BESLUIT ZONDER VISUM VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN
Zitting van maandag 9 maart 2026
Aanwezig: Thierry Lens (burgemeester);Bart Van Couwenberghe, Dave Van den Bergh, Sofie Lemmens (Schepenen);Anke Dehuisser (algemeen directeur); |
Verontschuldigd: Lenn De Cleene (schepen); |
OMV 2025/110 - Beekhof 1 tem 12 - vergunning
Het college van burgemeester en schepenen, in geheime zitting,
Juridische achtergrond
Artikel 56, §2, 7° van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is over de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.
Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verplicht elke vergunningverlenende overheid ertoe om de potentieel schadelijke effecten van de voorgenomen werken op het watersysteem te onderzoeken.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009), en latere wijzigingen, hierna genoemd de VCRO en latere wijzigingsdecreten.
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;
Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) + bijlagen en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene milieuvoorwaarden (VLAREM III) voor GPBV-installaties en latere wijzigingen;
Besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2012 betreft de verordening rond het kappen van bomen.
Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025 tot vaststelling van een retributiereglement voor meldingen en aanvragen van omgevingsvergunningen.
Feiten en context
De aanvraag ingediend door Woonplanners NV met als contactadres Prins Boudewijnlaan 18 te 2650 Edegem, werd per beveiligde zending verzonden op 2 september 2025. Deze aanvraag werd ontvangen op 2 september 2025 en vervolledigd op 22 september 2025.
De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 6 oktober 2025.
De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Beekhof 1 tem 12, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie B nrs. 50H3 en 50K3.
Het betreft een aanvraag tot het bouwen van 12 ééngezinswoningen.
De aanvraag omvat:
● stedenbouwkundige handelingen
Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Historiek
● Op 31/07/2025 werd een omgevingsvergunning (2024/12) voor bouwen van 12 eengezinswoningen en carports, een fietsenberging, het aanleggen van een openbare weg met acht parkeerplaatsen en algemene terreinaanleg. geweigerd door stedenbouw.
● Op 19/08/2021 werd een omgevingsvergunning (2020/5) voor verkavelen in 15 kavels bestemd voor woningbouw geweigerd door stedenbouw.
● Er werd een bouwtoelating afgeleverd (1955/77) voor optrekken van een bergplaats en een hofmuur in betonplaten.. Dit dossier werd opgenomen in het register op datum van 23/06/2016.
● Er werd een bouwtoelating afgeleverd (1952/104) voor bouwen van een woning.. Dit dossier werd opgenomen in het register op datum van 21/06/2016.
● Er werd een bouwtoelating afgeleverd (1953/94) voor bouwen van een woning.. Dit dossier werd opgenomen in het register op datum van 21/06/2016.
● Op 30/01/2012 werd een verkavelingsvergunning (2011/3) nieuwe verkaveling afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
● Op 25/02/2008 werd een verkavelingsvergunning (2007/2) nieuwe verkaveling afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
● Op 12/11/2007 werd een stedenbouwkundige vergunning (2007/92) voor verbouwen van de woning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
● Op werd een omgevingsvergunning (2022/149) voor bouwen van 12 woningen door de deputatie.
Adviezen
GeCoRo dd. 5 november 2025: ongunstig (zie bijlage)
Milieu dd. 3 november 2025: voorwaardelijk gunstig (zie bijlage)
MOWV dd. 4 december 2025: voorwaardelijk gunstig (zie bijlage)
Agentschap Natuur en Bos Antwerpen dd. 22 oktober 2025: geen advies
Dienst Integraal Waterbeleid provincie Antwerpen dd. 9 december 2025: gunstig
Brandweer Zone Rand dd. 24 oktober 2025: gunstig
Water-link: geen tijdig advies verleend
Proximus dd. 27 oktober 2025: voorwaardelijk gunstig
Advies Aquafin dd. 9 december 2025: voorwaardelijk gunstig
Fluvius dd. 30 oktober 2025: voorwaardelijk gunstig
Wyre dd. 16 oktober 2025: voorwaardelijk gunstig
Defensie - BPO dd. 4 december 2025: voorwaardelijk gunstig
Gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 27 februari 2026: voorwaardelijk gunstig
Argumentatie
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag heeft betrekking op het bouwen van 12 eengezinswoningen en carports, een fietsenberging, het aanleggen van een openbare weg met acht parkeerplaatsen en algemene terreinaanleg.
Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving
Het perceel is dieper gelegen en toegankelijk vanuit de Beekhoekstraat en de Felix Timmermansstraat, een rustige woonstraat nabij de spoorweg. Het perceel is momenteel braak en begroeid met uitsluitend jonge groengewas.
De omgeving bestaat hoofdzakelijk uit woningen in halfopen en gesloten bebouwing, bestaande uit twee bouwlagen onder in een zadeldak.
Toetsing aan de voorschriften
Het gevraagde is volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd op 3 oktober 1979, gelegen in woongebied.
Volgende voorschriften zijn van toepassing:
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project is in overeenstemming met de voorschriften van het geldende gewestplan.
Het project is volgens het Gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’, goedgekeurd op 19 juni 2009, gelegen binnen de afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Volgende relevante stedenbouwkundige voorschriften zijn van toepassing:
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het grootstedelijk gebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing. De bestaande voorschriften kunnen daar door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA’s worden vervangen. Bij de vaststelling van die plannen en bij overheidsprojecten binnen de grenslijn gelden de relevante bepalingen van de ruimtelijke structuurplannen, conform de decretale bepalingen in verband met de verbindende waarde van die ruimtelijke structuurplannen.
Het perceel valt niet binnen een deelgebied waarvoor bestemmingsvoorschriften zijn vastgesteld. De gewestplanbestemming is van toepassing.
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA of gemeentelijk RUP, noch binnen de omschrijving van een vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag wordt als volgt getoetst aan de voorschriften van het gewestplan en de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede ruimtelijke ordening ter plaatse.
De aanvraag is in overeenstemming met de gebiedsbestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.
Rooilijn
Het project omvat het intekenen van een nieuwe rooilijn. De voorgestelde rooilijn werd op 27 januari 2026 voorwaardelijk gunstig beoordeeld door de gemeenteraad van Hove.
Uitgeruste weg
In toepassing van artikel 75 van het decreet van 25 maart 2014 betreffende de omgevingsvergunning kan de vergunningverlenende overheid lasten opleggen bij het verlenen van een vergunning, waaronder de gratis grondafstand in functie van wegenis.
De aan te leggen weg zal functioneren als een openbare weg en het is bijgevolg aangewezen dat deze weg wordt opgenomen in het openbare domein. Hiervoor dient als last opgelegd te worden in de vergunning dat de wegzate gratis zal overgedragen worden aan het Lokaal Bestuur Hove om te voegen bij het openbaar domein.
De zones die binnen de nieuwe rooilijnen vallen zijn op het rooilijnplan in geel aangeduid en zullen na de realisatie van het project ter beschikking gesteld worden aan de gemeente.
Op 27 januari 2026 verleende de gemeenteraad Hove een gunstig advies voor de nieuwe rooilijn en de zaak der wegen deel uitmakend van voorliggende omgevingsvergunningaanvraag.
Riolering
De richtlijnen inzake aansluiting op de riolering en IBA-beheer kunnen worden bekomen bij Water-link (www.water-link.be).
Het perceel is gelegen in centraal gebied. Aangezien de betreffende omgevingsvergunning zich situeert in een gebied met bestaande riolering die reeds is aangesloten op een zuiveringsinstallatie, dient het zwart water van de betreffende constructie via een septische put met Benor-certificaat te worden aangesloten op de bestaande riolering.
Openbaar onderzoek
De aanvraag werd openbaar gemaakt van 22 oktober 2025 tot 20 november 2025.
Er werden 2 bezwaarschriften ingediend.
Watertoets
Op basis van de aanstiplijst aangaande de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 en de stukken gevoegd bij de aanvraag blijkt dat voldaan wordt aan de verordening. Er wordt bij iedere woning een hemelwaterput voorzien met een totale capaciteit van 5.000 liter per woning. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op bovengrondse infiltratievoorzieningen.
Er werd advies gevraagd aan de Provincie Antwerpen, Departement leefmilieu Dienst Integraal Waterbeleid. Het aangeleverde advies dd. 9 december 2026 is gunstig.
Project-MER
De aanvraag heeft betrekking op een project als vermeld in bijlage III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten, onderworpen aan milieueffectrapportage meer bepaald op rubriek 10b stadsontwikkelingsprojecten. Bijgevolg moet een m.e.r-screening gebeuren. De aanvrager heeft de velden die betrekking hebben op de m.e.r.-screening ingevuld.
Inhoudelijke beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Deze beoordeling, als uitvoering van art. 1.1.4 van de codex gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen, houdt rekening met de volgende criteria als uitvoering van art. 4.3.1 van de VCRO:
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag handelt over het bouwen van twee huizenrijen van telkens zes grondgebonden eengezinswoningen, twaalf carports, een fietsenberging, het aanleggen van een openbare weg met acht publieke parkeerplaatsen en algemene terreinaanleg. Het gevraagde project is functioneel inpasbaar in het woongebied.
Mobiliteitsimpact
Het project voorziet in een publiekelijk toegankelijk weg die grotendeels niet toegankelijk zal zijn voor gemotoriseerd verkeer maar wel volledig toegankelijk voor fietsers en voetgangers. De weg tussen de woningen zal niet toegankelijk zijn voor gemotoriseerd verkeer met uitzondering van voertuigen voor dienstverlening en nutsmaatschappijen.
Op het inplantingsplan werden drie overrijdbare paaltjes (of breekpalen) voorzien waarvan een paaltje in het midden van de weg. Het is omwille van verkeersveiligheid niet wenselijk om een paaltje in het midden van de weg te plaatsen. Er dienen twee overrijdbare paaltjes geplaatst te worden en dit links en rechts op de rand van de weg zodat de eigenlijk doorgang voor fietsers en voetgangers gevrijwaard blijft van obstakels. De doorgang mag maximaal een breedte hebben van 1,80m om te voorkomen dat voertuigen alsnog de weg zouden gebruiken. In het geval van het verplaatsen van de paaltjes zal links en rechts van de weg een extra paaltje moeten geplaatst worden. In dit geval zullen er vier overrijdbare paaltjes geplaatst moeten worden. Voor de specificaties en advies voor de aankoop en plaatsing van deze paaltjes neemt de aanvrager contact op met de gemeentelijke dienst openbare werken, mobiliteit en veiligheid van Hove. De aankoop gebeurt op initiatief en kosten van de aanvrager.
De weg zal bijdragen aan de verdere ontsluiting van het (trage) wegennet van de gemeente en zal de algemene mobiliteit voor fietsers en voetgangers in de wijk verbeteren.
De private parkeerplaatsen worden geconcentreerd aan de voorzijde van het project in de zone met carports. Het parkeerregelement stelt dat per woning tot 150m² bewoonbare vloeroppervlakte een parkeerplaats dient te worden voorzien. Er wordt per woning een autostandplaats voorzien onder een carport. Er wordt voldaan aan het parkeerregelement. De fietsenbergingen worden collectief gebruikt door de bewoners. Er worden in totaal 48 fietsenstalplaatsen voorzien wat neerkomt op vier fietsenstalplaatsen per woning.
Er dient in de basisakte van iedere woning een parkeerplaats te worden opgenomen. De parkeerplaats mag niet vervreemde van de woning en kan niet afzonderlijk verkocht worden.
De aanvrager dient te voorzien voor de aanleg van de nodige infrastructuur (wachtbuizen) voor laadinfrastructuur en dit aan alle carports en fietsenbergingen (laden van elektrische fietsen). Het plaatsen van de eigenlijke private laadinfrastructuur kan op initiatief van de toekomstige gebruiker/ eigenaar of door de aanvrager.
Er worden acht publieke parkeerplaatsen voorzien waarvan er twee worden uitgerust met laadpalen voor elektrische voertuigen. De laadinfrastructuur wordt geplaatst op initiatief en kosten van de aanvrager.
Er wordt op een ruimtelijk aanvaardbare wijze voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor wagens en het stallen van fietsen.
Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid
Het ontwerp voorziet in een vrij rationele opbouw van twee bouwblokken van telkens zes woonentiteiten. Het geheel is compact geeft voldoende ruimte aan gemeenschappelijk groen. Het ontwerp bouwt hier verder op de reeds bestaande typologie van bebouwing in de omliggende straten. Hierdoor kan het nieuwe bouwproject zich op voldoende wijze verankeren in de bestaande bebouwde omgeving.
De totale voetafdruk van beide woningblokken bedraagt 864m². Het geheel is compact opgebouwd en worden voorzien van minimale verhardingen. De achtergelegen tuin wordt collectief gebruikt en blijft volledig doorwaadbaar. In de voortuinen worden infiltratiezones voor regenwater afkomstig van het toekomstig openbaar domein voorzien. Het geheel wordt met groen aangelegd waardoor het hitte-eiland effect geremd wordt.
De bouwhoogtes bedragen gemiddeld 6,00m ten opzichte van de nulpas wat een gangbare kroonlijsthoogte is voor woningen bestaande uit twee bouwlagen. De woningen zijn voorzien van een plat dak waardoor het bouwvolume verder beperkt worden.
Het geheel sluit aan op de bestaande omgeving voor wat betreft schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid.
Visueel-vormelijke elementen
De voorgestelde materialen behoren tot gangbare en eigentijdse gevelafwerking. De voorgestelde gevelafwerking integreert zich op esthetische wijze bij de bestaande architectuur en is aanvaardbaar en niet storend in de omgeving.
Een ander belangrijk deel van het ontwerp is de groenaanleg van het terrein. De groenaanleg is belangrijk voor de landschappelijke integratie van het project. De groenaanleg dient te gebeuren met kwalitatief plantgoed en dit ten laatste in het eerstvolgende plantseizoen voor de eigenlijke ingebruikname van de nieuwe gebouwen.
De nieuw aan te planten bomen dienen een minimale stamomtrek te hebben van 14/16cm met een kruinhoogte die gangbaar is voor een hoogstammige boom. Indien er bomen uitvallen dienen deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen. De bomen moeten de kans krijgen om volwaardig uit te groeien.
De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wildvraat.
Het plantgoed voor de hoge hagen dient een minimale hoogte te bezitten van 1,80m om zo snel als mogelijk een gesloten groenscherm te vormen voor de nodige privacy.
De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek.
Het beplantingsplan voorziet in hoofdzakelijk in sier- en uitheemse plantensoorten. De aan te planten bomen dienen conform het adies van de dienst milieu te worden voorzien in inheemse boomsoorten (bv: winter- of zomereik (Quercus petraea of Quercus robur), Beuk (Fagus sylvatica), haagbeuk (Carpinus betulus), Linde (Tilia), Plantaan (Platanus acerifolia), enz.).
Er worden op het toekomstig openbaar domein twee zitbanken voorzien. De zitbanken worden gekozen op basis van het uniform straatmeubilair van de gemeente. Het betreft model “zitbank CLS” met een zwart stalen onderstel en bekleed met tropisch hardhout. De zitbanken worden geplaats op kosten en initiatief van de aanvrager. De aanvrager neemt contact op met de gemeentelijke dienst openbare werken, mobiliteit en veiligheid van gemeente Hove voor verder advies en details.
Cultuurhistorische aspecten
De aanvraag heeft geen betrekking op een beschermd monument of een goed dat voorkomt op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. De plaats van de aanvraag is evenmin gelegen in een beschermd dorpsgezicht of beschermd landschap. Een archeologienota (zoals vermeld in art. 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013) is niet vereist.
Bodemreliëf
Het bodemreliëf wordt aanzienlijk gewijzigd gelet op de aard van het project. Er worden geen ondergrondse constructies voorzien, maar het terrein wordt wel over grote delen genivelleerd en aangehoogd, voornamelijk ter hoogte van de noordelijke en zuidelijk gelegen perceelgrenzen en dit om de wegenis te realiseren. Het reliëf achter de woningen ter hoogte van oostelijk en westelijke perceelgrenzen worden beperkt gewijzigd tot aan de terrassen.
Er worden naast de wegenis eveneens verschillende wadi’s voorzien. De opvang van het hemelwater afkomstig van de daken van de woningen worden opgevangen in regenwaterputten achteraan de woningen. De overloop van deze hemelwaterputten worden aangesloten op bovengrondse infiltratieputten (wadi’s).
Het perceel is geplaagd door Japanse duizendknoop. Het betreft een invasieve soort die hardnekkig is te verwijderen. De aanvrager dient het perceel op een professionele manier te laten saneren om de invasieve plantensoort te bestrijden. De bestrijding en de hiervoor gekozen firma en technieken dient in overleg te gebeuren met de dienst milieu van de gemeente Hove.
Andere hinderaspecten inzake gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
De aanvraag bevat geen elementen waarvan kan verwacht worden dat ze enige invloed op de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen kunnen hebben.
Bespreking adviezen
Er werd advies gevraagd aan de GECORO Hove dd. 15 oktober 2025. De GECORO kwam samen op 5 november 2025. Het advies wordt als volgt beoordeeld:
Het advies van de GECORO bevat een mix van:
● beleidsmatige bedenkingen,
● interpretatieverschillen,
● aandachtspunten die via voorwaarden of lasten kunnen worden opgevangen,
● en opmerkingen die geen wettelijke weigeringsgrond vormen.
Het advies toont geen doorslaggevende strijdigheid met bindende regelgeving (RUP, BPA, verordeningen, VCRO) aan. Meerdere opmerkingen zijn onvolledig onderbouwd, niet correct geïnterpreteerd of overstijgen de adviserende rol van de GECORO.
1. Algemene opmerkingen – procedureel karakter
● Het ontbreken van een verslag van een voorafgaand intern overleg is geen wettelijke vereiste en kan derhalve geen weigeringsgrond vormen. Het dossier vormt immers het resultaat van een proces van jarenlang overleg, gevoerd met diverse (omgevings)ambtenaren en loopt reeds meer dan twintig jaar, waarbij het eerste officiële dossier in het kader van een verkaveling dateert van 2011.
● Het feit dat het dossier elementen bevat van zowel verkaveling als vergunning is inherent aan een vergunningsaanvraag voor groepswoningbouw met wegenis, wat expliciet wordt toegestaan binnen de VCRO.
● Het ontbreken van terreinprofielen werden reeds toegevoegd aan het dossier.
Deze opmerkingen zijn procedureel en niet substantieel. Ze raken niet aan de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het project en kunnen geen basis vormen voor een ongunstig advies.
2. Gemeentelijke visie en beeldkwaliteitsplan
● Het aangehaalde beeldkwaliteitsplan is niet bindend, wat door de GECORO zelf wordt erkend.
● Het plan staat haaks op de hogere beleidsaccenten inzake verdichting, zuinig ruimtegebruik en kernversterking.
● De site is gelegen binnen een woonomgeving en sluit aan bij bestaande bebouwing. Hiermee werd reeds jaren geleden al rekening gehouden met de aanleg van de bestaande wegenis om aan te sluiten op dit binnengebied.
Hoewel het beeldkwaliteitsplan richtinggevend kan zijn, kan het geen absolute weigering verantwoorden wanneer:
● het project is stedenbouwkundig zorgvuldig opgevat,
● het ruimtegebruik efficiënt is,
● geen strijdigheid vertoont met bindende plannen of voorschriften.
De verwijzing naar “niet wenselijk” blijft subjectief en weegt niet op tegen actuele ruimtelijke beleidsdoelstellingen.
3. Private eigendomsstructuur en projectopzet
● Groepswoningbouw is een volledig wettelijk erkende ontwikkelingsvorm.
○ Groepswoningbouw is het gemeenschappelijk oprichten van woningen die een gemeenschappelijke werf hebben en fysisch of stedenbouwkundig met elkaar verbonden zijn (artikel 1.3, 20° Vlaamse Codex Wonen). Dit is het gelijktijdig oprichten van meerdere gebouwen bestemd voor bewoning die één samenhangend geheel vormen.
● De ontwikkelaar heeft in de recente procedures gekozen om af te stappen van het principe van verkavelen en kiest voor het principe van groepswoningbouw. Het vermijden van een verkaveling is gelet op onderstaande artikels geen onregelmatigheid.
○ De verkavelingsvergunningsplicht geldt niet wanneer er op een kavel eerst woningen worden gebouwd om nadien te worden verkocht (artikel 4.2.15§1) in samenlezing met (artikel 4.1.1., 14° VCRO).
● De afdwingbaarheid van verkoop- en opleveringsmodaliteiten behoort tot het privaatrecht en valt buiten de beoordeling van een omgevingsvergunning.
De GECORO overschrijdt hier haar bevoegdheid door:
● zich uit te spreken over privaatrechtelijke afdwingbaarheid,
● en door een ontwikkelingsvorm in vraag te stellen die volledig conform de VCRO is.
De argumenten vormen geen stedenbouwkundige weigeringsgrond.
4. Mobiliteit, parkeren en brandweer
● Er werd op 24 oktober 2025 door 'Brandweer zone Rand' een gunstig advies verleend
● Wat fietsparkeren betreft: het aantal voldoet aan de bestaande richtlijnen. Het ontbreken van maatvoering is geen fundamenteel gebrek. De bemating wordt opgevraagd bij de architect.
De punten tonen geen principiële onaanvaardbaarheid van het project aan.
5. Bezettingsgraad en bouwdichtheid
● De GECORO stelt dat de bezettingsgraad “zeer hoog” is, maar levert geen objectieve toetsing aan geldende normen.
● Luifels en verhardingen worden pas relevant indien ze strijdig zijn met voorschriften.
Zonder concrete overschrijding van:
● maximale bebouwingspercentages,
● verhardingsnormen,
● of voorschriften.
6. Groen, blauw en ecologie
● De aanwezigheid van Japanse duizendknoop is gekend, maar vormt geen reden tot weigering, integendeel: een herontwikkeling biedt kansen tot sanering.
● Onzekerheden rond bomen en wadi’s:
Er werd reeds in het voorgaand dossier vergunningsvoorwaarden opgenomen in functie van het verdelgen van de Japanse Duizendknoop. Deze worden hernomen in het nieuwe dossier.
Er wordt ook opgemerkt dat het advies van Deputatie provincie Antwerpen, Dienst Integraal Waterbeleid dd. 9 december 2025 gunstig advies verleende omtrent het project.
Zoals reeds in het voorgaande dossier heeft het Agentschap Natuur en Bos herhaaldelijk geantwoord op adviesvragen dat er geen inhoudelijk advies wordt verleend (van jong spontaan ontstaan bos). Gelet op het feit dat de begroeiing op het terrein niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet valt. Het project voorziet verder in een kwalitatieve terreinaanleg met nieuwe bomen en groenbeplanting.
7. Rooilijn en wegenis
● De rooilijn is reeds goedgekeurd door de gemeenteraad en kan niet opnieuw inhoudelijk in vraag worden gesteld.
● De verwarring rond "opstal" versus "recht van doorgang" is terminologisch, niet inhoudelijk.
● Een convenant wordt vermeld als mogelijkheid in de nota indien de overdracht van de wegenis naar het openbaardomein niet wenselijk is. Het standpunt van de gemeente werd hier reeds als in het verleden overgemaakt aan de aanvragers en gingen hiermee akkoord. De overdracht wordt vastgelegd in de gemeenteraadsbeslissing en in de eigenlijke omgevingsvergunning.
● De waardebepaling in het schattingsverslag houdt reeds rekening de kosteloos ter beschikking stelling van de wegenis aan de gemeente.
De meeste opmerkingen zijn hier door kleine administratieve discrepanties die corrigeerbaar zijn of elementen in het dossier die reeds in het verleden besproken en beslist werden.
Ze kunnen geen ongunstig advies verantwoorden.
Algemene conclusie
Het ongunstig advies van de GECORO:
● Is grotendeels gebaseerd op niet-bindende beleidsdocumenten,
● Bevat meerdere procedurele en technische opmerkingen die reeds door externe adviesinstanties werden goedgekeurd of als voorwaarden kunnen worden opgelost,
● en toont geen strijdigheid met bindende regelgeving aan.
Het advies mist daardoor de noodzakelijke juridische en ruimtelijke draagkracht om een weigering van de omgevingsvergunning te verantwoorden.
Het advies van de dienst Milieu Hove dd. 3 november 2025 is voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;
Het advies van de dienst Mobiliteit, Openbare werken en veiligheid (MOWV) dd. 4 december 2025 is voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;
Het Agentschap Natuur en Bos leverde geen advies af. Het bericht dd. 22 oktober 2025 luidt als volgt:
"Wij verlenen geen inhoudelijk advies, maar wijzen wel op de noodzaak tot registratie van de ontbossing (van jong spontaan ontstaan bos).
Volgende voorwaarde moet letterlijk in de vergunningsvoorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen:
De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §7 van het Bosdecreet en werd geregistreerd met kenmerk: 25-215916. De te ontbossen oppervlakte bedraagt 3100m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet."
Het advies Aquafin dd. 9 december 2025 is voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;
Het advies Brandweer Zone Rand dd. 24 oktober 2025 is gunstig. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;
Het advies Fluvius dd. 30 oktober 2025 is gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;
Het advies van de dienst Defensie - BPO dd. 4 december 2025 is voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;
Het advies van de Provincie Antwerpen, Departement leefmilieu Dienst Integraal Waterbeleid. Het aangeleverde advies dd. 9 december 2026 is gunstig;
Het advies van Proximus dd. 27 oktober 2025 is voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;
Het advies van Wyre dd. 16 oktober 2025 is voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd.
Resultaat openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 22 oktober 2025 tot en met 20 november 2025. Er werden 2 bezwaarschriften ontvangen.
Normen sociaal of bescheiden woonaanbod
De aanvraag is mits het opleggen van lasten in overeenstemming met de normen en percentages betreffende de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod, vastgesteld in de Vlaamse Wooncodex.
Art. 5.101 van de Vlaamse Codex Wonen stelt:
§1. Indien de verkavelaar of de bouwheer ervoor opteert om de last in natura uit te voeren, verwezenlijkt hij het vooropgestelde bescheiden woonaanbod binnen een termijn van acht jaar na de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg of, indien de vergunning uitdrukkelijk melding maakt van verschillende fasen van het verkavelingsproject of het bouwproject, binnen de acht jaar na de aanvang van de vergunningsfase waarin het bescheiden woonaanbod moet worden verwezenlijkt.
§2. De verkavelaar of de bouwheer waarborgt de uitvoering van de last door middel van het verlenen van een aankoopoptie ten bate van een sociale woonorganisatie of een openbaar bestuur, vermeld in artikel 4.13. In afwijking van de gemeenrechtelijke regelen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, mag van de vergunning eerst gebruik worden gemaakt vanaf het verlijden van de onderhandse akte waarin de aankoopoptie wordt verleend.
Op grond van de aankoopoptie stemt de verkavelaar of de bouwheer toe in de verkoop, aan de beneficiaris van de optie, van de op het verkavelings- of bouwplan voor een bescheiden woonaanbod aangewezen gronden. De beneficiaris kan de optie eerst lichten indien het vooropgestelde bescheiden woonaanbod niet is verwezenlijkt binnen de termijn, vermeld in § 1. Het optierecht vervalt indien het niet wordt uitgeoefend binnen de drie jaar na het verstrijken van de termijn, vermeld in §1.
Als de aankoopoptie wordt gelicht, betaalt de beneficiaris voor de verkochte gronden de schattingsprijs, die gelijk is aan de venale waarde van de gronden ten tijde van de afgifte van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Bij de raming van deze venale waarde wordt geen rekening gehouden met de gevolgen van de last, en worden in voorkomend geval minstens de volgende kosten in mindering gebracht:
1° de kosten voor de verwerking en de sanering van vervuilde grond bij grondverzet;
2° de extra kosten voor de plaatsing van een zwaardere fundering bij onvoldoende stabiliteit van de grond voor de daarop op te richten woningen;
3° de kosten voor de verwijdering van het nog aanwezige puin.
De op grond van de aankoopoptie verkochte gronden worden ingezet ten bate van het gemeentelijk woonbeleid.
§3. In afwijking van paragraaf 2 kan de verkavelaar of bouwheer de uitvoering van de last waarborgen door de storting van een afdoende financiële waarborg of door een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Voor een bescheiden woning worden de volgende volumes gehanteerd:
Art. 1.3 § van de Vlaamse Codex Wonen stelt:
3° bescheiden woonaanbod: het aanbod aan huurwoningen, koopwoningen en kavels, met uitsluiting van het sociaal woonaanbod, dat met behoud van de toepassing van artikel 5.94, §1, tweede lid en artikel 5.96, tweede lid, bestaat uit:
a) kavels met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²
b) eengezinswoningen met een bouwvolume van ten hoogste 550 m³
c) overige woningen met een bouwvolume van ten hoogste 240 m³, te verhogen met
50 m³ voor woningen met drie of meer slaapkamers
Voor de bescheiden last komen alle woningen in aanmerking (12 woningen) binnen de voorliggende aanvraag. Er dient een waarborg te worden gesteld voor 20% van deze 12 woongelegenheden ofwel foor 2,4 woongelegenheden afgerond 3.
Art. 5.103 van de Vlaamse Codex Wonen stelt dat de bijdrage wordt berekend door het aantal woningen of kavels dat overeenstemt met het gedeelte van de last dat niet wordt uitgevoerd in natura (art. 5.101) of door verkoop aan een sociale woonorganisatie of een lokaal openbaar bestuur (art. 5.102), te vermenigvuldigen met het geïndexeerde forfaitair bedrag voor het grondaandeel bij de aankoop van een bestaande woning waaraan hoogstens beperkte investeringen moeten worden gedaan voor ze ter beschikking kan worden gesteld als sociale huurwoning. Dit geïndexeerde forfaitair bedrag is opgenomen in het Besluit Vlaamse Codex Wonen Boek 5, Deel 2, art. 5.38, §2, 2de lid en art. 5.47. Het oorspronkelijke forfaitaire bedrag was 25.000 euro, het geïndexeerde bedrag voor 2026 bedraagt 60.200 euro. Voor voorliggende aanvraag komt dit neer op 180.600 euro. Bij vergunning dient er een last te worden opgelegd ter verwezenlijking van het bescheiden woonaanbod.
Er werd een aankoopoptie toegevoegd aan de voorliggende aanvraag.
Natuurtoets
Binnen de toetszone, met een straal van 20 km rondom een SBZ-H (Speciale Beschermingszone – Habitat), dient bij een omgevingsvergunningsaanvraag nagegaan te worden of de kritische depositiewaarde ten aanzien van het SBZ-H door het project niet wordt overschreden. De stikstofdepositie wordt beoordeeld aan de hand van de impactscore op de SBZ-H.
Voor een eengezinswoning, kunnen we uitgaan van ongeveer 2920 vervoersbewegingen per jaar (4 personen*2 vervoersbewegingen/persoon*365 dagen/jaar= 2920 jaarlijkse vervoersbewegingen). Dit is minder dan 70.000 jaarlijkse vervoersbewegingen (VITO tabel 3, licht verkeer, KDW =6 en afstand = 0). Dit betekent dat zelfs indien een huis op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% de minim is. We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van de bouw van deze eengezinswoning, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1%"
Conclusie gemeentelijk omgevingsambtenaar
Op basis van de bovenvermelde motivering wordt de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd mits te voldoen aan volgende voorwaarden:
● De voorwaarden uit de beslissing van de gemeenteraad dd. 27 januari 2026, betreffende de wegenis, dienen strikt te worden nageleefd;
● Er dient in de basisakte van iedere woning een parkeerplaats te worden opgenomen. De parkeerplaats mag niet vervreemde van de woning en kan niet afzonderlijk verkocht worden;
● De aanvrager dient te voorzien voor de aanleg van de nodige infrastructuur (wachtbuizen) voor laadinfrastructuur en dit aan alle carports en fietsenberging (laden van elektrische fietsen). Het plaatsen van de eigenlijke private laadinfrastructuur kan op initiatief van de toekomstige gebruiker/ eigenaar of door de aanvrager;
● De laadinfrastructuur op het toekomstig openbaar domein ter hoogte van de publieke parkeerplaatsen dient te worden geplaatst op initiatief en kosten van de aanvrager;
● De aanvrager dient er over te waken dat de groenaanplanting van het terrein aan volgende voorwaarden voldoet:
○ De groenaanleg dient te gebeuren met kwalitatief plantgoed en dit ten laatste in het eerstvolgende plantseizoen voor de eigenlijke ingebruikname van de nieuwe gebouwen;
○ De nieuw aan te planten bomen dienen een minimale stamomtrek te hebben van 14/16cm met een kruinhoogte die gangbaar is voor een hoogstammige boom;
○ Indien er bomen uitvallen dienen deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen;
○ De bomen moeten de kans krijgen om volwaardig uit te groeien;
○ De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wildvraat;
○ Het plantgoed voor de hoge hagen dient een minimale hoogte te bezitten van 1,80m om zo snel als mogelijk een gesloten groenscherm te vormen voor de nodige privacy;
○ De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek,
○ De aan te planten bomen dienen uitsluitend te worden voorzien in inheemse boomsoorten (bv: winter- of zomereik (Quercus petraea of Quercus robur), Beuk (Fagus sylvatica), haagbeuk (Carpinus betulus), Linde (Tilia), Plantaan (Platanus acerifolia), enz.).
● De aanvrager dient er over te waken dat het straatmeubilair en inrichting van het toekomstig openbaar domein aan volgende voorwaarden voldoet:
○ Er dient voor de zitbanken gekozen te worden voor model “zitbank CLS” met een zwart stalen onderstel en bekleed met tropisch hardhout;
○ De zitbanken worden geplaats op kosten en initiatief van de aanvrager;
○ De aanvrager neemt contact op met de gemeentelijke dienst openbare werken, mobiliteit en veiligheid van de gemeente Hove voor verder advies en details;
○ Er dienen in totaal vier overrijdbare paaltjes geplaatst te worden waarvan twee links en rechts op de rand van de weg zodat de eigenlijk doorgang voor fietsers en voetgangers gevrijwaard blijft van obstakels;
○ De doorgang mag maximaal een breedte hebben van 1,80m;
○ Voor de specificaties en advies voor de aankoop en plaatsing van deze paaltjes neemt de aanvrager contact op met de gemeentelijke dienst openbare werken, mobiliteit en veiligheid van Hove en/of met de Brandweer.
○ De aankoop gebeurt op initiatief en kosten van de aanvrager.
● Het perceel is geplaagd door Japanse duizendknoop. Het betreft een invasieve soort die hardnekkig is te verwijderen. De aanvrager dient het perceel op een professionele manier te laten saneren om de invasieve plantensoort te bestrijden. De bestrijding en de hiervoor gekozen firma en technieken dient in overleg te gebeuren met de dienst Milieu van de gemeente Hove;
● De voorwaarden uit het advies van de dienst Milieu Hove dd. 3 november 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies van de dienst Mobiliteit, Openbare werken en veiligheid (MOWV) dd. 4 december 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies Aquafin dd. 9 december 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies Brandweer Zone Rand dd. 24 oktober 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies Fluvius dd. 30 oktober 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies van de dienst Defensie - BPO dd. 4 december 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies van Proximus dd. 27 oktober 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies van Wyre dd. 16 oktober 2025 dienen strikt te worden nageleefd.
Conclusie college van burgemeester en schepenen
Het college sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.
BESLUIT:
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen levert de voorwaardelijke omgevingsvergunning af voor het bouwen van 12 ééngezinswoningen.
Artikel 2
Volgende voorwaarden en/of lasten worden opgelegd:
Stedenbouwkundige voorwaarden
● De voorwaarden uit de beslissing van de gemeenteraad dd. 27 januari 2026, betreffende de wegenis, dienen strikt te worden nageleefd;
● Er dient in de basisakte van iedere woning een parkeerplaats te worden opgenomen. De parkeerplaats mag niet vervreemde van de woning en kan niet afzonderlijk verkocht worden;
● De aanvrager dient te voorzien voor de aanleg van de nodige infrastructuur (wachtbuizen) voor laadinfrastructuur en dit aan alle carports en fietsenberging (laden van elektrische fietsen). Het plaatsen van de eigenlijke private laadinfrastructuur kan op initiatief van de toekomstige gebruiker/ eigenaar of door de aanvrager;
● De laadinfrastructuur op het toekomstig openbaar domein ter hoogte van de publieke parkeerplaatsen dient te worden geplaatst op initiatief en kosten van de aanvrager;
● De aanvrager dient er over te waken dat de groenaanplanting van het terrein aan volgende voorwaarden voldoet:
○ De groenaanleg dient te gebeuren met kwalitatief plantgoed en dit ten laatste in het eerstvolgende plantseizoen voor de eigenlijke ingebruikname van de nieuwe gebouwen;
○ De nieuw aan te planten bomen dienen een minimale stamomtrek te hebben van 14/16cm met een kruinhoogte die gangbaar is voor een hoogstammige boom;
○ Indien er bomen uitvallen dienen deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen;
○ De bomen moeten de kans krijgen om volwaardig uit te groeien;
○ De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wildvraat;
○ Het plantgoed voor de hoge hagen dient een minimale hoogte te bezitten van 1,80m om zo snel als mogelijk een gesloten groenscherm te vormen voor de nodige privacy;
○ De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek,
○ De aan te planten bomen dienen uitsluitend te worden voorzien in inheemse boomsoorten (bv: winter- of zomereik (Quercus petraea of Quercus robur), Beuk (Fagus sylvatica), haagbeuk (Carpinus betulus), Linde (Tilia), Plantaan (Platanus acerifolia), enz.).
● De aanvrager dient er over te waken dat het straatmeubilair en inrichting van het toekomstig openbaar domein aan volgende voorwaarden voldoet:
○ Er dient voor de zitbanken gekozen te worden voor model “zitbank CLS” met een zwart stalen onderstel en bekleed met tropisch hardhout;
○ De zitbanken worden geplaats op kosten en initiatief van de aanvrager;
○ De aanvrager neemt contact op met de gemeentelijke dienst openbare werken, mobiliteit en veiligheid van de gemeente Hove voor verder advies en details;
○ Er dienen in totaal vier overrijdbare paaltjes geplaatst te worden waarvan twee links en rechts op de rand van de weg zodat de eigenlijk doorgang voor fietsers en voetgangers gevrijwaard blijft van obstakels;
○ De doorgang mag maximaal een breedte hebben van 1,80m;
○ Voor de specificaties en advies voor de aankoop en plaatsing van deze paaltjes neemt de aanvrager contact op met de gemeentelijke dienst openbare werken, mobiliteit en veiligheid van Hove en/of met de Brandweer.
○ De aankoop gebeurt op initiatief en kosten van de aanvrager.
● Het perceel is geplaagd door Japanse duizendknoop. Het betreft een invasieve soort die hardnekkig is te verwijderen. De aanvrager dient het perceel op een professionele manier te laten saneren om de invasieve plantensoort te bestrijden. De bestrijding en de hiervoor gekozen firma en technieken dient in overleg te gebeuren met de dienst Milieu van de gemeente Hove;
● De voorwaarden uit het advies van de dienst Milieu Hove dd. 3 november 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies van de dienst Mobiliteit, Openbare werken en veiligheid (MOWV) dd. 4 december 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies Aquafin dd. 9 december 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies Brandweer Zone Rand dd. 24 oktober 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies Fluvius dd. 30 oktober 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies van de dienst Defensie - BPO dd. 4 december 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies van Proximus dd. 27 oktober 2025 dienen strikt te worden nageleefd;
● De voorwaarden uit het advies van Wyre dd. 16 oktober 2025 dienen strikt te worden nageleefd.
Algemene voorwaarden
Deze beslissing stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de vergunde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.