied. Aangezien de betreffende omgevingsvergunning zich situeert in een gebied met bestaande riolering die reeds is aangesloten op een zuiveringsinstallatie, dient het zwart water van de betreffende constructie via een septische put met Benor-certificaat te worden aangesloten op de bestaande riolering.

 

Openbaar onderzoek

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.

 

Raadpleging aanpalende eigenaar

Artikel 83 van het omgevingsvergunningsbesluit is niet van toepassing.

 

Watertoets

De aanleg in functie van hemelwateropvang dient te worden uitgevoerd conform de voorgaande vergunning (ref. 2023/19 - OMV_2023032424).

 

Project-MER

Het project komt niet voor op de lijsten gevoegd als bijlage I, II en III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (en latere wijzigingen) houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage. Er dient derhalve geen project-milieueffectrapportage noch een project-milieueffectrapportage-screeningsnota te worden opgesteld voor de aanvraag.

 

Inhoudelijke beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Deze beoordeling, als uitvoering van art. 1.1.4 van de codex gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen, houdt rekening met de volgende criteria als uitvoering van art. 4.3.1 van de VCRO:

 

Functionele inpasbaarheid

Het verbouwen van de ééngezinswoning en de aanleg en inrichting van de tuin is functioneel inpasbaar in het woongebied.

 

Mobiliteit

De bestaande inpandige garage blijft na de verbouwingswerken als garage voor een personenwagen in gebruik. Er is in de bestaande vergunde toestand voldaan aan het gemeentelijk parkeerreglement.

 

Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid

De voorgestelde uitbreiding van de woning zorgt voor een verhoging van de bouwdiepte tot 17 meter. Met deze bouwdiepte blijft de diepte van de achtertuin in verhouding tot de perceelgrootte en de bebouwingsgraad op het perceel. De afstand tussen de woning met uitbreiding en de perceelgrenzen blijft behouden en is aanvaardbaar.

 

Het nieuwe zwembad met zonneterras wordt gedraaid ten opzichte van de voorgaande vergunning. Het op te richten vrijstaande bijgebouw heeft een bescheiden en aanvaarbare ruimtelijke impact. De verhardingen en het zwembad in de achtertuin bedroegen samen in de vergunde toestand 74,56 m². De nieuwe toestand voorziet in een totale oppervlakte van 75,52m². De graad van verharding in de achtertuin blijft aanvaardbaar.

 

De inrit en de verhardingen in de voortuin dienen te worden aangepast volgens het huidige inplantingsplan. De overige bestaande verhardingen die voorzien zijn als parkeerplaats ter hoogte van de voordeur moeten worden verwijderd. Het verwijderen van de verhardingen dient uiterlijk binnen 12 maanden na het afleveren van de voorliggende vergunning te gebeuren. Ter hoogte van het openbaar domein moet de perceelsgrens op een onoverrijdbare manier worden afgesloten, met uitzondering van de toegelaten en vergunde oprit met een maximale breedte van 3,00 m.

 

Het project integreert zich bij de bestaande architectuur en in het bestaande bebouwde weefsel. Het ruimtegebruik en de voorgestelde bouwdichtheid blijven aanvaardbaar. Door de afstand tot de perceelgrenzen, de inplanting en de positionering van raam-en deuropeningen, behoudt de aanvraag voldoende respect voor de aangrenzende eigendommen qua lichtinval, bezonning en inkijk.

 

Visueel-vormelijke elementen

De voorgestelde gevelmaterialen behoren tot gangbare en eigentijdse gevelafwerking. De voorgestelde gevelafwerking integreert zich op esthetische wijze bij de bestaande architectuur en is aanvaardbaar en niet storend in de omgeving.

 

Cultuurhistorische aspecten

De aanvraag betreft geen beschermd monument, en is ook niet gelegen in de nabijheid of het gezichtsveld van een beschermd monument, dorpszicht of landschap. Het betreft geen gebouw dat is opgenomen in de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.

 

Bodemreliëf

Er wordt geen aanpassing aan het bodemreliëf voorgesteld.

 

Andere hinderaspecten inzake gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

De aanvraag bevat geen elementen waarvan kan verwacht worden dat ze enige invloed op de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen kunnen hebben.

 

 

Conclusie gemeentelijk omgevingsambtenaar

Op basis van de bovenvermelde motivering wordt de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd  mits te voldoen aan volgende voorwaarden:

        Het parkeren in de voortuinzone wordt niet toegelaten. Het behouden deel van de bestaande verharding in de voortuin mag enkel dienst doen als zone om de wagen op eigen terrein veilig te draaien;

        De inrit en de verhardingen in de voortuin dienen te worden aangepast volgens het huidige inplantingsplan;

     De overige bestaande verhardingen die voorzien zijn als parkeerplaats ter hoogte van de voordeur moeten worden verwijderd.

     Het verwijderen van de verhardingen dient uiterlijk binnen 12 maanden na het afleveren van de voorliggende vergunning te gebeuren.

     Ter hoogte van het openbaar domein moet de perceelsgrens op een onoverrijdbare manier worden afgesloten, met uitzondering van de toegelaten en vergunde oprit met een maximale breedte van 3,00 m.

        Er mag ten gevolge van de aanleg van het zwembad geen reliëfwijziging zijn uitgevoerd;

        De volgende richtlijnen voor de aanleg van een zwembad dienen, indien van toepassing, nageleefd te worden:

     Het spoelwater van chemische filters en hydrolysesystemen dient aangesloten te worden op de afvalwaterafvoer;

     Het spoelwater van biologische filters dient te worden aangesloten op de regenwaterafvoer naar een (open) infiltratievoorziening;

     De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de regenwaterafvoer, aangezien deze overlopen bij regenwater veelvuldig zullen werken. Deze overloop dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening. Indien deze in 1 keer geledigd wordt, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden.

     De chloordosering wordt een 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld.

 

Conclusie college van burgemeester en schepenen

Het college sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.

 

BESLUIT: 

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen levert de voorwaardelijke omgevingsvergunning af voor het regulariseren van het verbouwen van de woning en tuin (afwijkend van afgeleverde vergunning ref. 2023/19).

 

Artikel 2

Volgende voorwaarden en/of lasten worden opgelegd:

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

        Het parkeren in de voortuinzone wordt niet toegelaten. Het behouden deel van de bestaande verharing in de voortuin mag enkel dienst doen als zone om de wagen op eigen terrein veilig te draaien;

        De inrit en de verhardingen in de voortuin dienen te worden aangepast volgens het huidige inplantingsplan;

     De overige bestaande verhardingen die voorzien zijn als parkeerplaats ter hoogte van de voordeur moeten worden verwijderd.

     Het verwijderen van de verhardingen dient uiterlijk binnen 12 maanden na het afleveren van de voorliggende vergunning te gebeuren.

     Ter hoogte van het openbaar domein moet de perceelsgrens op een onoverrijdbare manier worden afgesloten, met uitzondering van de toegelaten en vergunde oprit met een maximale breedte van 3,00 m.

        Er mag ten gevolge van de aanleg van het zwembad geen reliëfwijzigingen worden uitgevoerd;

        De volgende richtlijnen voor de aanleg van een zwembad dienen, indien van toepassing, nageleefd te worden:

     Het spoelwater van chemische filters en hydrolysesystemen dient aangesloten te worden op de afvalwaterafvoer;

     Het spoelwater van biologische filters dient te worden aangesloten op de regenwaterafvoer naar een (open) infiltratievoorziening;

     De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de regenwaterafvoer, aangezien deze overlopen bij regenwater veelvuldig zullen werken. Deze overloop dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening. Indien deze in 1 keer geledigd wordt, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden.

     De chloordosering wordt een 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld.

 

Algemene voorwaarden

  1. binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen de 'bekendmaking' gedurende een periode van dertig dagen aan te plakken op de plaats waarop deze vergunning betrekking heeft, duidelijk zichtbaar en leesbaar vanaf de openbare weg; indien het niet mogelijk is op de plaats zelf de bekendmaking duidelijk zichtbaar en leesbaar uit te hangen, moet ze worden uitgehangen op een goed zichtbare plaats in de onmiddellijke omgeving van de plaats waarop de vergunning betrekking heeft; de gele affiche 'bekendmaking beslissing' wordt aangetekend verzonden
  2. onmiddellijk na aanplakking van de bekendmaking dient u de datum van aanplakking in te voeren in het omgevingsloket.  De dag na de aanplakking start de beroepstermijn;
  3. van een omgevingsvergunning mag pas gebruik gemaakt worden als u niet binnen de vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking op de hoogte werd gebracht dat er een beroep werd aangetekend tegen de beslissing;
  4. pas na de laatste dag van aanplakking kan u 'de start van de werken' ingeven in het omgevingsloket;
  5. alvorens de bouwwerken aan te vatten een waarborgsom van  EUR te storten in de gemeentekas door overschrijving op rekening nr. BE17 0910 0009 6221 met vermelding van het nummer van uw vergunning ; bij niet-betaling van deze waarborg zullen de herstellingskosten van eventuele schade, vastgesteld na het beëindigen van de werken, verhaald worden op de bouwheer;
  6. Minstens 14 dagen voor de start van de werken ons via omgeving@hove.be op de hoogte te brengen zodat de voorgeschreven bouwlijn kan worden uitgezet.
  7. U dient een dwg-versie van de vergunde plannen aan te leveren.;
  8. de uitvoeringsvoorwaarden gesteld in de bijlage nr.1 en 2 aan dit besluit stipt na te leven;
  9. binnen één jaar na voltooiing van de ruwbouw het bewijs voor te leggen dat men toepassing gemaakt heeft van het gemeentelijk belastingsreglement terzake;
  10.                      binnen één jaar na de voltooiing van de ruwbouw  verharde parkeerplaats(en) aan te leggen in de ……zijtuinstrook, dit is de strook gelegen naast de woning en achter de voorgevelbouwlijn; in de voortuin mag enkel een noodzakelijke oprit naar een garage of parkeerplaats en de paden naar de ingang worden aangelegd, geen parkeerplaats op zichzelf; de afmetingen van een opgelegde parkeerplaats in open lucht voor eengezinswoningen dienen minimum 2,5m x 5,5m te bedragen en liefst in waterdoorlaatbare verharding; de parkeerplaats moet effectief toegankelijk zijn en kunnen gebruikt worden en dient te allen tijde te worden gehandhaafd, op straffe van een bouwovertreding en/of een compensatoire belasting of boete volgens het vigerende reglement;
  11.                      de afvoer van het hemelwater afkomstig van het dak (en/of verharde oppervlakte) wordt in overeenstemming gebracht met de gewestelijke verordening op het afkoppelen van dakoppervlaktes (en/of verharde oppervlaktes);
  12.                      de normbepalingen van hoofdstuk 3 van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid worden nageleefd;
  13.                      het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders wordt nageleefd;
  14.                      de voorwaarden gesteld in het advies van de instantie van datum (als bijlage) worden stipt nageleefd;
  15.                      de groenvoorzieningen opgetekend op het inplantingsplan worden aangelegd met streekeigen bomen en/of beplanting en dit ten laatste het eerste plantseizoen volgend op de uitvoering van de vergunde werken;
  16.                      de bekrachtigde archeologienota na te leven, of;als de ingreep in de bodem van deze vergunde werken afwijkt van de ingreep in de bodem van de werken, omschreven in de bekrachtigde archeologienota, geldt de bekrachtigde archeologienota niet als toelating voor de maatregelen die erin omschreven zijn. In dat geval moet u de procedure overeenkomstig artikel 5.4.16 tot en met artikel 5.4.21 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 naleven;
  17.                      (voor appartementen) De bouwpromotor of initiatiefnemer heeft de verplichting om de geldende reglementering, uitgevaardigd door de distributienetbeheerder IVEKA voor elektriciteit en voor aardgas, inzake de distributie van elektriciteit en gas naar en in appartementsgebouwen strikt na te leven; deze teksten zijn raadpleegbaar op de website van de distributienetbeheerder via https://www.fluvius.be/sites/fluvius/files/2019-02/Studie-en-offerteaanvraag-voor-projecten.pdf;
  18.                      er op toe te zien dat een gescheiden rioleringssysteem wordt aangelegd in functie van de latere aanleg van een/het gescheiden rioleringssysteem op het openbaar domein.
  19.                      juridisch gezien loopt het broedseizoen in Vlaanderen van 15 maart tot 15 juli. In deze periode is het verboden om opzettelijk vogels, hun eieren en hun nesten te verstoren en/of te vernielen. Daarom is het tijdens deze periode verboden om bomen of struiken te snoeien of kappen.

 

Deze beslissing stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.

 

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de vergunde stedenbouwkundige handelingen;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:


1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;


4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;


5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;


6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:


1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;


2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;


3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.