BESLUIT ZONDER VISUM VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

 

Zitting van maandag 13 juli 2026

 

 

Aanwezig: Bart Van Couwenberghe (waarnemend burgemeester);Dave Van den Bergh, Lenn De Cleene, Sofie Lemmens (Schepenen);Martine Cuyvers (Waarnemend algemeen directeur);

Verontschuldigd: Thierry Lens (burgemeester);Anke Dehuisser (algemeen directeur);

 

 

OMV 2026/36 - Boshoekstraat 109 - vergunning

 

Het college van burgemeester en schepenen, in geheime zitting,

 

Juridische achtergrond

Artikel 56, §2, 7° van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is over de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.

 

Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verplicht elke vergunningverlenende overheid ertoe om de potentieel schadelijke effecten van de voorgenomen werken op het watersysteem te onderzoeken.

 

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009), en latere wijzigingen, hierna genoemd de VCRO en latere wijzigingsdecreten.

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

 

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) + bijlagen en latere wijzigingen; 

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene milieuvoorwaarden (VLAREM III) voor GPBV-installaties en latere wijzigingen;

 

Besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2012 betreft de verordening rond het kappen van bomen.

 

Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025 tot vaststelling van een retributiereglement voor meldingen en aanvragen van omgevingsvergunningen;

 

Feiten en context

De aanvraag ingediend door Tom Verlinden wonende Boshoekstraat 109 te 2540 Hove, werd per beveiligde zending verzonden op 4 maart 2026. Deze aanvraag werd ontvangen op 4 maart 2026 en vervolledigd op 3 april 2026.

De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 20 april 2026.

 

De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Boshoekstraat 109, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie C nr. 41B.

 

Het betreft een aanvraag tot het plaatsen van een ondergrondse propaantank van 4850 liter voor verwarming en sanitair warm water van de woning.

 

De aanvraag omvat:

        de exploitatie van een of meerdere ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Historiek

        Op 04/02/2019 werd een omgevingsvergunning (2018/95) voor verbouwen van de woning voorwaardelijk afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 27/08/2018 werd een omgevingsvergunning (2018/41) voor verbouwen van een vrijstaande hoeve met bijgebouwen geweigerd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 20/03/2007 werd een stedenbouwkundige vergunning (2004/47) voor regulariseren van een zwembad afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 15/09/2003 werd een milieuvergunning (2003/6) voor opslag gas door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 10/10/1988 werd een stedenbouwkundige vergunning (1988/67) voor verbouwing van hoeve afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

 

Adviezen

Agentschap Natuur en Bos Antwerpen dd. 1 juli 2026: geen bezwaar
Advies Aquafin dd. 26 mei 2026: gunstig
Agentschap Natuur en Bos Antwerpen dd. 7 mei 2026: ongunstig
Dienst Integraal Waterbeleid provincie Antwerpen dd. 28 april 2026: geen bezwaar
Igean dd. 6 mei 2026: gunstig

Gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 3 juli 2026: gunstig

 

Argumentatie

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het dossier bevat geen stedenbouwkundige handelingen.

 

Beschrijving van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Deze omgevingsvergunningsaanvraag heeft betrekking op de exploitatie van een nieuwe inrichting gelegen aan de Boshoekstraat 109 te Hove (afdeling 1, sectie C, perceelnr. 41B), omvattende:

- 17.1.2.2.2: een ondergrondse propaangastank met een inhoud van 4.850 l (nieuw)

 

De aanvraag omvat voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

17.1.2.2.2°

Ondergrondse propaantank (Verandering)

4850 liter

 

Zodat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan omvat:

Rubriek

Omschrijving

Totale hoeveelheid

17.1.2.2.2°

Ondergrondse propaantank (Verandering)

4850 liter

 

Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving

De Boshoekstraat is een straat ten zuidwesten van de gemeente, lopende doorheen landbouwgebied met voornamelijk weiland en enkele bossen. De hoeve staat gekend als de ‘Strooibandhoeve’ en is via een dreef bereikbaar vanaf de Boshoekstraat nabij de gemeentegrens met Boechout.

 

Toetsing aan de voorschriften

Het gevraagde is volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd op 3 oktober 1979, gelegen in landschappelijk waardevol gebied.

Volgende voorschriften zijn van toepassing:

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

 

Landschappelijk waardevolle gebieden zijn die gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen. (Artikel 15 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en  de gewestplannen).

 

 

De aanvraag wijkt af van de voorschriften van het geldende gewestplan.

 

Het project is volgens het Gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’, goedgekeurd op 19 juni 2009, gelegen binnen de afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

Volgende relevante stedenbouwkundige voorschriften zijn van toepassing:

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het grootstedelijk gebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing. De bestaande voorschriften kunnen daar door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA’s worden vervangen. Bij de vaststelling van die plannen en bij overheidsprojecten binnen de grenslijn gelden de relevante bepalingen van de ruimtelijke structuurplannen, conform de decretale bepalingen in verband met de verbindende waarde van die ruimtelijke structuurplannen.

 

Het perceel valt niet binnen een deelgebied waarvoor bestemmingsvoorschriften zijn vastgesteld. De gewestplanbestemming is van toepassing.

 

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA of gemeentelijk RUP, noch binnen de omschrijving van een vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag wordt als volgt getoetst aan de voorschriften van het gewestplan en de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede ruimtelijke ordening ter plaatse.

 

De aanvraag is niet in overeenstemming met de gebiedsbestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.

 

Rooilijn

Het perceel wordt niet getroffen door een rooilijn.

 

Uitgeruste weg

In toepassing op de artikelen 4.3.5 tot en met 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kan gesteld worden dat de Boshoekstraat een voldoende uitgeruste openbare weg is.

 

Riolering

De richtlijnen inzake aansluiting op de riolering en IBA-beheer kunnen worden bekomen bij Water-link (www.water-link.be of 078/35.35.09).

Het perceel is gelegen in geoptimaliseerd buitengebied. Aangezien de betreffende omgevingsvergunning zich situeert in een gebied met bestaande riolering die reeds is aangesloten op een zuiveringsinstallatie, dient het zwart water van de betreffende constructie via een septische put met Benor-certificaat te worden aangesloten op de bestaande riolering.

 

Openbaar onderzoek

De aanvraag werd openbaar gemaakt  van 30 april 2026 tot 29 mei 2026.

Er werden geen bezwaarschriften ingediend.

 

Watertoets

Het perceel waarop de inrichting gelegen is, is volgens de nieuwe overstromingskaarten deels gelegen in fluviaal overstroombaar gebied volgens het huidig klimaat én deels gelegen in pluviaal overstroombaar gebied volgens het huidig en toekomstig klimaat (bron: waterinfo.be).

Dit wil zeggen dat voor de grond waarop de inrichting gelegen is aan de hand van de huidige situatie én het toekomstige klimaatscenario voor 2050 de overstromingsrisico’s werden berekend en deze aangeven dat er omwille van intense neerslag én vanuit het hydrografisch net op het perceel overstromingsrisico’s rusten.

De exploitant dient kennis te krijgen van de mogelijke overstromingsrisico’s.

De propaantank zelf is echter niet gelegen in fluviaal of pluviaal overstroombaar gebied.

 

Project-MER

Het project komt niet voor in bijlage 1 of 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24.10.2025 tot uitvoering van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft de milieueffectrapportage waardoor noch een project MER noch een project-merscreening vereist is.

 

Inhoudelijke beoordeling van de milieuaspecten

De aanvraag heeft betrekking op de exploitatie van een ondergrondse propaangastank met een inhoud van 4.850 liter, ingedeeld onder rubriek 17.1.2.2.2 van Vlarem II, bestemd voor de verwarming en de productie van sanitair warm water van een woning.

 

De exploitatie werd getoetst aan de bepalingen van het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM), Vlarem II en de relevante milieuthema's.

 

De sectorale milieuvoorwaarden van afdeling 5.17.3 van Vlarem II zijn van toepassing. Voor de opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen gelden tevens de afstandsvoorschriften van het koninklijk besluit van 21 oktober 1968. Uit het ingediende uitvoeringsplan blijkt dat de vereiste veiligheidsafstanden ten opzichte van gebouwen, perceelsgrenzen en de openbare weg worden gerespecteerd.

 

Wat de mobiliteit betreft, beperkt de bijkomende verkeersgeneratie zich tot de periodieke bevoorrading van de propaantank. Er worden geen relevante mobiliteitseffecten verwacht.

 

De inrichting omvat geen Vlarebo-activiteiten, waardoor geen specifieke risico's voor de bodem worden verwacht.

 

Het perceel is volgens de actuele overstromingskaarten gedeeltelijk gelegen in fluviaal en pluviaal overstromingsgevoelig gebied. De geplande ondergrondse propaantank zelf bevindt zich echter niet binnen een overstromingsgevoelige zone. Er worden bijgevolg geen aanzienlijke effecten op het watersysteem verwacht.

 

De propaantank wordt aangesloten op een gaswandketel met een vermogen van minder dan 300 kW. Voor deze installatie gelden geen meetverplichtingen, maar zij blijft onderworpen aan de onderhouds- en controleverplichtingen van hoofdstuk 6.6 van Vlarem II.

 

De inrichting bevindt zich op ongeveer 169 meter van een speciale beschermingszone en een VEN-gebied. Uit de beoordeling blijkt dat geen passende beoordeling vereist is en dat het Stikstofdecreet in dit dossier niet van toepassing is, aangezien geen bijkomend verkeer wordt gegenereerd en de propaantank een bestaande stookolietank vervangt. Er worden geen aanzienlijke effecten verwacht op de aanwezige natuurwaarden of de speciale beschermingszones.

 

Op het vlak van externe veiligheid zijn de algemene en sectorale veiligheidsvoorschriften van Vlarem II van toepassing. De exploitant dient de brandpreventie en de brandbestrijdingsmiddelen te organiseren overeenkomstig de code van goede praktijk en in overleg met de bevoegde brandweer.

 

Eventuele buitenverlichting dient functioneel en neerwaarts gericht te zijn zodat lichthinder voor de omgeving wordt vermeden, overeenkomstig hoofdstuk 4.6 en hoofdstuk 6.3 van Vlarem II.

 

Gelet op het voorgaande wordt vastgesteld dat de exploitatie, mits naleving van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van Vlarem II, geen onaanvaardbare risico's of hinder voor mens of milieu veroorzaakt. De milieueffecten zijn beperkt en kunnen voldoende worden beheerst door de geldende regelgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt bestaat er dan ook geen bezwaar tegen het verlenen van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ondergrondse propaangastank.

 

Bespreking adviezen

De Dienst Integraal Waterbeleid provincie Antwerpen laat per bericht dd. 28 april 2026 weten geen bezwaar te hebben tegen de voorliggende aanvraag.

 

Igean bracht dd. 6 mei 2026 een gunstig advies uit.

 

Het Agentschap Natuur en Bos Antwerpen bracht dd. 7 mei 2026 een ongunstig advies uit. Naar aanleiding van het ongunstig advies werden er verduidelijkingen aangebracht in het dossier. Het Agentschap Natuur en Bos Antwerpen laat per bericht dd. 1 juli 2026 weten geen bezwaar te hebben tegen de voorliggende aanvraag.

 

Aquafin bracht dd. 26 mei 2026 een gunstig advies uit.

 

Zonevreemde gebouwen

Bij de beoordeling van vergunningsaanvragen met betrekking tot een zonevreemde woning wordt nagegaan of de aanvraag verenigbaar is met de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), in het bijzonder de decretale basisrechten voor zonevreemde constructies (artikelen 4.4.10 e.v. VCRO) en of zij voldoet aan de principes van een goede ruimtelijke ordening.

 

De hoeve is een bestaande zonevreemde woning. De woonfunctie was al aanwezig in de bestaande toestand, de bestemming van landbouwfunctie werd reeds verlaten na de verbouwing van de hoeve vergund 10/10/1988.

 

Conclusie gemeentelijk omgevingsambtenaar

Op basis van de bovenvermelde motivering wordt de aanvraag gunstig geadviseerd .

 

Conclusie college van burgemeester en schepenen

Het college sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.

 

BESLUIT: 

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen levert de omgevingsvergunning af voor het plaatsen van een ondergrondse propaantank van 4850 liter voor verwarming en sanitair warm water van de woning.

 

Voortaan omvat de ingedeelde inrichting of activiteit:

Rubriek

Omschrijving

Totale hoeveelheid

17.1.2.2.2°

Ondergrondse propaantank

4850 liter

 

Artikel 2

Volgende voorwaarden en/of lasten worden opgelegd:

 

Algemene voorwaarden

  1. binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen de 'bekendmaking' gedurende een periode van dertig dagen aan te plakken op de plaats waarop deze vergunning betrekking heeft, duidelijk zichtbaar en leesbaar vanaf de openbare weg; indien het niet mogelijk is op de plaats zelf de bekendmaking duidelijk zichtbaar en leesbaar uit te hangen, moet ze worden uitgehangen op een goed zichtbare plaats in de onmiddellijke omgeving van de plaats waarop de vergunning betrekking heeft; de gele affiche 'bekendmaking beslissing' wordt aangetekend verzonden
  2. onmiddellijk na aanplakking van de bekendmaking dient u de datum van aanplakking in te voeren in het omgevingsloket.  De dag na de aanplakking start de beroepstermijn;
  3. van een omgevingsvergunning mag pas gebruik gemaakt worden als u niet binnen de vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking op de hoogte werd gebracht dat er een beroep werd aangetekend tegen de beslissing;
  4. pas na de laatste dag van aanplakking kan u 'de start van de werken' ingeven in het omgevingsloket;
  5. alvorens de bouwwerken aan te vatten een waarborgsom van 500 EUR te storten in de gemeentekas door overschrijving op rekening nr. BE17 0910 0009 6221 met vermelding van het nummer van uw vergunning ; bij niet-betaling van deze waarborg zullen de herstellingskosten van eventuele schade, vastgesteld na het beëindigen van de werken, verhaald worden op de bouwheer.

 

Deze beslissing stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.

 

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de vergunde stedenbouwkundige handelingen;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:


1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;


4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;


5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;


6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:


1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;


2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;


3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.