BESLUIT ZONDER VISUM VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN
Zitting van maandag 10 maart 2025
Aanwezig: Thierry Lens (burgemeester);Bart Van Couwenberghe, Dave Van den Bergh, Lenn De Cleene, Sofie Lemmens (Schepenen);Anke Dehuisser (algemeen directeur); |
OMV 2024/153 - De Ster 27 - vergunning
Het college van burgemeester en schepenen, in geheime zitting,
Juridische achtergrond
Artikel 56, §2, 7° van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is over de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.
Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verplicht elke vergunningverlenende overheid ertoe om de potentieel schadelijke effecten van de voorgenomen werken op het watersysteem te onderzoeken.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009), en latere wijzigingen, hierna genoemd de VCRO en latere wijzigingsdecreten.
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;
Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) + bijlagen en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene milieuvoorwaarden (VLAREM III) voor GPBV-installaties en latere wijzigingen;
Besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2012 betreft de verordening rond het kappen van bomen.
Feiten en context
De aanvraag ingediend door mevrouw Katleen Butaye wonende De Ster 27 te 2540 Hove, werd per beveiligde zending verzonden op 14 december 2024. Deze aanvraag werd ontvangen op 14 december 2024 en vervolledigd op 23 januari 2025.
De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 27 januari 2025.
De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen De Ster 27, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie A nr. 21W.
Het betreft een aanvraag tot het rooien van een linde en snoeien van bomen.
De aanvraag omvat:
● stedenbouwkundige handelingen
Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Historiek
● Op 07/12/2020 werd een omgevingsvergunning (2020/107) voor verbouwen en uitbreiden van de woning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
● Op 11/03/1987 werd een stedenbouwkundige vergunning (1987/63) voor plaatsing houtvlechtwerk en rieten matten afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
● Op 20/05/1986 werd een stedenbouwkundige vergunning (1986/28) voor aanbouwen van een overdekt zwembad afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
● Op 05/07/1983 werd een stedenbouwkundige vergunning (1983/12) voor bouw van een serre afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
● Op 04/02/1969 werd een stedenbouwkundige vergunning (1969/5) voor bouwen van huis met garage afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
Adviezen
Milieu dd. 21 februari 2025: voorwaardelijk gunstig
Agentschap Natuur en Bos Antwerpen dd. 30 januari 2025: geen bezwaar
Gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 21 februari 2025: voorwaardelijk gunstig
Argumentatie
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Het rooien van een lindeboom en snoeien van een bomengroep.
Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving
De betreffende woning is gelegen langs De Ster, een woonstraat in een boomrijke omgeving die een lus vormt met twee aansluitingen op de Leliestraat. De straat is gelegen ten oosten van de spoorlijn Brussel-Antwerpen, ter hoogte van het kasteeldomein Cappenberg. Het noordelijk gelegen deel van de Ster omvat voornamelijk gekoppelde bebouwing op kavels met een gemiddelde grootte van 450 m². In de rest van de straat komen enkel vrijstaande eengezinswoningen voor op kavels met een oppervlakte die varieert van 600 tot 1500 m².
Toetsing aan de voorschriften
Het gevraagde is volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd op 3 oktober 1979, gelegen in parkgebied en woongebied.
Volgende voorschriften zijn van toepassing:
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De parkgebieden moeten in hun staat bewaard worden of zijn bestemd om zodanig ingericht te worden, dat ze, in de al dan niet verstedelijkte gebieden, hun sociale functie kunnen vervullen.
Het project is in overeenstemming met de voorschriften van het geldende gewestplan.
Het project is volgens het Gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’, goedgekeurd op 19 juni 2009, gelegen binnen de afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Volgende relevante stedenbouwkundige voorschriften zijn van toepassing:
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het grootstedelijk gebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing. De bestaande voorschriften kunnen daar door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA’s worden vervangen. Bij de vaststelling van die plannen en bij overheidsprojecten binnen de grenslijn gelden de relevante bepalingen van de ruimtelijke structuurplannen, conform de decretale bepalingen in verband met de verbindende waarde van die ruimtelijke structuurplannen.
Het perceel valt niet binnen een deelgebied waarvoor bestemmingsvoorschriften zijn vastgesteld. De gewestplanbestemming is van toepassing.
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA of gemeentelijk RUP, noch binnen de omschrijving van een vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag wordt als volgt getoetst aan de voorschriften van het gewestplan en de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede ruimtelijke ordening ter plaatse.
De aanvraag is in overeenstemming met de gebiedsbestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.
Rooilijn
Het project wordt niet getroffen door een rooilijn.
Uitgeruste weg
In toepassing op de artikelen 4.3.5 tot en met 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kan gesteld worden dat de De Ster een voldoende uitgeruste openbare weg is.
Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
Raadpleging aanpalende eigenaar
Artikel 83 van het omgevingsvergunningsbesluit is niet van toepassing.
Watertoets
De Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen e.d. is niet van toepassing op dit project.
Project-MER
Het project komt niet voor op de lijsten gevoegd als bijlage I, II en III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (en latere wijzigingen) houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage. Er dient derhalve geen project-milieueffectrapportage noch een project-milieueffectrapportage-screeningsnota te worden opgesteld voor de aanvraag.
Inhoudelijke beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Deze beoordeling, als uitvoering van art. 1.1.4 van de codex gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen, houdt rekening met de volgende criteria als uitvoering van art. 4.3.1 van de VCRO:
Functionele inpasbaarheid
Niet van toepassing op deze aanvraag. Er wordt geen functiewijziging doorgevoerd.
Mobiliteit
Niet van toepassing. De aanvraag voorziet geen wijzigingen aan parkeren, fietsgebruik of autogebruik.
Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid
Niet van toepassing. Het gabarit/bouwvolume blijft ongewijzigd. Op het perceel worden geen bijkomende constructies/ verhardingen/ ruimte-inname voorzien.
Visueel-vormelijke elementen
De aanvraag heeft betrekking op het vellen van een hoogstammige boom en het snoeien van een bomengroep. Het advies van de gemeentelijk Milieudienst wordt bijgetreden. Het uitgebreide advies werd toegevoegd onder de rubriek “Beoordeling externe adviezen”.
Cultuurhistorische aspecten
De aanvraag betreft geen beschermd monument, en is ook niet gelegen in de nabijheid of het gezichtsveld van een beschermd monument, dorpszicht of landschap. Het betreft geen gebouw dat is opgenomen in de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.
De bomengroep maakt historisch onderdeel uit van het park van het aangrenzend kasteel Cappenberg. Het kasteel Cappenberg maakt onderdeel uit van een beschermd dorpsgezicht (ID: 1564 – definitief beschermd 20 januari 1981). Het betrokken perceel grenst aan de afbakeningszone van dit beschermd dorpsgezicht. De bomengroep vormt de bufferzone (de coulissen) voor het kasteeldomein. Elke ingreep dient te worden afgewogen tegen de erfgoedwaarde van het aangrenzende kasteelpark.
Bodemreliëf
Niet van toepassing. De aanvraag voorziet geen reliëfwijzigingen.
Andere hinderaspecten inzake gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
De aanvraag bevat geen elementen waarvan kan verwacht worden dat ze enige invloed op de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen kunnen hebben.
Bespreking adviezen
Het Agentschap Natuur en Bos laat dd. 30 januari 2025 per bericht weten geen bezwaar te hebben tegen de voorgestelde werken.
De gemeentelijke milieudienst Hove bracht dd. 21 februari 2025 een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het advies luidt als volgt:
Bespreking van de aanvraag
Het terrein bestaat uit een klassieke tuinaanleg bij een woning opgetrokken in 1969. Bestaande uit een gazon en groenaanplanting. Op het terrein zijn diverse grote bomen aanwezig. De bomen vormen een groenscherm met het achtergelegen kasteel Cappenberg.
Het kasteel Cappenberg en haar omgeving is een beschermd monument (dorpsgezicht). De bomen liggen net buiten de beschermingszone, desalniettemin heeft elke ingreep in de directe omgeving invloed op het beschermde dorpsgezicht. De bomengroep bestaat uit 9 historische lindebomen.
Het deel van het terrein waar de bomenrij zich bevindt is ingetekend op de biologische waarderingskaart als zijnde zeer waardevol.
De conclusie uit het uitgebreide verslag van de firma B-Tree Boomverzorging BV dd. 24 juni 2024 stelt het volgende:
[…]
“De bomengroep bestaat uit 9 historisch getopte lindebomen (zomerlinde) en één jonge aanplant.
Omwille van het toppen (dit is het ontdoen van de top van de boom door een stuk van de stam te verwijderen), zijn sommige exemplaren niet meer uitgelopen bovenaan. Anderen zijn erg goed uitgelopen en hebben zware nieuwe toppen gevormd.
Deze nieuwe toppen hebben voornamelijk volgende uitdagingen:
* Ofwel zijn ze aangehecht op een zeer dunne restwand van de getopte boom omdat die bovenaan ingerot is. Waardoor deze nieuwe toppen kunnen uitbreken.
* Ofwel zijn er geen nieuwe toppen uitgegroeid en bevatten deze bomen bovenaan veel dood en soms groot dood hout.
* De exemplaren die goede hergroei vertonen na het historisch toppen, daarbij ontstaan vaak plakoksels (slechte of geen onderlinge vergroeiing) tussen de zware takken. Met als resultaat dat deze nieuwe toppen ook hierdoor erg breukgevoelig zijn.
Eén exemplaar heeft vermoedelijk, en dit zal blijken na een verdere inspectie op hoogte, een holle stam en met zekerheid een sterk uitgeholde stamvoet (maaiveldhoogte). Waardoor deze boom moet verwijderd worden. We overwegen om deze boom ecologisch te vellen, zodat een stam met een hoogte van drie tot vier meter blijft staan om de biodiversiteit en het boomsoorteigen ecosysteem van de blijvende exemplaren te ondersteunen. Door deze boom ecologische te vellen, wordt het verhoogd risico dat de boom vormt naar de omgeving, verlaagd naar een normaal risico.
Enkele bomen, waaronder het enige jonge exemplaar, hebben een erg onevenwichtige kroon. Waardoor deze bomen een iets groter dan normaal risico vormen op schade. En ze zijn hierdoor ook niet op het gewenste eindbeeld. Niet corrigeren van het kroonevenwicht, zal op termijn lijden tot nog meer zijdelingse belasting.
Wat niet gewenst is en waardoor de kronen enerzijds eenzijdig moeten gecorrigeerd worden door het snoeien ervan. En anderzijds omliggende bomen moeten gesnoeid worden om de onevenwichtige exemplaren meer licht te geven langs hun minst ontwikkelde zijde.
Penetrometingen (indringingsweerstand van de bodem) in zowel de wortelzone van de bomen, als het gazon, en lokaal wortelonderzoek ter hoogte van het bijgebouw rechts achteraan in de tuin (vanaf straatkant gezien), tonen aan dat de wortelzone die door het gazon gevormd wordt, historisch vergraven is tot op minimaal 1 meter diepte. Waardoor langs de grens tussen het gazon en de border waarin de bomen zich bevinden zeer ernstige wortelschade is gemaakt. Lokaal wortelonderzoek t.h.v. boom 1643 en de foto’s ervan, tonen dit ook duidelijk aan. De wortels vertonen op deze grens een plotse overgang naar veel dunner wortels. Wat duidt op hergroei van bestaande, maar deels verwijderde wortels. Op de overgangen in de wortels zijn haast altijd duidelijk knobbels zichtbaar.
Deze wortelschade vormt een belangrijke toegangspoort voor aantastingen. Temeer dat de bomen, naast het toppen ervan, ook hiervoor een winterinspectie moeten krijgen.
Tussen de bomen rechts achteraan en in de humus/boomschorslaag werd tijdens het wortelonderzoek een viltlaag van rottend gras aangetroffen die voor zuurstofgebrek in de bodem zorgt en het bodemleven ernstig verstoord. Schimmels en dan vooral ectomycorrhizavormende symbionten (laat ons dit de “noodzakelijk goede” schimmels noemen, sterven hierdoor af. Waardoor de bomen in de buurt erg verzwakken. De twee bergjes aarde en maaisel tussen de bomen rechts achteraan veroorzaken dezelfde problemen.
Omdat enkele van de bomen meerdere condities en vitaliteiten laten zien (top verschillend van ondersectie zoals stamvoet en stam onderaan) kunnen deze exemplaren gecatalogeerd worden onder kandidaat veterane bomen. We hebben deze exemplaren niet apart behandeld in dit rapport, omdat dit veel te ver zou leiden, maar hebben wel rekening gehouden met de gestelde maatregelen voor het beheer ervan.
Omdat de inspectie van de bomen gebeurd is op het moment dat ze volledig in blad stonden, was een deel van de kroonarchitectuur (stam, gesteltakken en takken) niet zichtbaar vanop maaiveldniveau. Ook niet ondanks het gebruik van een krachtige Swarovski verrekijker.
Bovenstaande en de volledige inventarisatie noodzaakt volgende maatregelen, dewelke dan ook verderop in dit verslag gedetailleerd zijn weergegeven en individueel beschreven zijn per boom:
* Ecologisch vellen van 1 exemplaar (nr. 1639) op korte termijn; zo snel mogelijk.
* Inspectie van de volledige kroon en eventueel aanwezige schimmels in de winter, wanneer de bomen geen bladeren dragen en de meeste schimmels, als ze al aanwezig zouden zijn, vruchtlichamen vormen.
* Inspectie op hoogte van de takaanhechtingen van de nieuwgevormde toppen, de eventueel problematische plakoksels en de snoeiwonden van het toppen (inrotting, restwand, …).
* Verwijderen groot dood hout.
* Snoeien van de niet evenwichtige bomen en bomen in de buurt ervan, om de bomen die lichtgebrek hebben, meer licht te geven.
* Mechanisch ontlasten van topzware takken, plakoksels en nieuwgevormde toppen.
* Bodemherstelwerkzaamheden: verwijderen hoop grond, hoop organisch materiaal en viltlaag van rottend gras onder hakselhoutlaag en in humuslaag van de bodem. Verluchten van de bodem.
* Nader onderzoek door middel van geluidstomografie op holle stamvoet en onderstam (boom 1645).
[…]
Conclusie
Het verslag is zeer goed onderbouwd en voorziet in een uitgebreid programma van maatregelen. Het verslag en het advies voor het rooien van de boom en het snoeien van de bomengroep wordt integraal gevolgd. Om de historische bomengroep in stand te houden dient er een nieuwe boom te worden aangeplant ter compensatie van de te rooien boom. De boom dient in de zone te worden aangeplant in de directe omgeving van de bomengroep. De aanplant dient op een dergelijke manier te gebeuren dat de bomengroep haar schermfunctie ten opzichte van het kasteelpark blijft vervullen.
Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen.
De nieuw aan te planten boom dient te worden voorzien in nieuwe lindeboom van dezelfde soort als de rest van de bomengroep. De boom dient een plantmaat van minimaal 14/16cm te bezitten en met een stamhoogte gangbaar voor een hoogstammige boom.
De nieuwe boom dient te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de huidige boom. Indien de nieuwe aan te planten boom uitvalt dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen. De boom moet de kans krijgen om volwaardig uit te groeien.
Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant.
De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- of wildvraat.
De aanplanting van de bomen en hagen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek.
De aanvrager dient de aanplant te kunnen bewijzen met o.a. aankoopfacturen.
Voorwaarden
* Het programma van maatregelen zoals opgenomen in het verslag van de firma B-Tree Boomverzorging BV dd. 24 juni 2024 dient integraal gevolgd te worden;
* Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen;
* De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek;
* Er dient minimaal een nieuwe lindeboom te worden aangeplant op eigen terrein;
* De nieuw aan te planten boom moet van dezelfde soort zijn als van de bomengroep (zomerlinde/ grootbladige linde (Tilia platyphyllos).
* De boom dient een minimale plantmaat van 14/16cm te bezitten
* De boom dient een stamhoogte te bezitten die gangbaar voor een hoogstammige boom;
* De nieuwe boom dient te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de bestaande boom;
* Indien de nieuw aan te planten boom uitvalt dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen;
* De boom moet de kans krijgen om volwaardig uit te groeien
* Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant;
* De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- en wildvraat.
Conclusie gemeentelijk omgevingsambtenaar
Op basis van de bovenvermelde motivering wordt de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd mits te voldoen aan volgende voorwaarden:
● Het programma van maatregelen zoals opgenomen in het verslag van de firma B-Tree Boomverzorging BV dd. 24 juni 2024 dient integraal gevolgd te worden;
● Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen;
● De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek;
● Er dient minimaal een nieuwe lindeboom te worden aangeplant op eigen terrein;
● De nieuw aan te planten boom moet van dezelfde soort zijn als van de bomengroep (zomerlinde/ grootbladige linde (Tilia platyphyllos).
● De boom dient een minimale plantmaat van 14/16cm te bezitten
● De boom dient een stamhoogte te bezitten die gangbaar voor een hoogstammige boom;
● De nieuwe boom dient te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de bestaande boom;
● Indien de nieuw aan te planten boom uitvalt dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen;
● De boom moet de kans krijgen om volwaardig uit te groeien
● Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant;
● De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- en wildvraat.
Conclusie college van burgemeester en schepenen
Het college sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.
BESLUIT:
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen levert de voorwaardelijke omgevingsvergunning af voor het rooien van een linde en snoeien van bomen.
Artikel 2
Volgende voorwaarden en/of lasten worden opgelegd:
Stedenbouwkundige voorwaarden
● Het programma van maatregelen zoals opgenomen in het verslag van de firma B-Tree Boomverzorging BV dd. 24 juni 2024 dient integraal gevolgd te worden;
● Het algemeen soortenbesluit is van toepassing. De kap dient te gebeuren buiten het broedseizoen;
● De aanplanting van de bomen dient te gebeuren conform artikel 3.133 en 3.134 van het Burgerlijk Wetboek;
● Er dient minimaal een nieuwe lindeboom te worden aangeplant op eigen terrein;
● De nieuw aan te planten boom moet van dezelfde soort zijn als van de bomengroep (zomerlinde/ grootbladige linde (Tilia platyphyllos).
● De boom dient een minimale plantmaat van 14/16cm te bezitten
● De boom dient een stamhoogte te bezitten die gangbaar voor een hoogstammige boom;
● De nieuwe boom dient te worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na het rooien van de bestaande boom;
● Indien de nieuw aan te planten boom uitvalt dan dient deze te worden heraangeplant in het eerst daaropvolgende plantseizoen;
● De boom moet de kans krijgen om volwaardig uit te groeien
● Bomen met een beperkte kruin of snoeivorm zoals bolbomen, leibomen, enz. worden niet aanvaard als volwaardige aanplant;
● De aanvrager neemt alle voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief plantgoed, het gebruik van steunpalen of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen vee- en wildvraat.
Algemene voorwaarden
Deze beslissing stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de vergunde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.