BESLUIT ZONDER VISUM VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

 

Zitting van maandag 16 maart 2026

 

 

Aanwezig: Thierry Lens (burgemeester);Dave Van den Bergh, Lenn De Cleene, Sofie Lemmens (Schepenen);Anke Dehuisser (algemeen directeur);

Verontschuldigd: Bart Van Couwenberghe (schepen);

 

 

OMV 2025/160 - Vincent Bavaisstraat 80 - vergunning

 

Het college van burgemeester en schepenen, in geheime zitting,

 

Juridische achtergrond

Artikel 56, §2, 7° van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is over de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.

 

Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verplicht elke vergunningverlenende overheid ertoe om de potentieel schadelijke effecten van de voorgenomen werken op het watersysteem te onderzoeken.

 

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009), en latere wijzigingen, hierna genoemd de VCRO en latere wijzigingsdecreten.

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

 

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) + bijlagen en latere wijzigingen; 

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene milieuvoorwaarden (VLAREM III) voor GPBV-installaties en latere wijzigingen;

 

Besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2012 betreft de verordening rond het kappen van bomen.

 

Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025 tot vaststelling van een retributiereglement voor meldingen en aanvragen van omgevingsvergunningen;

 

Feiten en context

De aanvraag ingediend door Pierre Van Mechelen wonende Vincent Bavaisstraat 80 te 2540 Hove, werd per beveiligde zending verzonden op 19 december 2025. Deze aanvraag werd ontvangen op 19 december 2025 en vervolledigd op 14 januari 2026.

De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 30 januari 2026.

 

De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Vincent Bavaisstraat 80, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie A nr. 267K5.

 

Het betreft een aanvraag tot het slopen van 2 bijgebouwen, bouwen van een nieuw bijgebouw, rooien van 2 bomen.

 

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Historiek

        Op 24/06/2024 werd een omgevingsvergunning (2024/44) voor plaatsen van een dakkapel afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Er werd een bouwtoelating afgeleverd  (1952/39) voor veranderen inrijpoort.. Dit dossier werd opgenomen in het register op datum van 12/07/2016.

        Er werd een bouwtoelating afgeleverd  (1950/113) voor bouwen van bergplaats.. Dit dossier werd opgenomen in het register op datum van 05/07/2016.

        Er werd een bouwtoelating afgeleverd  (1947/42) voor verbreding van aangebouwde remise. Dit dossier werd opgenomen in het register op datum van 04/07/2016.

        Er werd een bouwtoelating afgeleverd  (1948/36) voor bijbouwen van een werkhuis en magazijn. Dit dossier werd opgenomen in het register op datum van 04/07/2016.

        Op 25/04/2016 werd een stedenbouwkundige vergunning (2016/16) voor isoleren van de voorgevel afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 24/10/2011 werd een stedenbouwkundige vergunning (2011/55) voor isoleren van de voorgevel afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 12/02/2001 werd een stedenbouwkundige vergunning (2001/10) voor verbouwen van de woning, afbraak van 2 bergingen en aanbouwen van een garage afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 20/09/1982 werd een stedenbouwkundige vergunning (1982/59) voor aanbouwen van een veranda afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 07/07/1969 werd een stedenbouwkundige vergunning (1969/54) voor veranderingen aan de voorgevel afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op  werd een omgevingsvergunning (2025/92) voor bouwen van een tuinhuis  door de deputatie.

 

Adviezen

Milieu dd. 27 februari 2026: voorwaardelijk gunstig (zie bijlage)

Infrabel dd. 12 februari 2026: voorwaardelijk gunstig

Gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 10 maart 2026: voorwaardelijk gunstig

 

Argumentatie

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft betrekking op het slopen van twee bijgebouwen, bouwen van een nieuw bijgebouw en rooien van twee bomen

 

Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving

De Vincent Bavaisstraat is een woonstraat gelegen in het kerngebied van Hove, ten oosten van de spoorweg. De straat loop in noordzuid richting, vertrekt in het noorden aan de Kapelstraat en sluit in het zuiden via een pleintje aan op de Meylstraat. De straat wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk woningen in gesloten bouworde met twee bouwlagen en een zadeldak.

De bouwplaats betreft een bebouwde kavel met een woning met voorgevel op voorste perceelgrens. De woning bestaat uit twee aanpalende volumes. Vooraan aan de straat bestaat een bouwvolume met anderhalve bouwlaag en een zadeldak met nok parallel aan de straat, een tweede volume staat rechts achter dit deel, heeft twee bouwlagen en een hellend dak met nok dwars op de straat. Rechts van dit deel, ter hoogte van de zijtuinstrook bestaat een aangebouwde garage, gekoppeld met de garage van de woning op het rechtsaanpalende perceel.  De gevels van de woning zijn afgewerkt met gevelbepleistering, de daken zijn bedekt met zwarte dakpannen.

 

Toetsing aan de voorschriften

Het gevraagde is volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd op 3 oktober 1979, gelegen in woongebied.

Volgende voorschriften zijn van toepassing:

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare  nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project is in overeenstemming met de voorschriften van het geldende gewestplan.

 

Het project is volgens het Gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’, goedgekeurd op 19 juni 2009, gelegen binnen de afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

Volgende relevante stedenbouwkundige voorschriften zijn van toepassing:

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het grootstedelijk gebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing. De bestaande voorschriften kunnen daar door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA’s worden vervangen. Bij de vaststelling van die plannen en bij overheidsprojecten binnen de grenslijn gelden de relevante bepalingen van de ruimtelijke structuurplannen, conform de decretale bepalingen in verband met de verbindende waarde van die ruimtelijke structuurplannen.

 

Het perceel valt niet binnen een deelgebied waarvoor bestemmingsvoorschriften zijn vastgesteld. De gewestplanbestemming is van toepassing.

 

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA of gemeentelijk RUP, noch binnen de omschrijving van een vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag wordt als volgt getoetst aan de voorschriften van het gewestplan en de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede ruimtelijke ordening ter plaatse.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de gebiedsbestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.

 

Rooilijn

De woning wordt getroffen door de rooilijn van de Vincent Bavaisstraat, goedgekeurd bij KB 24/09/1931.

 

In afwijking van art. 4.3.8 §1 lid 1 VCRO kan een vergunning verleend worden gezien uit het advies van de wegbeheerder blijkt dat de rooilijn niet binnen de vijf jaar na de afgifte van de vergunning zal worden gerealiseerd. 

Als er na het verstrijken van die termijn wordt onteigend, wordt bij het bepalen van de vergoeding geen rekening gehouden met de waardevermeerdering die uit de vergunde handelingen voortvloeit.

 

Uitgeruste weg

In toepassing op de artikelen 4.3.5 tot en met 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kan gesteld worden dat de Vincent Bavaisstraat een voldoende uitgeruste openbare weg is.

 

Riolering

De richtlijnen inzake aansluiting op de riolering en IBA-beheer kunnen worden bekomen bij Water-link (www.water-link.be of 078/35.35.09).

Het perceel is gelegen in centraal gebied. Aangezien de betreffende omgevingsvergunning zich situeert in een gebied met bestaande riolering die reeds is aangesloten op een zuiveringsinstallatie, dient het zwart water van de betreffende constructie via een septische put met Benor-certificaat te worden aangesloten op de bestaande riolering.

 

Openbaar onderzoek

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.

 

Raadpleging aanpalende eigenaar

Artikel 83 van het omgevingsvergunningsbesluit is niet van toepassing.

 

Watertoets

Het voorliggende project heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is.

 

Op basis van de aanstiplijst aangaande de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 en de stukken gevoegd bij de aanvraag blijkt dat voldaan wordt aan de verordening. De hemelwaterafvoer wordt aangesloten op een bovengrondse infiltratievoorziening met een beschikbare infiltratieoppervlakte van 12m² en een volume van 2287,5 liter.

 

Project-MER

Het project komt niet voor op de lijsten gevoegd als bijlage I, II en III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (en latere wijzigingen) houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage. Er dient derhalve geen project-milieueffectrapportage noch een project-milieueffectrapportage-screeningsnota te worden opgesteld voor de aanvraag.

 

Inhoudelijke beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Deze beoordeling, als uitvoering van art. 1.1.4 van de codex gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen, houdt rekening met de volgende criteria als uitvoering van art. 4.3.1 van de VCRO:

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag heeft betrekking tot het slopen van twee bestaande bijgebouwen en oprichten van een nieuw bijgebouw in de achtertuin bij een vergund geachte woning. Het bijgebouw wordt opgetrokken in woongebied. De voorliggende aanvraag is inpasbaar in het woongebied.

 

Mobiliteitsimpact

De voorliggende aanvraag wijzigt niets aan de parkeerbehoefte van de eengezinswoning. De bestaande vergunde bewoonbare oppervlakte blijft behouden..

 

Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid

In de huidige toestand zijn er twee tuinhuizen aanwezig op het terrein. Een van 3,48m² en een prefab tuinhuis van 5,47m². Beide constructies worden gesloopt in functie van het oprichten van een nieuw bijgebouw met een oppervlakte van 57,34m². De constructie is beperkt groter dan het gemiddelde bijgebouw bij een woning. Het betreft een ruim perceel waardoor het groter bijgebouw geen negatieve impact heeft op het ruimtegebruik.

 

Het bijgebouw zal worden aangewend als bureau/ vergaderruimte, archiefruimte en hobbyruimte. Er worden aan de buitenzijden van het gebouw kasten voorzien voor de opslag van tuinmateriaal e.d. De afwijkende functie van het bijgebouw is aanvaardbaar.

 

Het bijgebouw staat zo ingeplant op het terrein dat de impact op de aanpalende nihil is. De privacy van de aanpalende blijft gewaarborgd. De tuin grenst aan de achterzijde aan de spoorweg. De afstand tot de spoorweg is ruim voldoenden en binnen de marge van Infrabel. Er is geen bezwaar tegen de inplanting van het bijgebouw.

 

Er worden van de woning naar het bijgebouw stapstenen aangelegd. De stapstenen hebben een totale oppervlakte van 60m². Er is geen bezwaar tegen de voorziene stapstenen.

 

Voor het oprichten van het bijgebouw moeten twee bomen worden gerooid. Er werd advies gevraagd aan de dienst Milieu van de gemeente Hove. Het advies is voorwaardelijk gunstig. Het volledig advies wordt behandeld onder de rubriek "externe adviezen".

 

Visueel-vormelijke elementen

De voorgestelde materialen behoren tot gangbare en eigentijdse gevelafwerking. De voorgestelde gevelafwerking integreert zich op esthetische wijze bij de bestaande architectuur en is aanvaardbaar en niet storend in de omgeving.

 

Cultuurhistorische aspecten

De aanvraag heeft geen betrekking op een beschermd monument of een goed dat voorkomt op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. De plaats van de aanvraag is evenmin gelegen in  een beschermd dorpsgezicht of beschermd landschap. Een archeologienota (zoals vermeld in art. 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013) is niet vereist, omdat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden die het decreet heeft bepaald.

 

Bodemreliëf

Er wordt geen aanpassing aan het bodemreliëf voorgesteld.

 

Andere hinderaspecten inzake gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

De aanvraag bevat geen elementen waarvan kan verwacht worden dat ze enige invloed op de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen kunnen hebben.

 

Bespreking adviezen

Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van Infrabel dd. 12 februari 2026. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;

 

Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst Milieu Hove dd. 27 februari 2026. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd. Het advies luidt als volgt:

 

[…]

 

Bespreking van de aanvraag

Het terrein bestaat uit een klassieke tuinaanleg bestaande uit een gazon bij een woning opgetrokken tussen 1919 en 1930. Op het terrein zijn enkele (grote) bomen aanwezig. 

 

Het terrein is niet ingetekend op de biologische waarderingskaart.

 

Er werd geen verslag aan de aanvraag toegevoegd. De motivering luidt als volgt:

De bomen worden gerooid in functie van het oprichten van het bijgebouw.

 

Conclusie

In principe wordt geen gunstig advies verleend voor het rooien van bomen met het oog op het oprichten van een bijgebouw. Bomen vormen immers een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit, de biodiversiteit en de klimaatadaptieve inrichting van een perceel. Het behoud van bestaande bomen heeft daarom steeds de voorkeur, tenzij er gegronde redenen zijn die het behoud bemoeilijken of onmogelijk maken.

 

Er werd tijdens het onderzoek vastgesteld dat de boom rechts vooraan aan het bestaande op zeer korte afstand van de bestaande constructie staat ingeplant, waardoor de boom onvoldoende groeiruimte heeft. Door deze beperkte standplaats en de nabijheid van de constructie kan de boom zich niet op een duurzame manier ontwikkelen. Bovendien vertoont de boom slechts een beperkte kwaliteit en heeft hij een relatief beperkte toekomstverwachting. Gelet op deze omstandigheden is het rooien van deze boom voorwaardelijk aanvaardbaar.

 

De boom achteraan het bestaande bijgebouw vertoont een uitgesproken helling in de richting van het perceel van de aanpalende buren. De boom vertoont een sterke scheefgroei ten gevolge van concurrentie om licht en ruimte met de andere bomen. Daarnaast heeft de boom hierdoor een zeer iele en weinig stabiele groeivorm. Hierdoor bestaat er op middellange termijn een verhoogd risico op stambreuk of het omvallen van de boom, wat een potentieel risico kan vormen voor de aanpalende percelen en constructies. Vanuit veiligheidsoverwegingen kan het rooien van deze boom aanvaardbaar worden geacht, mits het naleven van de volgende voorwaarden.

 

Het perceel heeft een oppervlakte van 8,91 are. Er is verder na het rooien van de betrokken bomen voldoende ruimte voor het aanplanten van twee kleine tot middelgrote. Er dienen twee nieuwe bomen te worden aangeplant op eigen terrein.

 

Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen.

 

De bomen dienen te worden gecompenseerd door een volwaardig, inheems alternatief, eigen aan de streek (Middelgrote bomen: bv. een zomer- of wintereik, Gewone Els, Hazelaar, e.d.) met een plantmaat van 14/16cm en met een stamhoogte gangbaar voor een hoogstammige boom.

 

De nieuwe bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de huidige bomen. Indien de nieuwe aan te planten bomen uitvallen dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen. De bomen moet de kans krijgen om volwaardig uit te groeien.

 

Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant.

 

De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- of wildvraat.

 

De aanplanting van de bomen en hagen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek.

 

De aanvrager dient de aanplant te kunnen bewijzen met o.a. aankoopfacturen.

 

Voorwaarden

       Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen;

       Er dienen twee nieuwe bomen te worden aangeplant op eigen terrein;

       De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek;

       De bomen dienen te worden gecompenseerd door een volwaardig, inheems alternatief, eigen aan de streek (Middelgrote bomen: bv. een zomer- of wintereik, Gewone Els, Hazelaar, e.d.);

       De bomen dienen een minimale plantmaat van 14/16cm te bezitten

       De bomen dient een stamhoogte te bezitten die gangbaar voor een hoogstammige boom;

       De nieuwe bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de bestaande bomen;

       Indien de nieuw aan te planten bomen uitvallen dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen;

       De bomen moet de kans krijgen om volwaardig uit te groeien

       Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant;

       De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- en wildvraat.

       Beschermen van bomen tijdens de werf: Tijdens de uitvoering van de werf dienen alle nodige maatregelen genomen te worden om schade aan bestaande bomen te voorkomen. Het volgende dient strikt opgevolgd te worden:

    Opslag en materiaalbeheer

     Het is verboden om (bouw)materialen, werktuigen, teeltaarde, grond, afval of andere voorwerpen op te slaan binnen de kroonprojectie van de bomen.

     Opslagzones dienen duidelijk afgebakend te worden buiten de beschermde zone van de bomen.

    Wegverkeer en toegang

     Werfverkeer, inclusief voertuigen en machines, mag de kroonprojectie van de bomen niet betreden.

     Indien tijdelijk transport door de buurt van bomen noodzakelijk is, dient een beschermende rijlaag (bijv. rijplaten of grindpad) aangelegd te worden om bodemverdichting te voorkomen.

    Fysieke bescherming van bomen

     De stam kan worden beschermd door wikkeling met jute of boomdoek, eventueel ondersteund met houten latten om insnijding door machines te voorkomen.

     Voor kwetsbare bomen kan een extra bescherming rond de stam en wortelzone worden aangebracht, zoals schuttingen of hekken.

    Afbakening van de kroonprojectie

     De kroonprojectie van elke boom dient duidelijk afgebakend te worden met hekken, linten of markeringen om te voorkomen dat werfactiviteiten de beschermde zone binnendringen.

     Afbakening moet zichtbaar en duurzaam zijn gedurende de hele duur van de werf.

    Verantwoordelijkheden

     De bouwheer en de aannemer zijn verantwoordelijk voor de naleving van deze beschermingsmaatregelen.

     Regelmatige controles dienen uitgevoerd te worden om schade aan stammen, takken of wortels tijdig te detecteren en te voorkomen.

    Aanvullende voorzorgsmaatregelen

     Vermijd zware grondbewerkingen, graafwerken of het aanbrengen van funderingen binnen de wortelzone.

     Bij onverhoopt beschadigde bomen moet onmiddellijk een gespecialiseerde boomverzorger worden geraadpleegd.

Opmerking:

Indien voor de uitvoering van de werken een inname van het openbaar domein (rijweg, fiets- of voetpaden, e.d.) of een parkeerverbod nodig is, dient de aanvrager dit aan te vragen via de website van de gemeente of bij de dienst 'Mobiliteit, openbare werken en veiligheid' (MOWV) van de gemeente.

 

Natuurtoets

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode van 1 maart tot 1 juli moet men er zich – vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken – van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of er vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient de aanvrager contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mailadres.

 

Conclusie gemeentelijk omgevingsambtenaar

Op basis van de bovenvermelde motivering wordt de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd  mits te voldoen aan volgende voorwaarden:

        De voorwaarden uit het advies van Infrabel dd. 12 februari 2026 dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden uit het advies van de dienst Milieu Hove dd. 27 februari 2026 dienen strikt te worden nageleefd:

        Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen;

        Er dienen twee nieuwe bomen te worden aangeplant op eigen terrein;

        De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek;

        De bomen dienen te worden gecompenseerd door een volwaardig, inheems alternatief, eigen aan de streek (Middelgrote bomen: bv. een zomer- of wintereik, Gewone Els, Hazelaar, e.d.);

        De bomen dienen een minimale plantmaat van 14/16cm te bezitten

        De bomen dient een stamhoogte te bezitten die gangbaar voor een hoogstammige boom;

        De nieuwe bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de bestaande bomen;

        Indien de nieuw aan te planten bomen uitvallen dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen;

        De bomen moet de kans krijgen om volwaardig uit te groeien

        Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant;

        De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- en wildvraat.

        Beschermen van bomen tijdens de werf: Tijdens de uitvoering van de werf dienen alle nodige maatregelen genomen te worden om schade aan bestaande bomen te voorkomen. Het volgende dient strikt opgevolgd te worden:

     Opslag en materiaalbeheer

     Het is verboden om (bouw)materialen, werktuigen, teeltaarde, grond, afval of andere voorwerpen op te slaan binnen de kroonprojectie van de bomen.

     Opslagzones dienen duidelijk afgebakend te worden buiten de beschermde zone van de bomen.

     Wegverkeer en toegang

     Werfverkeer, inclusief voertuigen en machines, mag de kroonprojectie van de bomen niet betreden.

     Indien tijdelijk transport door de buurt van bomen noodzakelijk is, dient een beschermende rijlaag (bijv. rijplaten of grindpad) aangelegd te worden om bodemverdichting te voorkomen.

     Fysieke bescherming van bomen

     De stam kan worden beschermd door wikkeling met jute of boomdoek, eventueel ondersteund met houten latten om insnijding door machines te voorkomen.

     Voor kwetsbare bomen kan een extra bescherming rond de stam en wortelzone worden aangebracht, zoals schuttingen of hekken.

     Afbakening van de kroonprojectie

     De kroonprojectie van elke boom dient duidelijk afgebakend te worden met hekken, linten of markeringen om te voorkomen dat werfactiviteiten de beschermde zone binnendringen.

     Afbakening moet zichtbaar en duurzaam zijn gedurende de hele duur van de werf.

     Verantwoordelijkheden

     De bouwheer en de aannemer zijn verantwoordelijk voor de naleving van deze beschermingsmaatregelen.

     Regelmatige controles dienen uitgevoerd te worden om schade aan stammen, takken of wortels tijdig te detecteren en te voorkomen.

     Aanvullende voorzorgsmaatregelen

     Vermijd zware grondbewerkingen, graafwerken of het aanbrengen van funderingen binnen de wortelzone.

     Bij onverhoopt beschadigde bomen moet onmiddellijk een gespecialiseerde boomverzorger worden geraadpleegd.

Opmerking:

Indien voor de uitvoering van de werken een inname van het openbaar domein (rijweg, fiets- of voetpaden, e.d.) of een parkeerverbod nodig is, dient de aanvrager dit aan te vragen via de website van de gemeente of bij de dienst 'Mobiliteit, openbare werken en veiligheid' (MOWV) van de gemeente.

 

Conclusie college van burgemeester en schepenen

Het college sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.

 

BESLUIT: 

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen levert de voorwaardelijke omgevingsvergunning af voor het slopen van 2 bijgebouwen, bouwen van een nieuw bijgebouw, rooien van 2 bomen.

 

Artikel 2

Volgende voorwaarden en/of lasten worden opgelegd:

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

        De voorwaarden uit het advies van Infrabel dd. 12 februari 2026 dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden uit het advies van de dienst Milieu Hove dd. 27 februari 2026 dienen strikt te worden nageleefd:

       Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen;

       Er dienen twee nieuwe bomen te worden aangeplant op eigen terrein;

       De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek;

       De bomen dienen te worden gecompenseerd door een volwaardig, inheems alternatief, eigen aan de streek (Middelgrote bomen: bv. een zomer- of wintereik, Gewone Els, Hazelaar, e.d.);

       De bomen dienen een minimale plantmaat van 14/16cm te bezitten

       De bomen dient een stamhoogte te bezitten die gangbaar voor een hoogstammige boom;

       De nieuwe bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de bestaande bomen;

       Indien de nieuw aan te planten bomen uitvallen dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen;

       De bomen moet de kans krijgen om volwaardig uit te groeien

       Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant;

       De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- en wildvraat.

       Beschermen van bomen tijdens de werf: Tijdens de uitvoering van de werf dienen alle nodige maatregelen genomen te worden om schade aan bestaande bomen te voorkomen. Het volgende dient strikt opgevolgd te worden:

    Opslag en materiaalbeheer

     Het is verboden om (bouw)materialen, werktuigen, teeltaarde, grond, afval of andere voorwerpen op te slaan binnen de kroonprojectie van de bomen.

     Opslagzones dienen duidelijk afgebakend te worden buiten de beschermde zone van de bomen.

    Wegverkeer en toegang

     Werfverkeer, inclusief voertuigen en machines, mag de kroonprojectie van de bomen niet betreden.

     Indien tijdelijk transport door de buurt van bomen noodzakelijk is, dient een beschermende rijlaag (bijv. rijplaten of grindpad) aangelegd te worden om bodemverdichting te voorkomen.

    Fysieke bescherming van bomen

     De stam kan worden beschermd door wikkeling met jute of boomdoek, eventueel ondersteund met houten latten om insnijding door machines te voorkomen.

     Voor kwetsbare bomen kan een extra bescherming rond de stam en wortelzone worden aangebracht, zoals schuttingen of hekken.

    Afbakening van de kroonprojectie

     De kroonprojectie van elke boom dient duidelijk afgebakend te worden met hekken, linten of markeringen om te voorkomen dat werfactiviteiten de beschermde zone binnendringen.

     Afbakening moet zichtbaar en duurzaam zijn gedurende de hele duur van de werf.

    Verantwoordelijkheden

     De bouwheer en de aannemer zijn verantwoordelijk voor de naleving van deze beschermingsmaatregelen.

     Regelmatige controles dienen uitgevoerd te worden om schade aan stammen, takken of wortels tijdig te detecteren en te voorkomen.

    Aanvullende voorzorgsmaatregelen

     Vermijd zware grondbewerkingen, graafwerken of het aanbrengen van funderingen binnen de wortelzone.

     Bij onverhoopt beschadigde bomen moet onmiddellijk een gespecialiseerde boomverzorger worden geraadpleegd.

Opmerking:

Indien voor de uitvoering van de werken een inname van het openbaar domein (rijweg, fiets- of voetpaden, e.d.) of een parkeerverbod nodig is, dient de aanvrager dit aan te vragen via de website van de gemeente of bij de dienst 'Mobiliteit, openbare werken en veiligheid' (MOWV) van de gemeente.

 

Algemene voorwaarden

  1. binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen de 'bekendmaking' gedurende een periode van dertig dagen aan te plakken op de plaats waarop deze vergunning betrekking heeft, duidelijk zichtbaar en leesbaar vanaf de openbare weg; indien het niet mogelijk is op de plaats zelf de bekendmaking duidelijk zichtbaar en leesbaar uit te hangen, moet ze worden uitgehangen op een goed zichtbare plaats in de onmiddellijke omgeving van de plaats waarop de vergunning betrekking heeft; de gele affiche 'bekendmaking beslissing' wordt aangetekend verzonden
  2. onmiddellijk na aanplakking van de bekendmaking dient u de datum van aanplakking in te voeren in het omgevingsloket.  De dag na de aanplakking start de beroepstermijn;
  3. van een omgevingsvergunning mag pas gebruik gemaakt worden als u niet binnen de vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking op de hoogte werd gebracht dat er een beroep werd aangetekend tegen de beslissing;
  4. pas na de laatste dag van aanplakking kan u 'de start van de werken' ingeven in het omgevingsloket;
  5. alvorens de bouwwerken aan te vatten een waarborgsom van 600 EUR te storten in de gemeentekas door overschrijving op rekening nr. BE17 0910 0009 6221 met vermelding van het nummer van uw vergunning ; bij niet-betaling van deze waarborg zullen de herstellingskosten van eventuele schade, vastgesteld na het beëindigen van de werken, verhaald worden op de bouwheer;
  6. de uitvoeringsvoorwaarden gesteld in de bijlage nr.1 en 2 aan dit besluit stipt na te leven;
  7. de afvoer van het hemelwater afkomstig van het dak (en/of verharde oppervlakte) wordt in overeenstemming gebracht met de gewestelijke verordening op het afkoppelen van dakoppervlaktes (en/of verharde oppervlaktes);
  8. de normbepalingen van hoofdstuk 3 van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid worden nageleefd;
  9. de voorwaarden gesteld in het advies van de instantie van datum (als bijlage) worden stipt nageleefd;
  10.                      juridisch gezien loopt het broedseizoen in Vlaanderen van 15 maart tot 15 juli. In deze periode is het verboden om opzettelijk vogels, hun eieren en hun nesten te verstoren en/of te vernielen. Daarom is het tijdens deze periode verboden om bomen of struiken te snoeien of kappen.
  11.                      de voorwaarden, opgelegd in het advies van Infrabel dd. 12 februari 2026

 

Deze beslissing stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.

 

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de vergunde stedenbouwkundige handelingen;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:


1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;


4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;


5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;


6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:


1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;


2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;


3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.