BESLUIT ZONDER VISUM VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

 

Zitting van maandag 9 maart 2026

 

 

Aanwezig: Thierry Lens (burgemeester);Bart Van Couwenberghe, Dave Van den Bergh, Sofie Lemmens (Schepenen);Anke Dehuisser (algemeen directeur);

Verontschuldigd: Lenn De Cleene (schepen);

 

 

OMV 2025/154 - Veldkantvoetweg 141 en zn. - vergunning

 

Het college van burgemeester en schepenen, in geheime zitting,

 

Juridische achtergrond

Artikel 56, §2, 7° van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is over de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.

 

Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, verplicht elke vergunningverlenende overheid ertoe om de potentieel schadelijke effecten van de voorgenomen werken op het watersysteem te onderzoeken.

 

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009), en latere wijzigingen, hierna genoemd de VCRO en latere wijzigingsdecreten.

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

 

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen;

 

Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) + bijlagen en latere wijzigingen; 

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene milieuvoorwaarden (VLAREM III) voor GPBV-installaties en latere wijzigingen;

 

Besluit van de gemeenteraad van 25 juni 2012 betreft de verordening rond het kappen van bomen.

 

Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2025 tot vaststelling van een retributiereglement voor meldingen en aanvragen van omgevingsvergunningen;

 

Feiten en context

De aanvraag ingediend door MATEXI PROJECTS NV gevestigd te Franklin Rooseveltlaan 180 te 8790 Waregem, werd per beveiligde zending verzonden op 12 december 2025. Deze aanvraag werd ontvangen op 12 december 2025.

De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 8 januari 2026.

 

De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Veldkantvoetweg 141 en zn., kadastraal bekend: afdeling 1 sectie B nrs. 95Y, 96D, 97P2, 97H, 97K2, 97L2, 98S, 98V, 98T, 99B en 103A.

 

Het betreft een aanvraag tot het bouwen van 16 woningen in halfopen bebouwing (loten 2-6 en 7-11 en 12-17).

 

De aanvraag omvat:

        stedenbouwkundige handelingen

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Historiek

        Op 28/07/2025 werd een omgevingsvergunning (2025/93) voor bronbemaling voor aanleg gescheiden riolering in nieuwe verkaveling in akte genomen door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 07/04/2025 werd een omgevingsvergunning (2024/2) voor verkavelen van grond in 16 loten voor gekoppelde en aaneengesloten bebouwing en 4 loten voor vrijstaande bebouwing voorwaardelijk afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Er werd een bouwtoelating afgeleverd  (1953/56) voor bouwen van een bergplaats.. Dit dossier werd opgenomen in het register op datum van 04/07/2016.

        Op 30/04/2007 werd een verkavelingsvergunning (2006/1) nieuwe verkaveling geweigerd door de deputatie.

        Op 06/08/1990 werd een stedenbouwkundige vergunning (1990/12) voor regularisatieaanvraag verbouwing oude schuur geweigerd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 14/05/1990 werd een stedenbouwkundige vergunning (1989/78) voor plaatsing van een houten paardenstal afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 04/11/1985 werd een stedenbouwkundige vergunning (1985/70) voor uitbreiding van een bestaande bergplaats geweigerd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 04/08/1980 werd een stedenbouwkundige vergunning (1980/54) voor bouwen van een paardenstal afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op 19/04/1977 werd een stedenbouwkundige vergunning (1977/3) voor plaatsen van een bergplaats afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

        Op  werd een stedenbouwkundige vergunning (1990/94) voor regularisatieaanvraag verbouwing oude schuur door de deputatie.

 

Adviezen

Advies Aquafin dd. 20 januari 2026: voorwaardelijk gunstig
Dienst Integraal Waterbeleid provincie Antwerpen dd. 19 februari 2026: gedeeltelijk gunstig
Fluvius dd. 3 februari 2026: voorwaardelijk gunstig
Wyre dd. 12 januari 2026: gunstig
Proximus dd. 15 januari 2026: voorwaardelijk gunstig

Gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 24 februari 2026: voorwaardelijk gunstig

 

Argumentatie

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft betrekking op het bouwen van 16 woningen in halfopen bebouwing (loten 2-6 en 7-11 en 12-17)

 

Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving

De percelen zijn gelegen in een binnengebied tussen Lijsterbessenweg, de Kardinaal Jozef Cardijnstraat, de Veldkantvoetweg en de Diepestraat. De omgeving wordt gekenmerkt door eengezinswoningen in open bebouwing. Het betreft een omgeving met gemengde oudere woningen en recente nieuwbouwwoningen met hoofdzakelijk twee bouwlagen en een zadeldak.

 

Toetsing aan de voorschriften

Het gevraagde is volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd op 3 oktober 1979, gelegen in woongebied.

Volgende voorschriften zijn van toepassing:

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project is in overeenstemming met de voorschriften van het geldende gewestplan.

 

Het project is volgens het Gewestelijk RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’, goedgekeurd op 19 juni 2009, gelegen binnen de afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

Volgende relevante stedenbouwkundige voorschriften zijn van toepassing:

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het grootstedelijk gebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit planvoorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing. De bestaande voorschriften kunnen daar door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA’s worden vervangen. Bij de vaststelling van die plannen en bij overheidsprojecten binnen de grenslijn gelden de relevante bepalingen van de ruimtelijke structuurplannen, conform de decretale bepalingen in verband met de verbindende waarde van die ruimtelijke structuurplannen.

 

Het perceel valt niet binnen een deelgebied waarvoor bestemmingsvoorschriften zijn vastgesteld. De gewestplanbestemming is van toepassing.

 

De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA en binnen de omschrijving van een vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van het BPA Veldkant nr. 9, goedgekeurd bij MB 24 december 1994.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van de verkaveling 'Veldkantvoetweg (binnengebied)', goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen 7 april 2025.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de gebiedsbestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.

 

Rooilijn

De aanvraag is gelegen binnen de rooilijn van het rooilijnplan 'Veldkantvoetweg' dd. 25 maart 2025. De rooilijn wordt tevens bepaald door het BPA Veldkant nr. 9 dd. 21december 1994.

 

Uitgeruste weg

In toepassing op de artikelen 4.3.5 tot en met 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kan gesteld worden dat de Veldkantvoetweg een voldoende uitgeruste openbare weg is.

 

Riolering

De richtlijnen inzake aansluiting op de riolering en IBA-beheer kunnen worden bekomen bij Water-link (www.water-link.be of 078/35.35.09).

Het perceel is gelegen in een groene cluster. Aangezien de betreffende omgevingsvergunning zich situeert in een gebied dat pas in de toekomst via riolering wordt aangesloten op een waterzuiveringsinstallatie, voldoet het betreffende gebouw met een voorzuivering via een voorbehandelingsinstallatie (septische put) met Benor-certificaat.

De aanleg van de riolering werd voorzien in de verkaveling (OMV_2024098269 - 2024/2). De aanleg dient te gebeuren conform de bepalingen uit de adviezen van de nutsmaatschappijen.

 

Openbaar onderzoek

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.

 

Raadpleging aanpalende eigenaar

Artikel 83 van het omgevingsvergunningsbesluit is niet van toepassing.

 

Watertoets

De Provincie Antwerpen, dienst Integraal Waterbeleid leverde een gedeeltelijk voorwaardelijk advies dd. 19 februari 2026. Het advies luidt als volgt:

 

[…]

 

3. VERENIGBAARHEID MET HET WATERSYSTEEM

De aanvraag betreft de oprichting van 16 eengezinswoningen in een recent vergunde

verkaveling. Mogelijke schadelijke effecten zouden kunnen ontstaan door:

 

- wijziging van infiltratie naar het grondwater aangezien verhardingen en bebouwing een

versnelde afvoer van hemelwater en een verminderde infiltratie in de bodem tot gevolg hebben.

Dit kan leiden tot onvoldoende aanvulling van het grondwater, met (meer) verdroging tot

gevolg;

Voor de woningen op loten 2 tem 11 worden nieuwe infiltratievoorzieningen aangelegd in de vorm van een gemeenschappelijke infiltratiegracht (loten 2 tot 6) of individuele infiltratiewadi’s (loten 7 tot 11), deze kunnen aanvaard worden. Voor loten 12 tot 17 worden er echter geen bijkomende infiltratievoorzieningen geplaatst en wordt de overloop van de individuele hemelwaterputten aangesloten op de collectieve infiltratiegracht die werd aangelegd t.b.v. de verkaveling (wegenis). Dit kan niet aanvaard worden. De collectieve voorziening voor de verkaveling zou overgedimensioneerd zijn, echter wordt dit nergens aangetoond of onderbouwd. Bovendien werd het correct functioneren van de collectieve voorziening t.b.v. de

verkaveling aangetoond met een Sirio analyse. Het bijkomend aansluiten van verharding kan de resultaten daarvan beïnvloeden en kan daarom niet zonder meer aanvaard worden.

 

Het project word in zijn huidige vorm gunstig geadviseerd voor het oprichten van de woningen op loten 2 t.e.m. 11, maar wordt ongunstig geadviseerd voor loten 12 t.e.m. 17. Om een volledig gunstig advies te bekomen dient aangetoond te worden dat de collectieve voorziening effectief overgedimensioneerd werd (t.o.v. de verstrengde provinciale buffernorm) en dat het bijkomend aansluiten van de woningen de werking hiervan niet negatief zal beïnvloeden (Sirio-analyse). Of deze woningen dienen aangesloten te worden op één of meerder aparte infiltratievoorzieningen.

 

3.1. Voor de wijziging van infiltratie naar het grondwater Voor wat betreft het aspect infiltratie kunnen de schadelijke effecten worden ondervangen indien de aanvraag minstens voldoet aan de gewestelijke, provinciale, gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten e.a. Verder moet voldaan worden aan art. 6.2.2.1.2 § 4 van Vlarem II met betrekking tot de afvoer van hemelwater, doelstelling

6° a) opgenomen in art. 5 van het decreet integraal waterbeleid en het concept 'vasthoudenbergen- afvoeren' dat opgenomen is in de waterbeleidsnota en de stroomgebiedbeheerplannen. Prioriteit moet uitgaan naar hergebruik van hemelwater en vervolgens naar infiltratie boven buffering met vertraagde afvoer.

 

Vermijden afstroom van hemelwater

 

Verhardingen moeten maximaal waterdoorlatend zijn. Waterdoorlatende verharding dient waar mogelijk te worden aangelegd onder een helling van minder dan 2%. Indien de verharding wordt aangelegd met een grotere helling wordt afstroom verwacht en dient deze af te wateren naar een voldoende grote groenzone of infiltratiezone. Alle lagen, inclusief de funderingslaag, dienen een minimale doorlatendheid van 5.4*10-5 m/s te hebben. Bovendien mogen er geen afvoerkolken worden voorzien. Steenslagfundering moet conform Standaardbestek 250 voor waterdoorlatende verhardingen aangelegd worden. Indien dit niet het geval is, dienen deze verharde oppervlaktes meegenomen te worden in de berekening van de infiltratievoorziening en naar de infiltratievoorziening af te wateren.

 

Hemelwaterput en hergebruik

De aanvraag voorziet om de dakoppervlaktes van de individuele woningen aan te sluiten op aparte hemelwaterputten. Het opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik buiten. De hemelwaterput voldoet aan de geldende regelgeving.

 

Infiltratievoorziening

Om het infiltratiesysteem te dimensioneren, werd de oppervlakte van het groendak gehalveerd. Dit kan enkel in mindering worden gebracht indien het groendak een waterbergend vermogen heeft van minimum 50 l/m². Wanneer deze waarde niet behaald wordt, dient de grootte van het infiltratievolume en -oppervlakte te worden herberekend voor de totale dakoppervlakte.

Het betrokken gebied is gelegen in het afstroomgebied van de Lachenebeek, een onbevaarbare waterloop van tweede categorie die door de provincie wordt beheerd. Volgens de watertoetskaart zijn de percelen (stroomafwaarts) deels/volledig overstromingsgevoelig. Om wateroverlast daar te verminderen/voorkomen is het nodig het water te vertragen en op te houden aan de bron. Daarom moet in deze gebieden een hemelwatervoorziening met verhoogd buffervolume van 400 m³/ha voorzien worden.

 

        De hemelwaterputten van loten 2 tot 6 lopen over naar een gemeenschappelijk infiltratiegracht.

Om effectief te zijn en drainage van het grondwater te vermijden, dient de infiltratievoorziening zich geheel boven de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand te bevinden. Enkel het volume en de oppervlakte van de infiltratievoorziening boven dit peil kunnen in rekening genomen worden. Op basis van de drainageklasse en de uitgevoerde grondwatermetingen t.b.v. de verkavelingsvergunning (vorige aanvraag) kan een maximale grondwaterstand tot 70 cm onder maaiveld verwacht worden op deze locatie. De ~65cm diepe infiltratiegracht werd ruim gedimensioneerd (zonder noodoverlaat) en kan aanvaard worden.

 

        De hemelwaterputten van loten 7 tot 11 lopen over naar individuele infiltratiewadi’s.

De individuele infiltratiewadi’s worden max 50 cm onder het maaiveld voorzien (terreinsnede 2) en kunnen aanvaard worden.

 

        De hemelwaterputten van loten 12 tot 17 lopen over naar de infiltratiegrachten die werden voorzien t.b.v. de verkaveling (wegenis).

 

De nota “buffering en infiltratie” geeft aan dat deze gracht overgedimensioneerd werd t.o.v. de GSV, op deze locatie gelden echter een verstrengde provinciale buffernorm van 400m³/ha, enkel het volume boven deze norm kan effectief in rekening gebracht worden. De opgegevengetallen komen ook niet overeen met de getallen uit de nota die aangeleverd werd bij de

verkavelingsaanvraag:

 

 

 

 

De collectieve voorziening werd tijdens de verkavelingsvergunning door onze dienst gunstig geadviseerd omdat ze voldeed aan de verstrengde buffernorm en omdat het goed functioneren van deze voorziening werd aangetoond door middel van een Sirio-analyse. Het bijkomend aansluiten van verharding op deze infiltratievoorziening kan daarom enkel aanvaard worden als het volume effectief aanwezig is t.o.v. de verstrengde buffernorm en aangetoond wordt dat dit geen negatieve invloed heeft op de werking van de voorziening. De infiltratievoorziening zoals nu voorzien voor loten 12 tot 17 kan niet aanvaard worden. Er dient bijkomende onderbouwing aangeleverd worden ivm het gerealiseerde volume of de woningen dienen uitgerust te worden met een aparte infiltratievoorziening

 

Tijdens de uitvoering van de werken moet de locatie van de infiltratiezone gevrijwaard worden van zware belasting om bodemverdichting te vermijden. Zo kan de infiltratiecapaciteit maximaal behouden blijven.

 

4. TOETSING EN CONCLUSIE

Gedeeltelijk gunstig, voor de woningen op loten 2 t.e.m. 11, aangezien dat deel van de aanvraag verenigbaar is met de huidige wetgeving en de doelstellingen en beginselen van het Decreet Integraal Waterbeleid.

 

Gedeeltelijk ongunstig voor loten 12 t.e.m. 17 aangezien voor deze woningen niet kan

worden aangetoond dat er aan de GSV hemelwater met verstrengde provinciale buffernorm is voldaan.

 

De aanvrager leverde op basis van het bovenstaande advies, aangepaste plannen en berekeningen aan betreffende de buffering van het hemelwater. De aanvrager motiveert als volgt:

 

[…]

 

In het kader van de aanvraag voor de bouw van 16 woningen legt de DIW (Provincie Antwerpen) een verstrengde buffernorm op van 400m³/ha (i.p.v. de normale eis van 330m³/ha).

Tijdens de opmaak van de aanvraag verkavelingsvergunning was er nog geen sprake van deze verstrengde buffernorm.

 

[…]

 

 

4.2.4. VERORDENING HEMELWATER

Op vraag van de architecten wordt de buffering en infiltratie van loten 12 t.e.m. 17 opgevangen door de infiltratiegracht op openbaar domein.

Alle woningen worden voorzien van een hemelwaterput conform de dimensionering die voorgeschreven wordt door de GSV. Het hemelwater wordt maximaal hergebruikt zoals voorzien in de GSV.

Alle percelen zijn groter dan 120m² en dienen dus voorzien te worden van een infiltratievoorziening.

 

Zoals hierboven beschreven legt de provincie (DIW -zie bijlage 6.5) in een pré-advies een verstrengde buffernorm op 400m³/ha. Hiermee werd rekening gehouden in de volgende berekeningen (zie ook berekeningstabel bijlage 6.4).

 

Alle verhardingen in waterpasserende materialen hebben een hellingsgraad van 0,5% (< 2%) en hebben een waterdoorlatende fundering en onderfundering. De GSV hemelwater is dus niet van toepassing op deze verhardingen.

 

Verkaveling:

- 20 loten x 80m²: 1600 m²

 

Loten 12-17:

- Afwaterende dakoppervlaktes: 491m²

- Groendaken (110m² x 50%): 55m²

- Aftrek i.f.v. hergebruik RW: -180m² (30m³ x 6 loten)

 

Totaal in rekening te brengen: 1966m²

 

Dit geeft volgende eisen:

- Eis buffervolume: 78.640L

- Eis infiltratieoppervlakte: 157,28m²

 

In bijlage 6.4 vindt de Sirio-rekensheets. Hieruit blijkt dat de infiltratiegracht na verbreding met 20cm volgende resultaten geeft:

- Buffervolume: 86.370L

- Infiltratieoppervlakte: 166,41m²

 

De voorziening voldoet dus aan de eisen van de GSV-hemelwaterverordening en aan de verstrengde buffernorm van de DIW.

 

[…]

4.2.5. RWA-RIOLERINGSSTELSEL

De afwatering wordt voorzien in grachten.

De gracht wordt voorzien van twee dammuren teneinde een maximale buffering te verkrijgen. Dit vanwege het lichte stijging / daling in het oostwestelijk lengteprofiel van de gracht / wegenis. De dammuurtjes worden voorzien van doorlaat met stop teneinde mogelijk onderhoud te kunnen uitvoeren aan het grachtenstelsel of afvoer te verkrijgen bij mogelijke calamiteiten.

De gracht heeft een overstortmogelijkheid naar de WADI in de Diepestraat / Veldkantvoetweg. Hiervoor wordt er een RWA overstortleiding (R1 – WADI) gewapende betonbuis di 400 mm aangelegd naar de WADI.

Om te voldoen aan de (nieuwe) normen van de GSV hemelwater en opgelegde norm van de provincie Antwerpen - dienst DIW wordt de infiltratiegracht 20cm verbreed om het buffervolume te vergroten.

 

Er kan worden geconcludeerd dat op basis van de aangeleverde plannen en berekeningen van de aanvrager de voorziening voldoet aan de eisen van de GSV-hemelwaterverordening en aan de verstrengde buffernorm van de DIW.

 

Project-MER

De aanvraag heeft betrekking op een project als vermeld in bijlage III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten, onderworpen aan milieueffectrapportage meer bepaald op rubriek 10b Stadsontwikkelingsprojecten. Bijgevolg moet een m.e.r-screening gebeuren. De aanvrager heeft de velden die betrekking hebben op de m.e.r.-screening ingevuld. De m.e.r-screening wordt in het volgende punt besproken.

 

kenmerken, de concrete plaatselijke omstandigheden en de concrete kenmerken van zijn potentiële milieueffecten, aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Zo er aanzienlijke milieueffecten kunnen zijn, dan moet een milieueffectrapport worden opgemaakt.

 

Wat de volgende mogelijke effecten van het project betreft, kan het volgende worden opgemerkt:

        Mobiliteit:

De blijvende toename in vervoersbeweging zal beperkt blijven omdat de geplande woningen eengezinswoningen zijn. Het aanvoeren van bouwmaterialen is van tijdelijke aard. Er zijn geen aanzienlijke effecten te verwachten.

 

        Bodem:

Tijdens de werffase is er mogelijk een beperkte bron van emissie naar de bodem aanwezig maar dit slechts als gevolg van calamiteiten met werftoestellen. Het project voorziet in niet in ondergrondse bouwlaag, wel in riolerings- en funderingswerken waarvoor beperkte graafwerken zijn voorzien. De wooneenheden die gebouwd worden op het terrein zullen geen bron zijn die bodem- of grondwaterverontreiniging kan veroorzaken. Op de projectsite zelf zijn geen OVAM dossiers gekend. Er werd in kader van de geplande infrastructuurwerken bodemonderzoeken uitgevoerd in het kader van grondverzet op de site. Hieruit zijn geen verontreinigingen gebleken.

 

Tijdens de werffase zullen verscheidene maatregelen genomen worden om mogelijke calamiteiten te voorkomen zoals een tijdig onderhoud van machines, lekbakken voor de eventuele opslag van oliën, geen toegang voor onbevoegden, uitsluitend werken met gekeurde toestellen, etc.

De geldende regelgeving zal te allen tijde gerespecteerd worden. Er zijn geen aanzienlijke effecten te verwachten.

 

        Hemelwater:

Het afvalwater en het niet verontreinigd hemelwater worden gescheiden afgevoerd. 

Nabij de rooilijn worden aparte toezichtputjes voorzien, enerzijds voor de afvalwaterafvoerleiding en anderzijds voor het niet verontreinigd hemelwater.

 

De stedenbouwkundige voorschriften geven duidelijk aan dat de gewestelijke en gemeentelijke verordeningen inzake hemelwater moeten nageleefd worden. 

Het afvalwater en het niet verontreinigd hemelwater worden gescheiden afgevoerd. 

Er worden maatregelen getroffen inzake de aan te leggen verhardingen. Er zijn geen aanzienlijke effecten te verwachten.

 

        Luchtkwaliteit:

Het project genereert normaal woon- en werkverkeer en in de omgeving komen geen files voor, zodat de door het project veroorzaakte verkeersemissies niet aanzienlijk zijn. De impact als gevolg van deze emissies zal bijgevolg onbeduidend zijn.

Mogelijke oorzaak van mindere luchtkwaliteit is verkeer. Door het voorzien van geothermie verwarming en warmtepompen vervalt de factor luchtverontreiniging door fossiele brandstoffen voor woningverwarming. Er zijn geen aanzienlijke effecten te verwachten.

 

        Geluid:

Tijdens de bouwfase kunnen geluid en trillingen voorkomen. De aanleg van de ontworpen wegenis, het graven van funderingen voor de geplande woningen en het aan- en afvoeren van bouwmaterialen zijn van tijdelijke aard. Er zijn geen aanzienlijke effecten te verwachten.

 

        Biodiversiteit: 

De verkaveling wordt opnieuw een groenzone met paden, grasvelden, hagen, struiken, loof- en naaldbomen zoals weergegeven op het omgevingsplan en het beplantingsplan nieuwe toestand.

 

De bestaande bomen zullen beschermd worden tegen effecten tijdens de bouwfase. Er werd hiervoor een boombeschermingsplan opgemaakt.

 

Het perceel is niet gelegen in een gebied dat deel uitmaakt van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) en ook niet in een speciale beschermingszone (SBZ) of een Natura 2000-gebied.

 

Tuinstroken van de loten worden met levende beplanting (her)aangelegd met behoud van zoveel mogelijk bomen, voor een minimale impact op de natuurlijke omgeving.

De aanwezige waterpartij wordt niet gewijzigd. Deze blijft buiten het project.

 

In de bijgevoegde nota, boombeschermingsplan en beplantingsplan worden genomen maatregelen besproken om de invloeden op de biodiversiteit te beperken. 

 

Het residentiële en groene karakter worden optimaal gevrijwaard. De onverharde gedeelten worden als tuin met levende beplanting gehandhaafd en/of aangelegd. te worden aangelegd. Hoogstammige bomen zijn geveld voor zover dit noodzakelijk is voor de oprichting van de gebouwen en het nemen van toegang tot die gebouwen. Nieuwe worden aangeplant.

 

Er zijn geen aanzienlijke effecten op de biodiversiteit te verwachten.

 

        Risico' en veiligheid:

Het terrein was voordien een onsamenhangend geheel, van een leegstaande woning met bijgebouwen, een loods, een garage, verhardingen en opgeschoten groen. 

 

Met de eerdere verkavelingsaanvraag werd de wijziging van het ruimtegebruik reeds goedgekeurd naar een uitbreiding van de bestaande woonwijk met eengezinswoningen, zoals al decennia voorzien in het bijzonder plan van aanleg (BPA).

 

De voorliggende bouwaanvraag is een eerste stap ter uitvoering van de goedgekeurde verkaveling.

 

Bouwaanvraag is uitvoering van de verkaveling en het BPA en is conform de geldende voorschriften.

 

Er zijn geen mogelijk aanzienlijke effecten op ruimtelijke aspecten. Het project creëert of vergroot geen ruimtelijke barrière, creëert geen ruimtelijke of functionele nadelen naar omgeving, biedt voldoende garanties om een kwaliteitsvol functioneren te waarborgen, ligt ruimtelijk op een geschikte locatie, zorgt niet voor een aanzienlijk bijkomende inname van open ruimte en zorgt niet voor een mogelijke schaalbreuk in de omgeving.

 

Er zijn geen aanzienlijke effecten te verwachten.

 

Op basis van bovenstaande overwegingen en de ingediende m.e.r.-screenings-nota, waarbij wordt aangesloten, kan geoordeeld worden dat de aanvraag niet moet vergezeld gaan van een milieueffectrapport, aangezien geen aanzienlijke negatieve effecten worden gegenereerd.

 

Inhoudelijke beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Deze beoordeling, als uitvoering van art. 1.1.4 van de codex gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen, houdt rekening met de volgende criteria als uitvoering van art. 4.3.1 van de VCRO:

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag omvat het bouwen van woningen binnen een goedgekeurde verkaveling, binnen woongebied. De aanvraag is functioneel inpasbaar.

 

Mobiliteitsimpact

Het gemeentelijk parkeerreglement is van toepassing. De woonkavels zijn voldoende ruim om het privaat parkeren te voorzien op eigen terrein. De woonkavels worden uitgerust met een inrit van 3,00m breed naar een carport.

 

Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid

Het ontwerp voldoet aan de verkavelingsvoorschriften en sluiten hierdoor aan bij de reeds bestaande schaal en bouwdichtheid in de omliggende straten. Het ruimtegebruik is afgestemd op het gangbare ruimtegebruik in de omgeving.

 

Visueel-vormelijke elementen

De voorgestelde materialen behoren tot gangbare en eigentijdse gevelafwerking. De voorgestelde gevelafwerking integreert zich op esthetische wijze bij de bestaande architectuur en is aanvaardbaar en niet storend in de omgeving.

 

De groenaanleg wordt voorzien conform de bepalingen uit de verkavelingsvergunning. 

 

Cultuurhistorische aspecten

De aanvraag heeft geen betrekking op een beschermd monument of een goed dat voorkomt op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. De plaats van de aanvraag is evenmin gelegen in  een beschermd dorpsgezicht of beschermd landschap. Een archeologienota (zoals vermeld in art. 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013) is niet vereist, omdat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden die het decreet heeft bepaald.

 

Bodemreliëf

Er worden aanpassing aan het bodemreliëf voorgesteld in functie van de aanleg van de grachten en wadi's. De reliëfwijzigingen vallen binnen de verwachte schaal in functie van de terreinaanleg. De voorgestelde reliëfwijzigingen zijn aanvaardbaar.

 

Andere hinderaspecten inzake gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

De aanvraag bevat geen elementen waarvan kan verwacht worden dat ze enige invloed op de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen kunnen hebben.

 

Bespreking adviezen

Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van Aquafin dd. 7 januari 2026. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;

 

Gelet op het gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius dd. 3 februari 2026. Er werd in eerste instantie niet voldaan aan de verkavelingsvoorschriften voor wat betreffend de financiële verplichtingen in het verkavelingsdossier. Op 12 februari 2026 werd de dienst op de hoogte gesteld dat er alsnog werd voldaan aan de financiële verplichtingen. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;

 

Gelet op het gedeeltelijk gunstig advies van de Provincie Antwerpen, dienst Integraal Waterbeleid dd. 19 februari 2026. Het advies wordt behandeld onder de rubriek "watertoets". De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;

 

Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van Proximus dd. 15 januari 2026. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;

 

Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van Wyre dd. 12 januari 2026. De voorwaarden uit het advies dienen strikt te worden nageleefd;

 

Conclusie gemeentelijk omgevingsambtenaar

Op basis van de bovenvermelde motivering wordt de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd  mits te voldoen aan volgende voorwaarden:

        De voorwaarden uit het advies van Aquafin dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden uit het advies van Fluvius dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden uit het advies van Provincie Antwerpen, dienst Integraal Waterbeleid dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden uit het advies van Proximus dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden uit het advies van Wyre dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden en bepalingen van de verkavelingsvergunning (OMV_2024098269 – 2024/2), goedgekeurd op 7 april 2025, blijven integraal van kracht voor zover zij niet worden opgeheven en/of gewijzigd door de voorliggende vergunning.

 

Conclusie college van burgemeester en schepenen

Het college sluit zich aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.

 

BESLUIT: 

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen levert de voorwaardelijke omgevingsvergunning af voor het bouwen van 16 woningen in halfopen bebouwing (loten 2-6 en 7-11 en 12-17).

 

Artikel 2

Volgende voorwaarden en/of lasten worden opgelegd:

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

        De voorwaarden uit het advies van Aquafin dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden uit het advies van Fluvius dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden uit het advies van Provincie Antwerpen, dienst Integraal Waterbeleid dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden uit het advies van Proximus dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden uit het advies van Wyre dienen strikt te worden nageleefd;

        De voorwaarden en bepalingen van de verkavelingsvergunning (OMV_2024098269 – 2024/2), goedgekeurd op 7 april 2025, blijven integraal van kracht voor zover zij niet worden opgeheven en/of gewijzigd door de voorliggende vergunning.

 

Algemene voorwaarden

  1. binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen de 'bekendmaking' gedurende een periode van dertig dagen aan te plakken op de plaats waarop deze vergunning betrekking heeft, duidelijk zichtbaar en leesbaar vanaf de openbare weg; indien het niet mogelijk is op de plaats zelf de bekendmaking duidelijk zichtbaar en leesbaar uit te hangen, moet ze worden uitgehangen op een goed zichtbare plaats in de onmiddellijke omgeving van de plaats waarop de vergunning betrekking heeft; de gele affiche 'bekendmaking beslissing' wordt aangetekend verzonden
  2. onmiddellijk na aanplakking van de bekendmaking dient u de datum van aanplakking in te voeren in het omgevingsloket.  De dag na de aanplakking start de beroepstermijn;
  3. van een omgevingsvergunning mag pas gebruik gemaakt worden als u niet binnen de vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking op de hoogte werd gebracht dat er een beroep werd aangetekend tegen de beslissing;
  4. pas na de laatste dag van aanplakking kan u 'de start van de werken' ingeven in het omgevingsloket;
  5. Minstens 14 dagen voor de start van de werken ons via omgeving@hove.be op de hoogte te brengen zodat de voorgeschreven bouwlijn kan worden uitgezet.
  6. U dient een dwg-versie van de vergunde plannen aan te leveren.;
  7. de uitvoeringsvoorwaarden gesteld in de bijlage nr.1 en 2 aan dit besluit stipt na te leven;
  8. binnen één jaar na voltooiing van de ruwbouw het bewijs voor te leggen dat men toepassing gemaakt heeft van het gemeentelijk belastingsreglement terzake;
  9. de afvoer van het hemelwater afkomstig van het dak (en/of verharde oppervlakte) wordt in overeenstemming gebracht met de gewestelijke verordening op het afkoppelen van dakoppervlaktes (en/of verharde oppervlaktes);
  10.                      de normbepalingen van hoofdstuk 3 van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid worden nageleefd;
  11.                      het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders wordt nageleefd;
  12.                      de voorwaarden gesteld in het advies van de instantie van datum (als bijlage) worden stipt nageleefd;
  13.                      de bekrachtigde archeologienota na te leven, of;als de ingreep in de bodem van deze vergunde werken afwijkt van de ingreep in de bodem van de werken, omschreven in de bekrachtigde archeologienota, geldt de bekrachtigde archeologienota niet als toelating voor de maatregelen die erin omschreven zijn. In dat geval moet u de procedure overeenkomstig artikel 5.4.16 tot en met artikel 5.4.21 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 naleven;
  14.                      (voor appartementen) De bouwpromotor of initiatiefnemer heeft de verplichting om de geldende reglementering, uitgevaardigd door de distributienetbeheerder IVEKA voor elektriciteit en voor aardgas, inzake de distributie van elektriciteit en gas naar en in appartementsgebouwen strikt na te leven; deze teksten zijn raadpleegbaar op de website van de distributienetbeheerder via https://www.fluvius.be/sites/fluvius/files/2019-02/Studie-en-offerteaanvraag-voor-projecten.pdf;
  15.                      er op toe te zien dat een gescheiden rioleringssysteem wordt aangelegd in functie van de latere aanleg van een/het gescheiden rioleringssysteem op het openbaar domein.

 

Deze beslissing stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.

 

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de vergunde stedenbouwkundige handelingen;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.



 

De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:


1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;


4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;


5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;


6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:


1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;


2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;


3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.