Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikel 32, 277 en 278 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Feiten en context
De notulen worden tijdens de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring voorgelegd.
BESLUIT: Goedkeuring notulen
eenparig aangenomen.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de notulen van de vorige zitting zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed.
Vaststelling aanvullende belasting op de personenbelasting Sandra Maes Tamara Lecoutre Troucheau Luc Vuylsteke de Laps Bart Van Couwenberghe Marie Misselyn Thierry Lens Kaat Van Hecke Jos Peeters Diederik Vandendriessche Tyson Kouraichi Anke Dehuisser Katty Huybrechts Nitish Chatterjee Michael Serrien Anke Muylle Dave Van den Bergh Veerle D'Haene Lenn De Cleene Gerda Lambrecht Sofie Lemmens Sandra Maes Tamara Lecoutre Troucheau Luc Vuylsteke de Laps Bart Van Couwenberghe Marie Misselyn Thierry Lens Kaat Van Hecke Jos Peeters Diederik Vandendriessche Tyson Kouraichi Katty Huybrechts Nitish Chatterjee Michael Serrien Anke Muylle Dave Van den Bergh Veerle D'Haene Lenn De Cleene Gerda Lambrecht Sofie Lemmens Gerda Lambrecht Diederik Vandendriessche Lenn De Cleene Sandra Maes Sofie Lemmens Dave Van den Bergh Veerle D'Haene Anke Muylle Katty Huybrechts Nitish Chatterjee Bart Van Couwenberghe Thierry Lens Tyson Kouraichi Kaat Van Hecke Michael Serrien Tamara Lecoutre Troucheau Marie Misselyn Jos Peeters Luc Vuylsteke de Laps aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
Artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot de goedkeuring van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting 2020 - 2025;
Feiten en context
De aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw belastingreglement vast te stellen.
Argumentatie
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Debat
Diederik Vandendriessche (Hove Beweegt): De beloofde belastingverlaging komt er niet. We blijven op 7,5. Ondanks het feit dat we nog op een pot geld zitten van de vorige legislatuur. We nemen daar akte van.
Bart Van Couwenberghe (N-VA): We maken halverwege een evaluatie zodat we eventueel naar een belastingverlaging kunnen gaan.
Luc Vuylsteke de Laps (Fan van Hove): Interessant over de periode. We stellen dat er staat tot 2031 - dat is niet halverwege evalueren.
Bart Van Couwenberghe (N-VA): Dat is vorige legislatuur ook gebeurd.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73010000
BESLUIT: Vaststelling aanvullende belasting op de personenbelasting
17 stemmen ja: Thierry Lens (Hove, natuurlijk!), Bart Van Couwenberghe (N-VA), Dave Van den Bergh (Hove, natuurlijk!), Lenn De Cleene (N-VA), Sofie Lemmens (Hove, natuurlijk!), Gerda Lambrecht (N-VA), Diederik Vandendriessche (Hove Beweegt), Veerle D'Haene (N-VA), Marie Misselyn (Hove Beweegt), Sandra Maes (N-VA), Tyson Kouraichi (Hove Beweegt), Kaat Van Hecke (Hove Beweegt), Anke Muylle (Hove Beweegt), Michael Serrien (Hove, natuurlijk!), Katty Huybrechts (Hove, natuurlijk!), Nitish Chatterjee (Hove, natuurlijk!) en Tamara Lecoutre Troucheau (Hove, natuurlijk!).
2 onthoudingen: Luc Vuylsteke de Laps (Fan van Hove) en Jos Peeters (Fan van Hove).
Artikel 1. Belastbare grondslag en belastbare periode
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 2. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld op 7,5 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art. 3. Wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Vaststelling gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing Sandra Maes Tamara Lecoutre Troucheau Luc Vuylsteke de Laps Bart Van Couwenberghe Marie Misselyn Thierry Lens Kaat Van Hecke Jos Peeters Diederik Vandendriessche Tyson Kouraichi Anke Dehuisser Katty Huybrechts Nitish Chatterjee Michael Serrien Anke Muylle Dave Van den Bergh Veerle D'Haene Lenn De Cleene Gerda Lambrecht Sofie Lemmens Sandra Maes Tamara Lecoutre Troucheau Luc Vuylsteke de Laps Bart Van Couwenberghe Marie Misselyn Thierry Lens Kaat Van Hecke Jos Peeters Diederik Vandendriessche Tyson Kouraichi Katty Huybrechts Nitish Chatterjee Michael Serrien Anke Muylle Dave Van den Bergh Veerle D'Haene Lenn De Cleene Gerda Lambrecht Sofie Lemmens Marie Misselyn Michael Serrien Tamara Lecoutre Troucheau Katty Huybrechts Tyson Kouraichi Sandra Maes Lenn De Cleene Kaat Van Hecke Nitish Chatterjee Dave Van den Bergh Gerda Lambrecht Thierry Lens Sofie Lemmens Anke Muylle Diederik Vandendriessche Veerle D'Haene Bart Van Couwenberghe Luc Vuylsteke de Laps Jos Peeters aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
Artikel 464/1, 1° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992
Artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Het gemeenteraadsbesluit van 20 december 2022 tot de goedkeuring van de opcentiemen op onroerende voorheffing 2023-2025;
Feiten en context
De gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing vervallen op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw belastingreglement vast te stellen.
Argumentatie
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73000000
BESLUIT: Vaststelling gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing
17 stemmen ja: Thierry Lens (Hove, natuurlijk!), Bart Van Couwenberghe (N-VA), Dave Van den Bergh (Hove, natuurlijk!), Lenn De Cleene (N-VA), Sofie Lemmens (Hove, natuurlijk!), Gerda Lambrecht (N-VA), Diederik Vandendriessche (Hove Beweegt), Veerle D'Haene (N-VA), Marie Misselyn (Hove Beweegt), Sandra Maes (N-VA), Tyson Kouraichi (Hove Beweegt), Kaat Van Hecke (Hove Beweegt), Anke Muylle (Hove Beweegt), Michael Serrien (Hove, natuurlijk!), Katty Huybrechts (Hove, natuurlijk!), Nitish Chatterjee (Hove, natuurlijk!) en Tamara Lecoutre Troucheau (Hove, natuurlijk!).
2 onthoudingen: Luc Vuylsteke de Laps (Fan van Hove) en Jos Peeters (Fan van Hove).
Artikel 1. Belastbare grondslag en belastbare periode
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 861 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.
Art. 2. Wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet)
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA)
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot goedkeuring van de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde reclamedrukwerken en daarmee gelijkgestelde producten 2020-2025
Feiten en context
De belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde reclamedrukwerken en daarmee gelijkgestelde producten 2020-2025 vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw belastingreglement vast te stellen.
Argumentatie
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft ook een ecologische component, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente.
Het tarief wordt forfaitair vastgesteld per bedeling van de drukwerken en gelijkgestelde producten aangezien het niet mogelijk is om controle uit te voeren op het aantal bedelingen. Deze berekeningswijze huldigt het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product voor de verkiezingen en in het kader van een volksraadpleging wordt vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven. Het drukwerk of het gelijkgesteld product wordt in deze context verdeeld in het kader van het algemeen belang. Het is informatief, het heeft geen winstgevend oogmerk en het wordt beperkt in de tijd tijdens de periode van de verkiezingen of de volksraadpleging verdeeld.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product van door de gemeente erkende verenigingen bedoeld om de inwoners te informeren over hun socioculturele activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting. Dat staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.
Klein drukwerk is vrijgesteld van de belasting gezien de beperkte ecologische impact. Het gaat dan over publicaties kleiner of gelijk aan A4 met maximum van 4 pagina's (totaal van 2.494,80cm²).
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73424000
BESLUIT: Vaststelling belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk
eenparig aangenomen.
Artikel 1. De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten in brievenbussen en op de openbare weg.
Artikel 2. De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3. Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
● verspreiding: bedeling in brievenbussen en op de openbare weg door persoonlijke afgifte of via een display. De verspreiding van hetzelfde drukwerk of gelijkgesteld product over een zeker tijdsverloop, wordt als één verspreiding aangezien;
● drukwerk: bedrukt papier of karton. Voorbeelden zijn flyers, folders, kranten, catalogi, brochures, kaarten, publiciteitsbladen. Deze opsomming is niet limitatief.
● gelijkgestelde producten: alle stalen en andere promo-artikelen die meegenomen kunnen worden en die aanzetten om diensten, producten of transacties te doen gebruiken, verbruiken of aankopen. Voorbeelden zijn samples en bedrukte gadgets. Deze opsomming is niet limitatief;
● ongeadresseerd: het ontbreken van individuele adressering. Ook collectieve adresaanduiding of een gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als ongeadresseerd.
Artikel 4. De belastingplichtige
Belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 9.
Als de opdrachtgever geen aangifte gedaan heeft overeenkomstig artikel 9 en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever is opgetreden.
Artikel 5. Hoofdelijkheid
De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van het gelijkgestelde product en de natuurlijke of de rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 6. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De belasting is verschuldigd bij de beëindiging van de verspreiding van het ongeadresseerde drukwerk of het gelijkgestelde product.
De belasting bedraagt 200 euro per bedeling.
Artikel 7. Vrijstellingen en/of verminderingen
Vrijstelling van belasting wordt verleend als:
● de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst, voor zover het drukwerk of de gelijkgestelde producten verspreid worden in de sperperiode voor het voeren van politieke propaganda;
● het drukwerk kadert in een gemeentelijke volksraadpleging, voor zover het verspreid wordt aan de gerechtigde deelnemers van de volksraadpleging overeenkomstig artikel 317 van het decreet over het lokaal bestuur tot uiterlijk de dag van de volksraadpleging;
● het drukwerk uitgaat van erkende gemeentelijke verenigingen.
● het klein drukwerk betreft, namelijk publicaties kleiner of gelijk aan A4 met maximum van 4 pagina's (totaal van 2.494,80cm²).
Artikel 8. Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
Artikel 9. Aangifteplicht
§1. De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van de verspreiding binnen het verstreken kwartaal. Het aangifteformulier is ter beschikking gesteld op de gemeentelijke website. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De aangifte wordt ingediend digitaal via aangifteformulier op de gemeentelijke website of via het mailadres financiën@hove.be
De aangifte dient over de volgende gegevens te beschikken:
● naam, adres en rijksregisternummer of ondernemings- of vestigingsnummer van de belastingplichtige;
● datum van de verspreiding
● benaming van het drukwerk of het gelijkgestelde product;
● (in voorkomend geval) plaats van de verspreiding via een display of ander verdeelsysteem.
Een belastingplichtige die met een zekere regelmaat drukwerk of gelijkgestelde producten verspreidt, kan in de maand januari een aangifte indienen voor het hele aanslagjaar. Deze aanslag kan geregulariseerd worden in de maand januari van het volgende aanslagjaar.
§2. De gemeente kan een exemplaar van het verspreide drukwerk of van het verspreide gelijkgesteld product opvragen.
Artikel 10. Ambtshalve vestiging en belastingverhoging
§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 9, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
§2. In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met het bedrag gelijk aan het bedrag van de verschuldigde belasting.
Artikel 11. Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
De besluitwet van 14 november 1939, artikel 1§2 betreffende de beteugeling van de dronkenschap
De wet op het politieambt van 5 augustus 1992, artikel 31 betreffende de bestuurlijke aanhouding
Het gemeenteraadsbesluit van 24 november 2020 tot goedkeuring van de belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig (combitaks) 2021-2025
Feiten en context
De belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig (combitaks) 2021-2025 vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw belastingreglement vast te stellen.
Op vraag van de politiezone HEKLA wordt op grondgebied van de politiezone een uniforme combitaks ingevoerd die opgelegd zal worden aan personen die sociale overlast veroorzaken en die met een politievoertuig worden vervoerd. Deze combitaks wordt ook voorgelegd aan de andere HEKLA-gemeentes.
Argumentatie
Administratief aangehouden, (vermoedelijk) dronken en gedrogeerde personen worden
regelmatig met een politievoertuig vervoerd, wat de werklast van het politiepersoneel
verzwaart. Hierdoor kunnen andere taken in het gedrang komen, zoals de aanwezigheid op
straat, terwijl die zichtbare aanwezigheid nochtans zeer belangrijk is om de veiligheid van
de burger te verhogen.
Deze belasting is niet verschuldigd bij het vervoer van gerechtelijk aangehouden personen
bedoeld in artikel 78,4e van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken,
aangezien de kosten van overbrenging ten laste van de staat komen en dit zonder verhaal
op de veroordeelde partijen.
De belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig neemt de financiële
toestand van de gemeente in overweging en heeft als doel om een deel van de gemaakte
kosten voor politie-interventies te vergoeden, vermits deze eerder het particuliere dan het
algemene belang dienen. Bijgevolg is het wenselijk om een belasting op het vervoer van
personen met een politievoertuig te heffen, zodat op die manier wordt bijgedragen in de
gemeentelijke uitgaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73120000
BESLUIT: Vaststelling belasting op vervoer van personen met politievoertuig
eenparig aangenomen.
Artikel 1. De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig (combitaks) op grond van artikel 1 § 2 van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap, of in het kader van een bestuurlijke aanhouding op grond van artikel 31 van de wet van 5 augustus 1992 op het Politieambt.
Artikel 2. De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3. Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
● rit: het traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming, door de politie bepaald, is gebracht (politiecommissariaat, thuis, …).
Artikel 4. De belastingplichtige
De belasting valt ten laste van de vervoerde persoon en is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming bereikt heeft.
Artikel 5. Hoofdelijkheid
De persoon die burgerlijk verantwoordelijk is voor de vervoerde persoon is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 6. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 160 euro per rit en per
vervoerd persoon.
De belasting wordt gevestigd door de gemeente op wiens grondgebied de vervoerde
persoon het politievoertuig voor het eerst betreedt
Artikel 7. Vrijstellingen en/of verminderingen
Vrijgesteld van deze belasting is het vervoer van personen met een politievoertuig in het kader van een gerechtelijke aanhouding in de zin van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.
Artikel 8. Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
Artikel 9. Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
De wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.
Besluit van 27 april 2021 van de gemeenteraad tot vaststelling van een belasting op
nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025.
Feiten en context
Het belastingreglement op nachtwinkels vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen
om voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2031 een nieuw reglement vast te stellen.
Nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie zijn door de aard en hun tijdstip van
activiteiten, meer dan andere types handelszaken, een extra belasting voor veiligheids- en
andere gemeentelijke openbare diensten op het vlak van handhaving van openbare orde,
veiligheid en netheid. De extra hinder die deze winkels veroorzaken, ligt aan de basis van de
speciale vergunningen en vereisten die nachtwinkel of het privaat bureau voor telecommunicatie moeten kunnen voorleggen. Deze zaken hebben ook een invloed voor omwonenden.
Argumentatie
De belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie heeft als doel een
bijdrage te leveren aan de extra kosten die worden gemaakt door veiligheids- en andere
gemeentelijke openbare diensten.
Daarnaast helpt deze belasting het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000169 "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73408000.
BESLUIT: Vaststelling belasting op nachtwinkels
eenparig aangenomen.
Artikel 1. De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een openingsbelasting en een jaarlijkse belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie gelegen op het grondgebied van Hove.
Artikel 2. De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3. Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement gelden de definities volgens de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.
Artikel 4. De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de nachtwinkel of het privaat bureau voor telecommunicatie.
Artikel 5. Hoofdelijkheid
De eigenaar van de nachtwinkel en de eigenaar van het pand waar het privaat bureau voor telecommunicatie gevestigd is, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 6. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De openingsbelasting is vastgesteld op 10.000 EUR en verschuldigd bij elke opening of wijziging van uitbating van een nachtwinkel of een privaat bureau voor telecommunicatie.
De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is vastgesteld op 2.000 EUR per nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie.
De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of stopzettingsdatum is van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar.
De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het jaar van inkohiering van de openingsbelasting, of bij gebreke hiervan vanaf de inwerkingtreding van huidig belastingreglement.
Er wordt geen korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.
Artikel 7. Wijze van inning
De belasting ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8. Aangifteplicht
De eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan alsmede de eigenaar van het pand zijn ertoe gehouden voorafgaandelijk aan elke economische activiteit aangifte hiervan te doen bij het gemeentebestuur.
Ze zijn verplicht alle nodige documenten en vergunningen voor te leggen op eerste verzoek van het gemeentebestuur.
Teneinde de belasting te heffen, stuurt het gemeentebestuur naar alle nachtwinkels en
private bureaus voor telecommunicatie in uitbating een aangifteformulier dat binnen de door het gemeentebestuur vastgestelde periode behoorlijk dient ingevuld, ondertekend en teruggestuurd te worden.
Indien, om welke reden ook, de belastingplichtigen geen aangifteformulier ontvangen hebben, zijn deze jaarlijks ertoe gehouden vóór 01 juni van het aanslagjaar op eigen initiatief het gemeentebestuur te informeren.
Bij gebreke van aangifte of bij onvolledigheid hiervan wordt een proces-verbaal van vaststelling van economische activiteit opgesteld. De vaststelling van economische activiteit zal geschieden door een beëdigd ambtenaar die daartoe een proces-verbaal opstelt. Dit proces-verbaal van vaststelling van economische activiteit wordt gelijkgesteld met vaststelling van opening van een nachtwinkel of een privaat bureau voor telecommunicatie of exploitatie ervan.
Ze worden eraan gehouden de eventuele controle van hun verklaring mogelijk te maken.
Elke wijziging of stopzetting van economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.
In geval van tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van de zaak omwille van een sanctie opgelegd door daartoe bevoegde overheden, kunnen de belastingplichtigen op geen enkele schadeloosstelling aanspraak maken.
Artikel 9. Ambtshalve vestiging en belastingverhoging
§1 Bij gebreke van aangifte of bij onvolledigheid hiervan wordt van ambtswege een belasting geheven op basis van elementen waarover het gemeentebestuur beschikt.
§2 In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met het bedrag gelijk aan het bedrag van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
§3 De beëdigde aangestelde personeelsleden van het gemeentebestuur zijn gemachtigd alle inbreuken op deze verordening vast te stellen.
Artikel 10. Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, en latere wijzigingen (geldig voor de vergunningen uitgereikt tem. 31 december 2019);
Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder (geldig voor de vergunningen uitgereikt tem. 31 december 2019);
Het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer (geldig voor de vergunningen uitgereikt vanaf 1 januari 2020);
Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2019 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer (geldig voor de vergunningen uitgereikt vanaf 1 januari 2020);
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot goedkeuring van het belastingreglement op taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder 2020-2025.
Feiten en context
De gemeenten staan in voor het afleveren van de vergunningen voor de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder (VVB).
Het staat iedere gemeente vrij om het verlenen van taxivergunningen op haar grondgebied te belasten.
De uitgereikte VVB-vergunning wordt verplicht door de gemeente belast tegen een tarief dat opgelegd is door Vlaanderen. Hiermee wil de decreetgever 'belastingshoppen' tegengaan.
De belasting op taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder 2 2020-2025 vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw belastingreglement vast te stellen.
Argumentatie
Deze belasting helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren.
Het is daarboven aangewezen om naast de decretaal verplichte belasting op VVB-vergunningen, ook een belasting te heffen op taxivergunningen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000169 "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73414000.
BESLUIT: Vaststelling belasting op taxidiensten
eenparig aangenomen.
Artikel 1. De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een jaarlijkse directe belasting op de voertuigen waarvoor door het college van burgemeester en schepenen een exploitatievergunning of een vergunning voor voertuigenverhuur met bestuurder werd afgeleverd, alsmede een bijkomende belasting indien deze vergunde voertuigen met radiotelefonie uitgerust zijn.
De vermindering van het aantal voertuigen geeft geen aanleiding tot belastingteruggave, evenmin als de opschorting of intrekking van de vergunning of het buiten werking stellen van één of meer voertuigen voor welke reden dan ook.
Artikel 2. De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3. De belastingplichtige
Belastingplichtige is de vergunninghouder op 1 januari van het belastingjaar of op het moment van de afgifte van de vergunning.
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de vergunning werd afgegeven.
Artikel 4. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
§1. De tarieven bedragen per jaar voor:
Artikel 5. Wijze van inning
De belasting wordt contact betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Bij gebrek aan betaling wordt de belasting ingekohierd en ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6. Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Het gemeenteraadsbesluit van 2 maart 2020 tot goedkeuring van de belasting op de inname van het openbaar domein 2020-2025
Feiten en context
De belasting op de inname van het openbaar domein 2020-2025 vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw belastingreglement vast te stellen.
Het innemen van de openbare weg dient tot het minimum in de tijd beperkt te worden aangezien het zorgt voor een extra belasting voor de gemeentelijke openbare diensten met betrekking tot veiligheid, ordehandhaving en technische ondersteuning.
Bijkomend zal er een retributiereglement opgesteld worden voor de periode 2026-2031 met forfaitaire tarieven voor onderstaande prestaties van de gemeentediensten wanneer deze noodzakelijk geacht worden voor de inname van het openbaar domein:
● Plaatsen en wegnemen van borden voor parkeerverbod
● Wegnemen en terugplaatsen diamantkoppaal
● Wegnemen en terugplaatsen fietsenrek of - beugel
● Wegnemen en terugplaatsen vuilbak
● Wegnemen en terugplaatsen vlaggenmast
● Wegnemen en terugplaatsen bank
Argumentatie
Deze belasting helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren.
Daarbij is deze belasting billijk door de verkeershinder, verminderde verkeersveiligheid en dus bijkomende kosten voor de gemeente die de inname van het openbaar domein met zich mee brengt.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000169 "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73610000.
BESLUIT: Vaststelling belasting op inname openbaar domein
eenparig aangenomen.
Artikel 1. De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op de tijdelijke inname van het openbaar domein voor het plaatsen van materialen, stellingen, containers, verhuisliften, … (niet limitatieve opsomming) - en alle andere constructies voertuigen en machines.
Artikel 2. De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3. Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
○ openbaar domein: de openbare weg inclusief voet- en fietspaden en parkeerruimte (al dan niet afgebakend) en de groene ruimten, wandelplaatsen, parken, pleinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de openbare weg, die openstaan voor het verkeer van personen.
Artikel 4. De belastingplichtige
Belastingplichtige is de aanvrager van de inname van het openbaar domein via het digitaal platform op de website van de gemeente Hove.
De aanvraag gebeurt tijdig, namelijk binnen de behandeltermijnen zoals vermeld in het reglement op de inname van het openbaar domein en bevat de gevraagde informatie conform datzelfde reglement en het aanvraagformulier op het platform.
Wanneer een tijdelijke inname van het openbaar domein niet meer gewenst is kan een aanvraag tot inname worden geannuleerd. De annulering gebeurt tijdig, namelijk binnen de behandeltermijnen zoals vermeld in het reglement op de inname van het openbaar domein.
Artikel 5. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De belasting bedraagt:
○ voor het innemen van het openbaar domein en dit vanaf de tweede dag van inname tot zolang de toestand blijft bestaan: 0,50 euro per dag en per vierkante meter;
○ voor het afsluiten van een straat voor meer dan 2 uren: 75 euro per begonnen dag;
Artikel 6. Vrijstellingen en/of verminderingen
Vrijstelling van belasting wordt verleend voor de ingenomen oppervlakten in volgende gevallen:
○ bij het bouwen of bij werken door of voor rekening van de staat, gewest, provincie, gemeente, openbare instellingen en erkende instellingen van openbaar nut;
○ bij het bouwen van jeugd- en sportlokalen waarvoor een gemeentelijke toelage verleend wordt;
○ bij straat- en buurtfeesten waarvoor een gemeentelijke toelage verleend wordt.
Artikel 7. Wijze van inning
De betaling van de belasting gebeurt op elektronische wijze na goedkeuring van de aanvraag. Het openbaar domein kan pas worden ingenomen na de betaling van deze contantbelasting.
De contantbelasting wordt van rechtswege als kohierbelasting ingevorderd wanneer deze niet wordt betaald binnen de gestelde betalingstermijn.
Artikel 8. Ambtshalve vestiging en belastingverhoging
§1. Bij gebrek aan aanvraag binnen de termijn als vermeld in artikel 4 kan de belasting ambtshalve worden gevestigd op basis van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
Wanneer een inname zonder geldige vergunning, een langere inname in de tijd of een grotere opname in oppervlakte dan toegestaan, wordt vastgesteld door een bevoegd personeelslid kan de belasting ambtshalve worden gevestigd op basis van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekende brief, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijn.
§2. In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met het bedrag gelijk aan het bedrag van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 9. Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot goedkeuring van de belasting op aanplakborden 2020-2025
Feiten en context
De belasting op aanplakborden 2020-2025 vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw belastingreglement vast te stellen.
Argumentatie
Deze belasting helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren en dient ter ondersteuning van het ontradingsbeleid en als compensatie voor de visuele vervuiling en overlast.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73422000.
BESLUIT: Vaststelling belasting op aanplakborden
eenparig aangenomen.
Artikel 1. De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een jaarlijkse belasting op de aanplakborden die zich bevinden op het grondgebied van de gemeente Hove.
Artikel 2. De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3. Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
● aanplakbord: elke constructie in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg of op een plaats in open lucht, die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel, met inbegrip van muren of gedeeltes van muren en de omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om er reclame op aan te brengen.
Artikel 4. De belastingplichtige
Belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die beschikt over het recht om gebruik te maken van een aanplakbord en in bijkomende orde, als de gebruiker niet gekend is, door de eigenaar van de grond, de muur of de omheining waarop het aanplakbord zich bevindt.
Artikel 5. Hoofdelijkheid
De eigenaar van de grond, de muur of de omheining waarop het aanplakbord zich bevindt, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 6. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
§1. De belasting bedraagt 75 euro per vierkante meter van het aanplakbord. Elk deel van een vierkante meter wordt gezien als een volledige vierkante meter.
Voor de berekening van de belasting wordt de nuttige oppervlakte van het aanplakbord in aanmerking genomen, zijnde de oppervlakte die voor aanplakking kan worden gebruikt met uitzondering van de omlijsting.
Voor muren is alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame wordt gebruikt. Hierbij dient de bedekte totale oppervlakte beschouwd te worden als één aanplakbord, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.
§2. De jaarlijkse belasting wordt gehalveerd voor de aanplakborden die voor 1 juli werden weggenomen of die niet voor 1 juli geplaatst werden.
Vergroting van borden in de loop van het jaar geeft aanleiding tot het vestigen van een belastingsupplement voor een heel of half jaar, naargelang de vergroting al dan niet voor 1 juli tot stand kwam.
Verkleining van borden in de loop van het belastingjaar geeft recht op een proportionele belastingvermindering voor een half jaar, indien de verkleiningswerken voor 1 juli werden uitgevoerd. Om aanspraak te kunnen maken op de belastingvermindering dient van het verwijderen of het verkleinen van bestaande borden, aangifte gedaan te worden bij het gemeentebestuur via het mailadres financiën@hove.be. De datum van ontvangst van dit bericht is de vertrekdatum voor de gebeurlijke ontheffingsperiode.
Artikel 7. Vrijstellingen en/of verminderingen
Vrijstelling van belasting wordt verleend voor:
○ de borden geplaatst door openbare besturen, openbare instellingen van openbaar nut, voor zover geen winstgevend doel wordt nagestreefd;
○ de borden geplaatst door politieke, culturele, sociale of godsdienstige organisaties, wanneer het gaat om aankondigingen van hun eigen activiteiten op politiek, cultureel, sociaal of godsdienstig vlak, op voorwaarde dat die aanplakborden niet langer dan één maand voor de aankondiging van hun activiteit aangewend worden;
○ de borden die alleen gebruikt worden voor notariële aankondigingen;
○ de borden die alleen gebruikt worden ter gelegenheid van wettelijke voorziene verkiezingen;
○ de borden geplaatst aan de gevel van een handelszaak en betrekking hebben op de handel in deze zaak gedreven.
Artikel 8. Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9. Aangifteplicht
§1. De belastingplichtige doet aangifte van de belastbare elementen uiterlijk op 1 april van het aanslagjaar, volgens de toestand op 1 maart van het jaar.
De borden geplaatst in de loop van het jaar en niet begrepen in de aanvankelijke aangifte dienen aangegeven te worden binnen de veertien dagen na plaatsing.
De aangifte wordt ingediend digitaal via aangifteformulier op de gemeentelijke website of via het mailadres financiën@hove.be
De aangifte dient over de volgende gegevens te beschikken:
○ naam, adres en rijksregisternummer of ondernemings- of vestigingsnummer van de belastingplichtige;
○ Adres aanplakbord;
○ Nuttige oppervlakte aanplakbord
○ Desgevallend vermelding van welke borden voor 1 juli werden weggehaald of pas na 1 juli werden geplaatst
Artikel 10. Ambtshalve vestiging en belastingverhoging
§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 9, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd op basis van gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekende brief, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijn.
§2. In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met het bedrag gelijk aan het bedrag van de verschuldigde belasting.
Artikel 11. Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Vaststelling belasting op onbebouwde percelen Sandra Maes Tamara Lecoutre Troucheau Luc Vuylsteke de Laps Bart Van Couwenberghe Marie Misselyn Thierry Lens Kaat Van Hecke Jos Peeters Diederik Vandendriessche Tyson Kouraichi Anke Dehuisser Katty Huybrechts Nitish Chatterjee Michael Serrien Anke Muylle Dave Van den Bergh Veerle D'Haene Lenn De Cleene Gerda Lambrecht Sofie Lemmens Sandra Maes Tamara Lecoutre Troucheau Luc Vuylsteke de Laps Bart Van Couwenberghe Marie Misselyn Thierry Lens Kaat Van Hecke Jos Peeters Diederik Vandendriessche Tyson Kouraichi Katty Huybrechts Nitish Chatterjee Michael Serrien Anke Muylle Dave Van den Bergh Veerle D'Haene Lenn De Cleene Gerda Lambrecht Sofie Lemmens Tamara Lecoutre Troucheau Bart Van Couwenberghe Dave Van den Bergh Anke Muylle Sofie Lemmens Nitish Chatterjee Kaat Van Hecke Gerda Lambrecht Michael Serrien Katty Huybrechts Lenn De Cleene Sandra Maes Marie Misselyn Tyson Kouraichi Veerle D'Haene Thierry Lens Diederik Vandendriessche Luc Vuylsteke de Laps Jos Peeters aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 2 Goedgekeurd
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, hierna afgekort als DGPB;
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, hierna afgekort als VCRO;
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot goedkeuring van de belasting op onbebouwde percelen (activeringsheffing) 2020-2025;
Feiten en context
De belasting op onbebouwde percelen (activeringsheffing) 2020-2025 vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw belastingreglement vast te stellen.
Argumentatie
De gemeente acht het wenselijk om potentiële woonlocaties vrij te maken en om grondspeculatie tegen te gaan door realiseerbare onbebouwde gronden en onbebouwde kavels te activeren in de gemeente;
De invoering van een activeringsheffing laat de gemeente toe om de eigenaars van die gronden en kavels daartoe aan te sporen;
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen.
Debat
Luc Vuylsteke de Laps (Fan van Hove): Dat is om percelen te activeren. Voor een aantal percelen, waaronder ook percelen die in woongebied liggen die in principe bebouwbaar zijn, heeft het bestuur de bedoeling die bouwvrij te maken. Getuigt dit van behoorlijk bestuur om ze te blijven belasten tot ze misschien bouwvrij komen? Is dat een correcte houding van een bestuur?
Dave Van den Bergh (Hove, natuurlijk!): Als het geen goed bestuur is, het is een verderzetting van de vorige belasting: van 0,6 euro / m² naar 0,7 euro / m² en van 250 naar 350 als minimale aanslag. Dus als u kritiek hebt op dat beleid, dan moet u de vraag stellen wat hebt u de vorige zes jaar gedaan.
Luc Vuylsteke de Laps (Fan van Hove): U antwoordt niet op de zones die bouwvrij kunnen komen en in een ander belastingregime kunnen komen. Dat zegt niets over de voorbije 6 jaar, maar over de komende 4 jaar.
Dave Van den Bergh (Hove, natuurlijk!): Interessante piste: we nemen dit mee.
Diederik Vandendriessche (Hove Beweegt): Wij stemmen voor, maar wij zien wel de opening van raadslid Vuylsteke de Laps voor andere projecten die gevaarlijk kan zijn.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000169 "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73710000
BESLUIT: Vaststelling belasting op onbebouwde percelen
17 stemmen ja: Thierry Lens (Hove, natuurlijk!), Bart Van Couwenberghe (N-VA), Dave Van den Bergh (Hove, natuurlijk!), Lenn De Cleene (N-VA), Sofie Lemmens (Hove, natuurlijk!), Gerda Lambrecht (N-VA), Diederik Vandendriessche (Hove Beweegt), Veerle D'Haene (N-VA), Marie Misselyn (Hove Beweegt), Sandra Maes (N-VA), Tyson Kouraichi (Hove Beweegt), Kaat Van Hecke (Hove Beweegt), Anke Muylle (Hove Beweegt), Michael Serrien (Hove, natuurlijk!), Katty Huybrechts (Hove, natuurlijk!), Nitish Chatterjee (Hove, natuurlijk!) en Tamara Lecoutre Troucheau (Hove, natuurlijk!).
2 stemmen neen: Luc Vuylsteke de Laps (Fan van Hove) en Jos Peeters (Fan van Hove).
Artikel 1. De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een jaarlijkse belasting op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.
Artikel 2. De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3. Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
● bouwgronden: gronden, met uitsluiting van kavels, die palen aan een voldoende uitgeruste weg in de zin van artikel 4.3.5 VCRO en gelegen zijn in een woongebied of in een woonuitbreidingsgebied dat reeds voor bebouwing in aanmerking komt blijkens een principiële beslissing of op grond van artikel 5.6.6 VCRO;
● kavels: de in een verkavelingsvergunning van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen;
● onbebouwd: beantwoordend aan de criteria voor opname in het register van onbebouwde percelen, gesteld bij en krachtens artikel 5.6.1 VCRO.
Een kavel of bouwgrond wordt als bebouwd aanzien wanneer de oprichting van een woning erop is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig een stedenbouwkundige vergunning.
Een kavel of bouwgrond waarop gebouwen staan die niet voor bewoning bestemd zijn (garages, tuinhuizen, magazijn, ...) blijven een onbebouwd perceel.
● register van onbebouwde percelen: het register, vermeld in artikel 5.6.1 VCRO;
Artikel 4. De belastingplichtige
Belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bouwgrond of de kavel. Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder.
In geval van eigendomsoverdracht onder levenden is de nieuwe eigenaar de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari volgend op de datum van de authentieke akte die hem het eigendom toekent. Er zal geen rekening gehouden worden met de tussen partijen gesloten overeenkomst.
Artikel 5. Hoofdelijkheid
Wanneer er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 6. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
§1. De belasting bedraagt 0,70 euro per vierkante meter.
§2. De minimale aanslag bedraagt 350 euro per kavel of bouwgrond.
§3. De belastbare grondslag wordt steeds in volle m² uitgedrukt. Elk gedeelte van een vierkante meter wordt als een volledige vierkante meter beschouwd.
Artikel 7. Vrijstellingen en/of verminderingen
§1. Enkel de vrijstellingen en ontheffing opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.
§2. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:
● de eigenaars van één enkel onbebouwde bouwgrond in een woongebied of onbebouwde kavel, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed gelegen in België of het buitenland. Deze vrijstelling geldt alleen gedurende de vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed;
● de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen erkende sociale huisvestingsmaatschappijen;
● de ouders met kinderen ten laste, beperkt tot één onbebouwde grond in een woongebied of onbebouwde kavel per kind ten laste. Deze vrijstelling geldt maar gedurende de vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed;
§3. De activeringsheffing wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:
● ingevolge hun inrichting als collectieve voorziening, met inbegrip van hun aanhorigheden;
● ingevolge de Pachtwet van 4 november 1969, waarbij het bewijs van de pacht door alle middelen rechtens mag worden geleverd;
● ingevolge hun werkelijke en volledige aanwending voor land- of tuinbouw, gedurende het hele jaar;
● ingevolge een bouwverbod of enige andere erfdienstbaarheid tot openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt
● ingevolge een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgrond of kavel, of hun ligging, vorm of fysieke toestand;
§4. Een vrijstelling wordt verleend aan de houders van een in laatste administratieve aanleg verleende verkavelingsvergunning, en dit gedurende 5 jaren, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg, respectievelijk, wanneer de verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16, §2 VCRO, desgevallend voor die fase van de verkavelingsvergunning waarvoor het attest verleend wordt.
§5. Een belastingontheffing wordt verleend aan de belastingplichtige die, alhoewel op 1 januari van het aanslagjaar de bedoelde werken niet aangevat hebbende, het bewijs voorlegt dat hij in de loop van het aanslagjaar op het belaste perceel bouwwerken, bestemd voor bewoning, onder dak heeft aangebracht. Hij dient hiertoe een verzoekschrift aan het college van burgemeester en schepenen te zenden uiterlijk op 15 februari volgend op het verstrijken van het aanslagjaar.
Indien sommige mede-eigenaars, krachtens de bovenstaande bepalingen zijn vrijgesteld, wordt de belasting onder de overige mede-eigenaars, in verhouding tot hun deel in het perceel, verrekend.
Artikel 8. Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9. Aangifteplicht
§1. De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.
§2. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is gehouden uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
§3. In geval van eigendomsoverdracht onder levenden is de vorige eigenaar verplicht aangifte te doen van de eigendomsoverdracht via het door de gemeente toegestuurde aangifteformulier, en dit met opgave van de datum van de akte en de nauwkeurige aanduiding van de identiteit van de nieuwe eigenaar(s) van het betrokken perceel. De nieuwe eigenaar krijgt dan vervolgens van de gemeente een aangifteformulier om dit te bevestigen en eventuele vrijstellingen aan te vragen.
Artikel 10. Ambtshalve vestiging en belastingverhoging
§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 9, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd op basis van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekende brief, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijn.
§2. In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met het bedrag gelijk aan het bedrag van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 11. Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur;
De Vlaamse hemelwaterverordening van 10 februari 2023;
Het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale
bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II), zoals gewijzigd;
Het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1999 houdende vaststelling van het
Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, zoals gewijzigd;
Het besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 tot wijziging van het besluit van de
Vlaamse regering van 30 maart 1996 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder,
alsook van de verhouding waarin, het Vlaamse gewest bijdraagt in de kosten verbonden aan
de aanleg en de verbetering door de gemeenten van openbare riolen, andere dan prioritaire
rioleringen, evenals houdende vaststelling van nadere regels met betrekking tot de procedure
tot vaststelling van de subsidiëringsprogramma's;
De Europese kaderrichtlijn Water 200/60/EG van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een
kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid;
De code van goede praktijk voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van
rioleringssystemen (2012) goedgekeurd bij ministerieel besluit van 20 augustus 2021;
De wet betreffende de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967;
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 tot uitvoering van de wet op de
onbevaarbare waterlopen;
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot goedkeuring van de belasting op het niet-afkoppelen van afval- en regenwater 2020-2025
Feiten en context
De belasting op het niet optimaal afkoppelen van afval- en regenwater 2020-2025 vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw belastingreglement vast te stellen.
Argumentatie
In het verleden werden riolen veelal aangelegd voor de gezamenlijke afvoer van afvalwater en hemelwater. Hemelwater in een gemengde riolering zorgt echter voor een minder efficiënte werking van de RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie) door aanvoer van verdund afvalwater. Wanneer uiteindelijk de openbare riolering het aanvoerdebiet niet aankan, zal het verdunde afvalwater overstorten naar grachten en waterlopen, wat ecologisch niet wenselijk is.
Nu wordt bij aanleg van de riolering in de openbare weg het afvalwater en hemelwater maximaal gescheiden. Daar waar mogelijk, wordt het hemelwater afkomstig van de openbare weg gescheiden afgevoerd naar de oppervlaktewateren.
In het verleden werden ook bij de afvoeren van de meeste particuliere woningen het hemelwater en het afvalwater gemengd aangesloten op de riolering.
Voor de recente bouw- of verbouwingswerken wordt een gescheiden uitvoering van afvalwater en hemelwater, ook op particuliere eigendom, opgelegd door de Gewestelijke stedenbouwkundige bouwverordening, van kracht sinds 1/02/2005.
Deze belasting heeft tot doel de afkoppeling te realiseren en heeft daarom een stimulerend effect om de werken binnen de vooropgestelde termijn te laten uitvoeren. Aangezien de belasting een stimulerend effect moet veroorzaken, wordt deze voldoende hoog bepaald.
Deze belasting helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000169 "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73304000.
BESLUIT: Vaststelling belasting op het niet-afkoppelen van afval- en hemelwater
eenparig aangenomen.
Artikel 1. De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een jaarlijkse belasting op het niet optimaal afkoppelen van afval- en hemelwater bij bestaande woningen gelegen in de door de gemeente vastgelegde afkoppelingsprojecten.
Het niet optimaal afkoppelen geldt vanaf 3 maanden na de ondertekening van de voorlopige oplevering van het door de gemeente vastgelegde afkoppelingsproject en wordt vastgesteld door de afkoppelingsdeskundige.
Artikel 2. De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3. Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
● Afvalwater: het verontreinigde water waarvan men zich ontdoet, zich moet ontdoen of de intentie heeft zich van te ontdoen, met uitzondering van hemelwater dat niet in aanraking is geweest met verontreinigende stoffen;
● Hemelwater : verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater. Met de benaming regenwater wordt eveneens hemelwater bedoeld en omgekeerd.
● Afkoppelingsdeskundige: wordt door de gemeente aangesteld. Informeert en adviseert de bewoners omtrent de verplichte optimale afkoppeling(swerken) en maakt voor de woning het afkoppelingsplan op, de kostenraming, volgt de uitvoering van de afkoppelingswerken op en controleert de facturen;
● Bestaande constructies: woning/gebouwen waarvoor een bouwvergunning werd afgeleverd voor 1 februari 2005 en waarvoor een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd zonder de verplichting van het afvalwater en het hemelwater gescheiden af te voeren;
● Constructie: een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding, een
publiciteitsinrichting of uithangbord, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de
grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds;
● Gemengde riolering: er is riolering aanwezig in de openbare weg waarbij het afvalwater en hemelwater op dezelfde leiding worden aangesloten. Er is geen waterloop, gracht of afzonderlijke leiding bestemd voor afvoer van hemelwater beschikbaar;
● Gescheiden riolering: een dubbel stelsel van leidingen of openluchtgreppels waarvan het ene stelsel bestemd is voor het opvangen en transporteren van afvalwater en het andere stelsel bestemd is voor de afvoer van hemelwater;
● Optimale afkoppeling: Scheiding van hemelwater en afvalwater volgens Art. 6.2.2.1.2§3 volgens de VLAREM II. Bij open en halfopen bebouwing dient alle hemelwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd te worden. Bij gesloten bebouwing dient het hemelwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd te worden, behalve indien hiervoor leidingen door of onder de woning dienen aangelegd te worden;
● Rioolwaterzuiveringsinstallatie (grootschalig) of RWZI : is een rioolwaterzuiveringsinstallatie beheerd door Aquafin nv waarop de gemeenten hun openbare riolering en collectoren aangesloten hebben;
● Afkoppelingsprojecten: de aanleg van een optimaal gescheiden rioleringsstelsel in de openbare weg zoals door de gemeente, Waterlink of Aquafin vastgesteld.
Artikel 4. De belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die eigenaar van de af te koppelen constructie is op het moment van vaststelling van de niet optimale private afkoppeling. Indien er erfpacht, opstalrecht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker. Dit ontslaat evenwel de eigenaar niet van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van het bedrag van de verschuldigde belasting op het onroerend goed waarvan hij de eigenaar is en waarop de erfpacht, opstal of het vruchtgebruik rust.
§2. In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op datum van de authentieke akte tot vaststelling van de overdracht.
§3. In geval van mede-eigendom, is iedere mede-eigenaar belasting schuldig voor zijn wettelijk deel. Dit ontslaat echter elke eigenaar afzonderlijk niet van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van het volledige bedrag van de verschuldigde belasting met betrekking tot de entiteit waarvan hij mede-eigenaar is.
Artikel 5. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 1.500 euro per jaar en is voor het eerst verschuldigd op 1 januari van het aanslagjaar dat volgt op de datum van vaststelling van niet-optimale afkoppeling en daarna van jaar tot jaar.
De belasting is voor het laatst verschuldigd in het jaar waarin de niet optimale private afkoppeling van riolering eindigt. Het college van burgemeester en schepenen en de rioolbeheerder dienen schriftelijk op de hoogte gebracht te worden van de uitgevoerde afkoppelingswerken op privé-domein. De eigenaar dient een gunstig keuringsbewijs van optimale private afkoppeling voor te leggen opgemaakt door een erkend keurder. De kosten van deze keuring vallen ten laste van de eigenaar.
Artikel 6. Vrijstellingen en/of verminderingen
Eigenaars van constructies waarvoor de optimale private afkoppeling technisch-economisch niet haalbaar is, zijn vrijgesteld.
De haalbaarheid van de optimale private afkoppeling wordt bepaald door de afkoppelingsdeskundige.
In geval van onenigheid over deze beslissing zal het Buildwise, Lombardstraat 42, 1000 Brussel, als onafhankelijke deskundige aangesteld worden die de definitieve beslissing zal nemen. De kosten die door het Buildwise zullen aangerekend worden, worden door beide partijen gedragen: de helft zal door de gemeente betaald worden en de helft door de eigenaar van de constructie.
Artikel 7. Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8. Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Feiten en context
De aanvraag van een omgevingsvergunning is verplicht voor het vellen van één of meerdere bomen. Specifiek voor de gemeente hove geldt de vergunningsplicht voor:
● het vellen van bomen vanaf een stamomtrek groter dan 0,5 meter (16 cm diameter), gemeten op 1 meter van de grond.
● het grondig snoeien van bomen. Grondig snoeien betekent elke snoeivorm die de vorm van de boom drastisch wijzigt zoals kandela(be)ren, toppen en het snoeien van meer dan 20% van de kruin.
Argumentatie
Hove is een groene gemeente en dat willen we graag zo houden en liefst nog versterken. Omdat een volwassen boom veel meer bijdraagt aan het behoud van biodiversiteit en een veel grotere ecologische waarde heeft dan een jonge boom, hanteren we in Hove het 2-voor-1-principe bij het rooien van bomen: voor elke vergunningsplichtige hoogstammige boom die je kapt, ongeacht de toestand van de te vellen boom, moet je twee nieuwe inheemse bomen aanplanten.
Als één of meerdere van deze nieuwe bomen niet op het privatief perceel kunnen worden geplant dan kan hiervoor een financiële compensatie worden geïnd door de gemeente. Deze financiële compensatie wordt gestort in een boomcompensatiefonds en moet het lokaal bestuur in staat stellen om de heraanplant, in het algemeen belang, op een andere locatie uit te voeren of de middelen aan te wenden voor de verzorging en het onderhoud van waardevolle bomen.
Daarnaast helpt deze belasting het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000169 "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73890000.
BESLUIT: Vaststelling belasting op ontbrekende boomcompensatie
eenparig aangenomen.
Artikel 1. De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op het ontbreken van een aanplanting van twee nieuwe inheemse bomen ter compensatie van het vellen of rooien van een hoogstammige boom waarvoor de verplichting geldt te beschikken over een omgevingsvergunning.
Artikel 2. De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3. Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement gelden de definities zoals bepaald in de van kracht zijnde verordening op het vellen van bomen (kapreglement).
Artikel 4. De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de houder of diens rechtverkrijgende van een omgevingsvergunning voor het vellen van bomen.
Artikel 5. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De belasting voor het niet aanplanten van de compensatie bedraagt 500 euro per ontbrekende boom.
De belasting is verschuldigd na het verkrijgen van de definitieve omgevingsvergunning waarin de velling van één of meerdere bomen en het ontbreken van de aanplanting van één of meerdere bomen ter compensatie hiervoor werd opgenomen.
Artikel 6. Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7. Vrijstellingen
Er wordt volledige vrijstelling van belasting verleend aan:
● Gemeentelijke, provinciale en gewestelijke overheden en hun afdelingen, departementen of diensten die instaan voor groenbeheer in ruime zin.
● Terreinbeherende verenigingen met als doelstelling te werken aan landschap en natuur in ruime zin.
● Professionele telers van (fruit)bomen
Artikel 8. Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikel 170, §4, eerste lid, van de Grondwet: Beslissingen tot het heffen van gemeentebelastingen behoren tot de uitsluitende bevoegdheid van de gemeenteraad;
Artikel 41, tweede lid, 2 Artikel 41, derde en vierde lid van het Decreet Lokaal Bestuur: de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, kan niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen;
Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009;
Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014;
BVR van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
BVR van 16 juli 2010 tot bepaling van de handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is;
BVR van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
BVR van 10 februari 2017 tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning;
De stedenbouwkundige verordening inzake het verplicht voorzien van parkeergelegenheid bij nieuwbouw, verbouwingen, functiewijzigingen of wijziging van het aantal functie-eenheden van 30 januari 2012;
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot goedkeuring van de belasting op ontbrekende parkeerplaatsen 2020-2025;
Feiten en context
Het omgevingsvergunningsdecreet laat toe dat financiële lasten worden opgelegd aan de aanvragen van een omgevingsvergunning. Het aanleggen van parkeerplaatsen wordt vaak gekoppeld aan het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Als de aanleg van parkeerplaatsen niet mogelijk is, kan een compenserende belasting geheven worden.
De belasting op ontbrekende parkeerplaatsen 2020-2025 vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw belastingreglement vast te stellen.
Argumentatie
Deze belasting helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren en is billijk aangezien het aanleggen van parkeerplaatsen voor de gemeente aanzienlijke lasten met zich meebrengt.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000169 "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73730000
BESLUIT: Vaststelling belasting op ontbrekende parkeerplaatsen
eenparig aangenomen.
Artikel 1. De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen bij het optrekken van nieuwe gebouwen en/of bestemmingswijzigingen aan bestaande gebouwen.
De belasting is van toepassing:
a) wanneer één of meer van de in de omgevingsvergunning vereiste parkeerplaatsen niet worden aangelegd of niet kunnen worden aangelegd en daarvoor compensatie toegestaan wordt;
b) wanneer de bestemming van bestaande parkeerplaats(en) zodanig gewijzigd wordt dat niet meer voldaan wordt aan de omgevingsvergunning.
Artikel 2. De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3. Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
○ parkeerplaats: een parkeerplaats zoals bepaald in artikel 2 van de stedenbouwkundige verordening inzake het verplicht voorzien van parkeergelegenheid bij nieuwbouw, verbouwingen, functiewijzigingen of wijziging van het aantal functie-eenheden van 30 januari 2012.
Artikel 4. De belastingplichtige
De belasting wordt gevestigd in hoofde van:
○ de houder van de omgevingsvergunning of zijn rechtverkrijgende;
○ de eigenaar van de parkeerplaatsen of zijn rechtverkrijgende
Artikel 5. Hoofdelijkheid
Wanneer er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De belasting is bovendien verhaalbaar op de rechtsopvolgers ten algemene en ten bijzondere titel van de houder van een omgevingsvergunning.
Artikel 6. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De belasting bedraagt 3.750,00 euro per eerste ontbrekende, niet aangelegde of opgeheven parkeerplaats.
De belasting bedraagt 5.500,00 euro per tweede en volgende ontbrekende, niet aangelegde of opgeheven parkeerplaats.
De belasting is éénmalig.
Artikel 7. Wijze van inning
§1. De belasting is verschuldigd:
○ voor de gevallen zoals bepaald in artikel 1, a): één jaar nadat het hoofdgebouw onder dak staat, de ruwbouw van de verbouwingswerken beëindigd werd, of het gebouw eventueel gedeeltelijk wordt bewoond of gebruikt, of de bestemmingswijziging is doorgevoerd;
○ voor de gevallen zoals bepaald in artikel 1, b): onmiddellijk nadat de annulatie van de parkeerplaats(en) werd(en) vastgesteld.
§2. De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
§3. De belastingplichtige die de vereiste betalingen verricht heeft, heeft op geldige wijze voldaan aan de hem opgelegde verplichtingen inzake parkeernormen voor wat betreft het door de belasting compenseerbare aantal parkeerplaatsen zoals bepaald in de stedenbouwkundige vergunning.
Artikel 8. Wijze van vaststelling van het belastbaar feit
§1. De nodige vaststellingen gebeuren door processen -verbaal waarvan de betekeningsdatum aan de betrokkene geldt als start van de vermelde termijnen in artikel 7 §1. In het proces-verbaal wordt het aantal nog ontbrekende parkeerplaatsen, het aantal dat door deze belasting mag gecompenseerd worden, de voorlopige raming van de belasting en de voormelde termijn waarbinnen betrokkene eventueel nog kan voorzien in de ontbrekende parkeerplaatsen vermeld.
§2. Na verloop van de termijnen zoals vermeld in artikel 7 §1 worden opnieuw de nodige vaststellingen gedaan en worden de gegevens onherroepelijk ingekohierd. Bij voormelde vaststellingen wordt de belastingplichtige vooraf van het tijdstip ervan in kennis gesteld.
Artikel 9. Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
De Grondwet, artikel 170 §4;
Het decreet van 16 januari 2004 betreffende de begraafplaatsen en lijkbezorging, hoofdstuk 2;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, artikel 40 §3 en 41, 14°;
De omzendbrief BB 2006/03 van 10 maart 2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten;
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot de goedkeuring van de belasting op de lijk- en asbezorging van personen vreemd aan de gemeente 2020-2025;
Feiten en context
De gemeentebelasting op lijk- en asbezorging van personen vreemd aan de gemeente en de belasting op het openen van grafkelders vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor het aanslagjaar 2020 tot 2025 een nieuwe gemeentebelasting vast te stellen. Deze zal enkel nog betrekking hebben op begravingen, asverstrooiingen, bijzettingen in het columbarium en begravingen van de as op het urnenveld op de begraafplaatsen van de gemeente van personen vreemd aan de gemeente. De belasting op het openen van grafkelders wordt niet hernomen voor de periode 2026-2031.
Argumentatie
Deze belasting helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren.
Deze belasting heeft tot doel:
● Kostendekkend te werken voor de extra lasten die voortvloeien uit lijkbezorging van niet-inwoners;
● De eigen inwoners te vrijwaren van het dragen van disproportionele financiële lasten voor dienstverlening aan personen buiten de gemeente;
● Een eerlijk en transparant tariefbeleid te voeren dat aansluit bij het principe dat wie gebruikmaakt van gemeentelijke voorzieningen, ook bijdraagt aan de kosten ervan;
● Een verantwoord beheer van de schaarse begraafplaatscapaciteit te ondersteunen.
De belasting vormt aldus een evenwichtige, proportionele en rechtvaardige maatregel die noodzakelijk is om de kwaliteit, duurzaamheid en betaalbaarheid van de gemeentelijke begraafplaatsen op lange termijn te verzekeren.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000169 "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0020 / 73311000
BESLUIT: Vaststelling belasting op lijk- en asbezorging
eenparig aangenomen.
Artikel 1. De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op de begravingen, asverstrooiingen, bijzettingen in het columbarium en begravingen van de as op het urnenveld op de begraafplaatsen van de gemeente van personen vreemd aan de gemeente.
Artikel 2. De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Artikel 3. De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de prestaties aanvraagt.
Artikel 4. Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De tarieven bedragen:
○ 250 EUR per begraving, asverstrooiing of bijzetting in het columbarium voor personen vanaf 12 jaar oud;
○ 65 EUR per begraving, asverstrooiing of bijzetting in het columbarium voor personen beneden de 12 jaar oud.
Artikel 5. Vrijstellingen
Er is een vrijstelling van belasting:
○ voor oorlogsslachtoffers;
○ voor personen die gedurende minstens 5 jaar in de bevolkings- of vreemdelingenregisters van de gemeente ingeschreven geweest zijn, en die noodgedwongen afgeschreven zijn uit de gemeente wegens hun opname in een rusthuis buiten de gemeente;
○ bij herbegraving ten gevolge van een verandering van bestemming van de gemeentelijke begraafplaats;
○ bij herbegraving van militairen en burgers overleden in dienst van het vaderland.
Artikel 6. Wijze van inning
§1 De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs.
§2 Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt de belasting ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7. Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikel 170, §4, eerste lid, van de Grondwet: Beslissingen tot het heffen van gemeentebelastingen behoren tot de uitsluitende bevoegdheid van de gemeenteraad
Artikel 41, tweede lid, 2 Artikel 41, derde en vierde lid van het Decreet Lokaal Bestuur: de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, kan niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen
Bestuursdecreet van 7 december 2018
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
Titel IV, Hoofdstuk II Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009
Titel V Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014
BVR van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
BVR van 16 juli 2010 tot bepaling van de handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is
BVR van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
BVR van 10 februari 2017 tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning
Feiten en context
Het vaststellen van de machtiging tot heffen van retributies voor meldingen en aanvragen van omgevingsvergunningen, de voorwaarden, verminderingen en vrijstellingen, behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de gemeenteraad.
Argumentatie
De behandeling van omgevingsaanvragen brengt aanzienlijke kosten met zich mee (personeel, software, opvolging, juridische toetsing). Die kosten worden nu volledig door de algemene middelen gedragen en hebben dus een grote impact op de gemeentebegroting.
Belangrijke argumenten om deze retributies in te voeren:
● Retributies zorgen voor een rechtvaardige verdeling van de kosten waarbij de gebruiker betaalt voor wat hij aanvraagt.
● Het creëren van (financiële) ruimte voor andere prioriteiten binnen de dienst omgeving, of het gemeentebeleid in het algemeen.
● Met extra middelen via retributies kan de dienst omgeving investeren in betere dienstverlening.
● Signaalfunctie naar aanvragers. Een (bescheiden) retributie dwingt aanvragers om bewuster en correcter aanvragen in te dienen. We verwachten dus minder onvolledige of overbodige dossiers en bijgevolg minder verspilling van ambtelijke tijd.
● De meeste buurgemeenten rekenen al geruime tijd retributies aan voor omgevingsvergunningen. Door als enige gemeente géén retributies te heffen, ontstaat een ongelijke situatie binnen de regio.
Samengevat: door een billijke retributie in te voeren, brengen we onze gemeente in lijn met de regionale praktijk, zorgen we voor een eerlijke kostenverdeling en creëren we de nodige ruimte om onze omgevingsdienst duurzaam en kwaliteitsvol te organiseren.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000198 "De dienst omgeving zet in op ruimtelijke ordening.", budgetrekening 0600 / 70001000
BESLUIT: Vaststelling retributiereglement op omgevingsvergunningen
eenparig aangenomen.
Artikel 1: Basis retributie
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie vastgesteld voor meldingen en aanvragen van omgevingsvergunningen.
Artikel 2: Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
● Verkavelen: een grond vrijwillig verdelen in twee of meer kavels om ten minste één van deze kavels te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies;
● Wijzigingsverzoek: het wijzigen van een omgevingsvergunningsaanvraag op basis van het Decreet betreffende de omgevingsvergunning, artikel 30 voor wat betreft de gewone procedure of artikel 45 voor wat betreft de vereenvoudigde procedure. Conform het decreet is er sprake van een wijzigingsverzoek wanneer het verzoek wordt ingediend tijdens het onderzoek van het project en dus na het volledig en ontvankelijk verklaren van een omgevingsvergunningsaanvraag. Het verzoek gebeurt door de aanvrager door middel van het indienen van een aangepaste projectinhoudsversie (PIV).
Artikel 3: Toepassingsgebied
Deze retributie is verschuldigd op het moment van het afleveren van de beslissing of aktename in kader van meldingen en aanvragen betreffende de omgevingsvergunningen.
De berekening gebeurt voor de totaliteit van het projectgebied en kan niet opgedeeld worden door fasering van het project of deelprojecten van naast- en aanliggende percelen met gelijkwaardig stedenbouwkundig programma.
Artikel 4: Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de exploitant van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten of de bouwheer die gehouden is tot het indienen van een omgevingsvergunningsaanvraag of een omgevingsmelding dewelke uitwerking hebben op het grondgebied van de gemeente Hove.
Het verschuldigd zijn van deze retributie sluit niet uit dat de gemeente bij de vergunning een stedenbouwkundige last oplegt teneinde werken te financieren of werken te laten uitvoeren die in een directe relatie staan tot het vergunde project.
Artikel 5: Tarieven
De tarieven voor de dienstverlening m.b.t. omgevingsvergunningen die binnen het toepassingsgebied van artikel 3 vallen, worden als volgt vastgesteld:
Omschrijving | Tarief |
Aanvraag omgevingsvergunning (stedenbouwkundige handelingen, IIOA, kleinhandelsactiviteiten) - vereenvoudigde procedure | 75 euro |
Aanvraag omgevingsvergunning (stedenbouwkundige handelingen, IIOA, kleinhandelsactiviteiten) - gewone procedure | 150 euro |
Melding (stedenbouwkundige handelingen, IIOA) | 50 euro |
Verkavelen van gronden zonder wegenis | 500 euro + 150 euro/lot |
Verkavelen van gronden met wegenis | 2000 euro + 150 euro/lot |
Bijstellen verkavelingsvergunning | 300 euro + 150 euro/lot |
Bijstellen milieuvoorwaarden | 150 euro |
Overdracht, stopzetten of bijstellen meldingsakte IIOA | 25 euro |
Omzetten milieuvergunning naar omgevingsvergunning onbepaalde duur | 150 euro |
Aanvraag stedenbouwkundig attest | 50 euro |
Organisatie projectvergadering | 250 euro |
Digitaliseren analoog ingediend dossier | 25 euro |
Opname in vergunningenregister als "vergund geacht" | 50 euro |
Wijzigingsverzoek | 75 euro |
Artikel 6: Tarieven - indexering
De tarieven bepaald onder artikel 5 kunnen jaarlijks op 1 januari aangepast worden op basis van de evolutie van de consumptieprijzenindex (hieronder afgekort als CPI) en wel als volgt:
CPI november van het vorige jaar x basistarief 2026
CPI november 2025
Er kan voor het eerst geïndexeerd worden op 1 januari 2027. Het indexeren kan nooit tot gevolg hebben dat de tarieven naar beneden worden bijgesteld.
De berekening van het geïndexeerde bedrag wordt wiskundig afgerond tot op een halve euro of een hele euro, waardoor de prijsstijging steeds in schijven van halve euro's gebeurt.
Artikel 7: Vrijstellingen en verminderingen
1§ De retributie wordt niet geëist voor:
● Een omgevingsvergunningsaanvraag waarvoor een stilzwijgende weigering ontvangen wordt
● Een omgevingsvergunningsaanvraag dewelke wordt ingetrokken en/of stopgezet vooraleer het dossier volledig en ontvankelijk verklaard wordt
● Gerechtelijke overheden
● Openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen, evenals de instellingen van openbaar nut.
● Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen en de door de Vlaamse Huisvestigingsmaatschappij erkende sociale huisvestigingsmaatschappijen
● Aanvragen voor het uitvoeren van beheerswerken in het kader van beheersovereenkomsten Natuur en Erosie
● Dossiers die niet op vraag van de vergunninghouder werden opgestart wanneer het gaat over een exploitatie met uitzondering van de bekendmaking van het verstrijken van elke geldigheidsperiode van twintig jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur (artikel 83 S1, lid 3 omgevingsvergunningendecreet).
● Een wijzigingsverzoek (nieuwe projectinhoudsversie, kortweg PIV), ingediend na de volledigheids- en ontvankelijkheidsverklaring, op vraag van de dienst omgeving om beperkte (technische) rechtzettingen te doen.
2§ Wanneer een aanvraag tot bekomen van een omgevingsvergunning en/of melding ingediend wordt door meerdere aanvragers, waarbij een van deze aanvragers onder een categorie valt zoals opgesomd in artikel 7 1§, zijn enkel de niet vrijgestelde aanvragers hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de retributie vermeldt in dit besluit.
Artikel 8: Invordering
De retributie is contant betaalbaar tegen afgifte van ontvangstbewijs of dient betaald te worden na ontvangst van de factuur voor de uiterste betaaldatum.
Bij niet-minnelijke regeling van de verschuldigde retributie zal de inning gebeuren met alle geëigende rechtsmiddelen.
Artikel 9: Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande besluiten.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikel 173 van de Grondwet;
Artikel 40 § 3 , artikel 41 ° 14, artikelen 177 en 369 van het Decreet over het lokaal bestuur;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 2 maart 2020 tot goedkeuring van de belasting op de inname van het openbaar domein 2020-2025.
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2025 tot goedkeuring van de belasting op de inname van het openbaar domein 2020-2025.
Feiten en context
De belasting op de inname van het openbaar domein 2020-2025 vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw belastingreglement vast te stellen.
Het innemen van de openbare weg dient tot het minimum in de tijd beperkt te worden aangezien het zorgt voor een extra belasting voor de gemeentelijke openbare diensten met betrekking tot veiligheid, ordehandhaving en technische ondersteuning.
Bijkomend zal er een retributiereglement opgesteld worden voor de periode 2026-2031 met forfaitaire tarieven voor onderstaande prestaties van de gemeentediensten wanneer deze noodzakelijk geacht worden voor de inname van het openbaar domein:
● Plaatsen en wegnemen van borden voor parkeerverbod
● Wegnemen en terugplaatsen diamantkoppaal
● Wegnemen en terugplaatsen fietsenrek of - beugel
● Wegnemen en terugplaatsen vuilbak
● Wegnemen en terugplaatsen vlaggenmast
● Wegnemen en terugplaatsen bank
Argumentatie
Bij de inname van openbaar domein wordt in eerste instantie een belasting gevestigd met een tarief per m² per dag en dit vanaf de tweede dag van inname tot zolang de toestand blijft bestaan.Voor het afsluiten van een straat voor meer dan 2 uur geldt het belastingtarief per begonnen dag per straat.
Indien een burger of onderneming een inname openbaar domein aanvraagt voor een bepaalde gebeurtenis en/of werken is de plaatsing van borden voor parkeerverbod vaak noodzakelijk enerzijds om de plaats te reserveren en anderzijds om veiligheidsredenen. Dit wordt beoordeeld bij de goedkeuring van de vergunning. De gemeentediensten zorgen voor het plaatsen en wegnemen van deze borden voor parkeerverbod. Het is verantwoord om hiervoor een retributie aan te rekenen.
Mogelijks is het wegnemen en terugplaatsen van straatmeubilair en/of vlaggenmasten door de gemeentediensten noodzakelijk omwille van de aanvraag tot inname openbaar domein. Het is verantwoord om ook hiervoor een retributie aan te rekenen.
De ontvangst is nog niet voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, maar zal meegenomen worden in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan.
BESLUIT: Vaststelling retributie op inname openbaar domein
eenparig aangenomen.
Artikel 1. Basis retributie
Voor de jaren 2026 - 2031 wordt een retributie gevestigd op het plaatsen en wegnemen van borden voor parkeerverbod door de gemeentediensten bij tijdelijke inname van openbaar domein voor het plaatsen van materialen, stellingen, containers, verhuisliften, … (niet limitatieve opsomming) - en alle andere constructies voertuigen en machines.
Voor grote werken (aannemers wegenwerken, nutsleidingen, bouwwerken, …) wordt geen verkeerssignalisatie ter beschikking gesteld."
Ook voor het wegnemen en terugplaatsen van straatmeubilair en/of vlaggenmasten door de gemeentediensten in het kader van tijdelijke inname van openbaar domein, wordt een retributie gevestigd voor de jaren 2026-2031.
Artikel 2. Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
○ openbaar domein: de openbare weg inclusief voet- en fietspaden en parkeerruimte (al dan niet afgebakend) en de groene ruimten, wandelplaatsen, parken, pleinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de openbare weg, die openstaan voor het verkeer van personen.
Artikel 3. Toepassingsgebied
De aanvraag tot tijdelijke inname van het openbaar domein moet online ingediend worden via het digitaal platform op de website van de gemeente Hove.
De aanvraag gebeurt tijdig en bevat de gevraagde informatie conform het reglement op de inname van het openbaar domein en het aanvraagformulier op het platform.
De noodzaak tot het plaatsen van borden voor parkeerverbod en/of het wegnemen van een straatmeubilair en/of vlaggenmasten wordt beoordeeld bij de goedkeuring van de vergunning voor inname van openbaar domein.
Wanneer een tijdelijke inname van het openbaar domein niet meer gewenst is kan een aanvraag tot inname worden geannuleerd. De annulering gebeurt tijdig, namelijk binnen de behandeltermijnen zoals vermeld in het reglement op de inname van het openbaar domein.
Bij schade, diefstal, verlies of vernietiging van borden voor parkeerverbod moet men volgende procedure naleven:
○ Bij diefstal wordt daarvan onmiddellijk aangifte gedaan bij de politie. Een dubbel van het proces-verbaal van deze aangifte wordt ten laatste op eerstvolgende werkdag aan de gemeente bezorgd.
○ Bij verlies, schade of laattijdig terugbrengen van de borden worden de kosten verhaald op de aanvrager.
Artikel 4. Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de inname van het openbaar domein via het digitaal platform op de website van de gemeente Hove.
Artikel 5. Tarieven
§1. Wanneer voor een inname het plaatsen van een parkeerverbod door gemeente Hove noodzakelijk wordt geacht, worden er borden geplaatst door de gemeentediensten en na de inname weer verwijderd.
Voor deze dienst is een retributie verschuldigd van 60,00 euro.
§2. Wanneer er straatmeubilair of vlaggenmasten verwijderd moeten worden door de gemeentediensten is hier een retributie voor verschuldigd volgens onderstaande lijst:
Omschrijving | Eenheid | Tarief in euro (inclusief BTW) |
Wegnemen en terugplaatsen diamantkoppaal | Forfait | 100,00 euro |
Wegnemen en terugplaatsen fietsenrek of - beugel | Forfait | 100,00 euro |
Wegnemen en terugplaatsen vuilbak | Forfait | 100,00 euro |
Wegnemen en terugplaatsen vlaggenmast | Forfait | 40,00 euro |
Wegnemen en terugplaatsen bank | Forfait | 100,00 euro |
Indien voor het wegnemen en terugplaatsen van straatmeubilair of vlaggenmasten de tussenkomst vereist is van een erkende, geregistreerde of gespecialiseerde onderneming, zal de aan de gemeente gefactureerde kostprijs doorgerekend worden, vermeerderd met 20,00 euro voor administratieve kosten.
§3. Bij bovengenoemde aangerekende bedragen wordt een vaste kost van 20,00 euro opgeteld voor de administratieve verwerking.
Artikel 6. Tarieven - indexering
De tarieven bepaald onder artikel 5 kunnen jaarlijks op 1 januari aangepast worden op basis van de evolutie van de consumptieprijzenindex (hieronder afgekort als CPI) en wel als volgt:
CPI november van het vorige jaar x basistarief 2026
CPI november 2025
Er kan voor het eerst geïndexeerd worden op 1 januari 2027. Het indexeren kan nooit tot gevolg hebben dat de tarieven naar beneden worden bijgesteld.
De berekening van het geïndexeerde bedrag wordt wiskundig afgerond tot op een halve euro of een hele euro, waardoor de prijsstijging steeds in schijven van halve euro's gebeurt.
Artikel 7. Vrijstellingen en/of verminderingen
De retributie is niet verschuldigd voor de ingenomen oppervlakten in volgende gevallen:
○ bij het bouwen of bij werken door of voor rekening van de staat, gewest, provincie, gemeente, openbare instellingen en erkende instellingen van openbaar nut;
○ bij het bouwen van jeugd- en sportlokalen waarvoor een gemeentelijke toelage verleend wordt;
○ bij straat- en buurtfeesten waarvoor een gemeentelijke toelage verleend wordt.
Artikel 8. Wijze van inning en eventuele terugbetaling
§1. Inning
Het openbaar domein kan pas ingenomen worden na betaling van de retributie.
De aanvrager betaalt de retributie elektronisch via een betaalverzoek. Het betaalverzoek wordt verstuurd door gemeente Hove na evaluatie van de aanvraag. Pas na betaling van de retributie is de toelating definitief en ontvangt de aanvrager een toelatingsdocument.
Om tijdige plaatsing van de parkeerverbodsborden niet in het gedrang te brengen, is het belangrijk om zo snel mogelijk in te gaan op het betaalverzoek.
Parkeerverbodsborden worden enkel geplaatst na betaling, wanneer de toelating definitief is.
§2. Terugbetaling bij annulering
Enkel wanneer de aanvrager een annulering van de tijdelijke inname van het openbaar domein aanvraagt binnen een termijn van 72uur voor de start van de inname, kan de retributie worden terug betaald.
Wanneer een inname vroeger eindigt dan vergund is, wordt de niet ingenomen periode niet terug betaald.
Voor de annulering van de inname wordt een annuleringskost aangerekend van 20,00 euro. Deze wordt afgehouden van het terug te betalen bedrag.
Indien het in verhouding staande terug te betalen bedrag minder bedraagt dan de annuleringskost, zal er geen bijkomende retributie opgelegd worden en kan er geen terugbetaling plaatsvinden.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:
● De Grondwet, artikel 170 §4;
● Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, artikel 40 §3 en 41, 14°;
● De goedkeuring door de gemeente van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden;
● Het gemeenteraadsbesluit van 20 december 2022 betreffende de retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein 2023-2025
Feiten en context
De Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten;
Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en dat er daarnaast een aantal werken zijn zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein;
Deze code werd ook geactualiseerd naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...
Argumentatie
Deze retributie helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren en is billijk.
De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd worden met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied;
Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben dus een impact op het openbaar domein;
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000183 "We zorgen voor vlotte financiële transacties door onze financiële dienst", budgetrekening 0200 / 74500000
BESLUIT: Vaststelling retributie op werken aan nutsvoorzieningen
eenparig aangenomen.
Artikel 1 - Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
● alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
● alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad/gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad/gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad/gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de stad/gemeente.
Artikel 4 – Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 5 – Definitief karakter
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikel 40 § 3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen waarin bepaald wordt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen;
Feiten en context
Het retributiereglement op het aansluiten van elektriciteitskasten vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een nieuw reglement vast te stellen.
De gemeente heeft, verspreid over haar grondgebied, een aantal elektriciteitskasten geplaatst en is bereid deze ter beschikking te stellen aan bepaalde gebruikers.
Argumentatie
De terbeschikkingstelling van elektriciteitskasten ten behoeve van derden brengt voor de gemeente extra kosten met zich mee. Met dit reglement beoogt de gemeente dan ook de doorrekening van deze kosten, alsook de kosten van het elektriciteitsverbruik, naar de effectieve gebruikers zonder daarbij een meerwaarde of winst te willen realiseren.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000169 "We innen
belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0200 /
74500000
BESLUIT: Vaststelling retributie op aansluiten elektriciteitskasten
eenparig aangenomen.
Artikel 1. Basis retributie
Voor de jaren 2026 - 2031 wordt een retributie gevestigd op het aansluiten van elektriciteitskasten.
De aansluiting op een elektriciteitskast dient aan het college van burgemeester en schepenen te worden aangevraagd.
Artikel 2. Retributieplichtige
De retributie worden gevorderd van de natuurlijk of rechtspersoon die gebruik maakt van de dienst.
Artikel 3. Tarieven
De retributie wordt vastgesteld als volgt
§1. 50 EUR éénmalige aansluitingskost voor de periode 2026-2031
§2. 10 EUR per dag en per aansluiting
§3. de kosten van het elektriciteitsverbruik zoals vastgesteld door de teller aanwezig op elke elektriciteitskast
Artikel 4. Tarieven - indexering
Het tarief bepaald onder artikel 3 §2. kan jaarlijks op 1 januari aangepast worden op basis van de evolutie van de consumptieprijzenindex (hieronder afgekort als CPI) en wel als volgt:
CPI november van het vorige jaar x basistarief 2026
CPI november 2025
Er kan voor het eerst geïndexeerd worden op 1 januari 2027. Het indexeren kan nooit tot gevolg hebben dat de tarieven naar beneden worden bijgesteld.
De berekening van het geïndexeerde bedrag wordt wiskundig afgerond tot op een halve euro of een hele euro, waardoor de prijsstijging steeds in schijven van halve euro's gebeurt.
Artikel 5. Wijze van inning
De retributie dient betaald te worden na ontvangst van de factuur, verstuurd door het gemeentebestuur, vóór de uiterste betaaldatum hierop vermeld.
Bij niet-minnelijke regeling van de verschuldigde retributie zal de inning gebeuren met alle geëigende rechtsmiddelen.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173;
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Het bestuursdecreet van 7 december 2018;
De wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorvoertuigen in te voeren;
De wet van 22 december 2008 waarbij aan het enig artikel van de wet van 22 februari 1965 een artikel toegevoegd wordt met betrekking tot de tenlastelegging van de belasting of retributie aan de houder van de nummerplaat;
De wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Het koninklijk besluit van 9 januari 2007 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
De Ministerieel Besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor personen met een handicap, gewijzigd bij ministerieel besluit van 3 maart 2003, 26 september 2005 en 24 augustus 2006;
Het Ministerieel Besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart;
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot goedkeuring van de belasting op parkeren in de blauwe zone 2020-2025.
Feiten en context
De gemeentebelasting op parkeren in de blauwe zone vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw retributiereglement vast te stellen.
Argumentatie
Het gemeentebestuur streeft de volgende doelstellingen na door de invoering van een retributie op parkeren in de blauwe zone:
● het verhogen van de parkeerrotatie in de betrokken straten zodat de parkeerplaatsen beschikbaar blijven voor bewoners en bezoekers;
● het tegengaan van langdurig parkeren door niet-bewoners en pendelaars, zodat de parkeerdruk voor bewoners en handelsbezoekers vermindert;
● het bevorderen van verkeersveiligheid en leefbaarheid door het beperken van zoekverkeer en het organiseren van ordelijk parkeren;
● het financieren van de operationele kosten voor parkeercontrole, signalisatie en administratief beheer;
Debat
Tyson Kouraichi (Hove Beweegt): We zijn een aantal keren aangesproken op onze nieuwe GAS-ambtenaar die nogal intensief te werk gaat. De Baravan heeft ook een boete gehad. Ook bij borden voor straatvegen zijn er GAS-boetes gegeven voor aan de overkant in de verkeerde richting te staan.
Bart Van Couwenberghe (N-VA): Hij is nieuw, geef hem krediet.
Tyson Kouraichi (Hove Beweegt): Vandaar een beleefde oproep tot aansturen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000169 "We innen belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0200 / 70058000
BESLUIT: Vaststelling retributie op parkeren in de blauwe zone
eenparig aangenomen.
Artikel 1. Basis retributie
Voor de jaren 2026 - 2031 wordt een retributie gevestigd op het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg, waar parkeren is toegestaan en waar een blauwe zonereglementering van toepassing is.
Artikel 2. Toepassingsgebied
Bij inname van een parkeerplaats waar het gebruik van de parkeerschijf verplicht is, dient de aankomsttijd verplicht aangeduid te worden door de pijl van de parkeerschijf te plaatsen op het streepje dat volgt op het tijdstip van aankomst op de parkeerschijf en dient deze zichtbaar en leesbaar aangebracht te worden achter de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
Het gebruik van automatische parkeerschijven is verboden.
Het plaatsen van meerdere parkeerschijven in het voertuig is verboden.
Als de parkeerschijf niet zichtbaar achter de voorruit van het voertuig is geplaatst of in geval de gebruiker de pijl niet op het streepje plaatst dat volgt op het tijdstip van aankomst of indien de gebruiker de aanduidingen wijzigt zonder dat het voertuig de parkeerplaats heeft verlaten, wordt de gebruiker steeds geacht te kiezen voor de betaling van het in artikel 4 bedoelde forfaitaire tarief.
Artikel 3. Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat van het voertuig.
Artikel 4. Tarieven
De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door middel van de zoals in artikel 2 beschreven aangebrachte parkeerschijf.
De retributie wordt vastgesteld als volgt:
○ Gratis: voor de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden;
○ Forfaitair tarief van 30 EUR per dag: voor elke periode die langer is dan deze die gratis is.
Artikel 5. Vrijstellingen en/of verminderingen
De retributie is niet verschuldigd:
● voor het parkeren van voertuigen gebruikt door personen met een handicap waarbij op het ogenblik van het parkeren, de parkeerkaart voor mensen met een handicap, uitgereikt overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999 op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig werd aangebracht;
● op zondagen, wettelijke feestdagen en op 11 juli.
Artikel 6. Wijze van betaling
Bij toepassing van het hierboven vermelde forfait, brengt de aangestelde van de gemeente een retributiebon aan op de voorruit van het voertuig.
Bij niet-minnelijke regeling van de verschuldigde retributie zal de inning gebeuren met alle geëigende rechtsmiddelen.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikel 40 § 3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen waarin bepaald wordt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen;
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot goedkeuring van de retributie voor werken voor derden 2020-2025.
Feiten en context
De vorige vastlegging van de eenheidsprijzen van werken voor derden dateert van de gemeenteraad van 16 december 2019 en het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw retributiereglement vast te stellen.
Argumentatie
Het is wenselijk een retributie in te voeren voor de terugvordering van de kosten van geleverde prestaties door eigen gemeentediensten of de kosten van een door het gemeente aangestelde aannemer, voor rekening van derden (natuurlijke of rechtspersonen) :
● voor werken aangevraagd door derden (zonder verplichting van het gemeentebestuur de gevraagde werken uit te voeren);
● voor het herstellen van schade aangebracht door derden aan het gemeentelijk patrimonium (openbaar of privaat);
● werken welke ambtshalve worden uitgevoerd door het gemeentebestuur ingevolge nalatigheid of het in gebreke blijven van derden.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000169 "We innen
belastingen en schrappen overbodige belastingen en retributies", budgetrekening 0200 /
74500000
BESLUIT: Vaststelling retributie het uitvoeren van werken voor derden
eenparig aangenomen.
Artikel 1. Basis retributie
Voor de jaren 2026 - 2031 wordt een retributie gevestigd op het uitvoeren van werken voor derden.
Indien voor de aangevraagde werken, een vergunning noodzakelijk is, zal worden overgegaan tot de uitvoering van de werken nadat de vergunning werd verkregen.
Artikel 2. Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de persoon die de werken aanvraagt.
Ingeval de werken niet worden aangevraagd, is de retributie verschuldigd door de overtreder van wetten, decreten, verordeningen of gemeentelijke reglementen en die ingevolge deze overtreding aangemaand wordt werken uit te voeren en dit nalaat.
Artikel 3. Tarieven
De tarieven bedragen:
- leveren van betontegels........................................................................ € 2,00/stuk
- leveren en plaatsen van betontegels op zandbedding......................... € 48,00/m2
- uitbreken en herplaatsen van betontegels op zandbedding................. € 45,00 m2
- leveren van betonstraatstenen 220x107x100 grijs............................... € 1,20/stuk
- leveren van betonstraatstenen 220x220x80 grijs of rood....................... € 1,20/stuk
- leveren en plaatsen van betonstraatstenen op zandcement............. € 54,50/m2
- uitbreken en herplaatsen van betonstraatstenen op zandcement … € 48,50/m2
(grijs/rood)
- leveren van boordstenen – type IB of IC – recht……………………. € 13,00/lm
- leveren en plaatsen van boordstenen op mager beton…………… € 45,00/lm
- uitbreken en herplaatsen van boordstenen op mager beton……… € 36,50/lm
- leveren en plaatsen van gootstenen op mager beton of zandcement € 36,50/lm
- uitbreken en herplaatsen van gootstenen op mager beton…………. € 34,00/lm
- leveren van kantstenen 100x25x6…………………………………….. € 6,00/st
- leveren en plaatsen van kantstenen op zandcement……………….. € 26,00/lm
- uitbreken en herplaatsen van kantstenen op zandcement…………. € 24,00/lm
- leveren van kasseien…………………………………………………... € 38,00/m2
- uitbreken en herplaatsen van kasseien op zandbedding………… € 46,00/m2
- uitbreken en herplaatsen van kasseien op zandcement…………. € 60,00/m2
- herstellen van asfalt (onder- en bovenlaag)………………………. € 88,00/m2
- herstellen van mozaïek op fundering………………………………. € 52,00/m2
- herstellen van grint …………………………………………………… € 17,00/m2
- herstellen van betonbestrating ………………………………………. € 68,00/m2
- leveren en plaatsen van bitumineuze mengsels – type I ………… € 80,00/m2
- aanpassen en op hoogte brengen van deksels…………………… € 350,00/st
- vervoer met grote vrachtwagen……………………………………… € 80,00/u
- vervoer met kleine vrachtwagen……………………………………. € 70,00/u
- uurloon geschoolde werkman…………………………………………. € 100,00/u
- uurloon ongeschoolde werkman……………………………………… € 40,00/u
- de kostprijs van verbruikte materialen wordt doorgerekend en verhoogd met 15% voor administratieve verwerking;
- indien de interventie van een gespecialiseerde firma is vereist, zal de factuur worden doorgerekend verhoogd met 15% voor administratieve verwerking.
Artikel 4. Tarieven - indexering
De tarieven bepaald onder artikel 5 kunnen jaarlijks op 1 januari aangepast worden op basis van de evolutie van de consumptieprijzenindex (hieronder afgekort als CPI) en wel als volgt:
CPI november van het vorige jaar x basistarief 2026
CPI november 2025
Er kan voor het eerst geïndexeerd worden op 1 januari 2027. Het indexeren kan nooit tot gevolg hebben dat de tarieven naar beneden worden bijgesteld.
De berekening van het geïndexeerde bedrag wordt wiskundig afgerond tot op een halve euro of een hele euro, waardoor de prijsstijging steeds in schijven van halve euro's gebeurt.
Artikel 5. Wijze van betaling
De retributie dient betaald te worden na ontvangst van de factuur, verstuurd door het gemeentebestuur, vóór de uiterste betaaldatum hierop vermeld.
Bij niet-minnelijke regeling van de verschuldigde retributie zal de inning gebeuren met alle geëigende rechtsmiddelen.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, artikel 40 §3 en 41, 14° en artikel 177;
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot goedkeuring van de retributie op afgifte van administratieve stukken en het leveren van administratieve prestaties 2020-2025;
Feiten en context
Het retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken en het leveren van administratieve prestaties vervalt op 31 december 2025 het is aangewezen om voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een nieuw reglement vast te stellen.
Voor de retributie op de afgifte van een conformiteitsattest werd een apart reglement opgesteld en goedgekeurd op de gemeenteraad van 18 november 2025.
Argumentatie
Deze retributie helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren en is billijk aangezien de afgifte van allerlei administratieve stukken en het leveren van administratieve prestaties zware lasten voor de gemeente meebrengt.
De procedure die leidt tot het voltrekken van een huwelijk brengt kosten met zich mee (gebruik trouwzaal ed.). Het is wenselijk en aanvaardbaar om hiervoor een beperkte retributie aan te rekenen. Aangezien het recht tot huwelijk wettelijk verankerd is, moet de mogelijkheid bestaan om ook gratis te kunnen huwen. Daarom wordt de kans geboden om ook kosteloos te kunnen huwen op welbepaalde momenten.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:
● actie AC000202 "De dienst burgerzaken neemt de taken in medebewind op", budgetrekening 0130 / 70000000
● actie AC000198 "De dienst omgeving zet in op ruimtelijke ordening", budgetrekening 0600 / 70003000
BESLUIT: Vaststelling retributie administratieve stukken en prestaties
eenparig aangenomen.
Artikel 1. Basis retributie
Voor de jaren 2026 - 2031 wordt een retributie gevestigd op het afleveren van administratieve stukken en het leveren van administratieve prestaties.
Artikel 2. Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° attest van immatriculatie: een voorlopige Belgische verblijfsvergunning voor niet-EU burgers, die toekomen in België zonder visum D of zonder asielaanvraag. Zij verkrijgen deze vergunning in afwachting van een definitieve uitspraak over hun verblijf. Dit attest is ook gekend als de 'oranje kaart'.
Artikel 3. Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die het administratief stuk of prestatie aanvraagt of aan wie het gevraagde stuk wordt uitgereikt.
Artikel 4. Tarieven
De tarieven worden als volgt vastgesteld:
Voor de afgifte van administratieve stukken:
4.1 Op afgifte van elektronische identiteitskaarten aan Belgen
● Nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging: tarief FOD + 6 euro
● Voor de spoedprocedure: tarief FOD + 15 euro
● Voor de superspoedprocedure: tarief FOD + 30 euro
4.2 Op afgifte van elektronische vreemdelingenkaarten aan niet-Belgen
● Nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging: tarief FOD + 6 euro
● Voor de spoedprocedure: tarief FOD + 15 euro
4.3 Op afgifte van elektronische kaarten en verblijfsdocumenten met biometrische kenmerken aan niet-Belgen
● Nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging: tarief FOD + 6 euro
● Voor de spoedprocedure: tarief FOD + 15 euro
4.4 Op afgifte van kids-ID aan Belgische en aan niet-Belgische kinderen onder de 12 jaar
● Nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging: tarief FOD + 2 euro
● Voor de spoedprocedure: tarief FOD + 15 euro
● Voor de superspoedprocedure: tarief FOD + 30 euro
4.5 Op afgifte van attest van immatriculatie
● nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging: 10 euro
4.6 Op afgifte van een vreemdelingenkaart aan niet-Belgische kinderen onder de 12 jaar
● nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging: tarief FOD + 2 euro
● voor de spoedprocedure: tarief FOD + 15 euro
4.7 Op afgifte van een vreemdelingenkaart met biometrische kenmerken aan niet-Belgische kinderen onder de 12 jaar
● nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging: tarief FOD + 2 euro
● voor de spoedprocedure: tarief FOD + 15 euro
4.8 Op afgifte van reispassen aan Belgen
● gewone procedure < 18 jaar: tarief FOD + 5 euro
● gewone procedure > of = 18 jaar: tarief FOD + 10 euro
● Voor de spoedprocedure: < 18 jaar: tarief FOD + 15 euro
● Voor de spoedprocedure: > of = 18 jaar: tarief FOD + 15 euro
● Voor de superspoedprocedure: < 18 jaar: tarief FOD + 30 euro
● Voor de superspoedprocedure: > of = 18 jaar: tarief FOD + 30 euro
4.9 Op afgifte van reistitels voor vluchtelingen, staatlozen en vreemdelingen
● gewone procedure < 18 jaar: tarief FOD + 5 euro
● gewone procedure > of = 18 jaar: tarief FOD + 10 euro
● Voor de spoedprocedure: < 18 jaar: tarief FOD + 15 euro
● Voor de spoedprocedure: > of = 18 jaar: tarief FOD + 15 euro
● Voor de superspoedprocedure: < 18 jaar: tarief FOD + 30 euro
● Voor de superspoedprocedure: > of = 18 jaar: tarief FOD + 30 euro
4.10 Op het volstrekken van het huwelijk en afgifte van een trouwboekje:
● Trouwboekje: 25 euro
● Volstrekken van het huwelijk:
○ op donderdag: gratis
○ op een andere weekdag dan donderdag: 50 euro
○ op een zaterdag of brugdag: 100 euro
4.11 Op afgifte van een eenzijdige verklaring van de beëindiging van de wettelijke samenwoning:
● voor de betekening door de gerechtsdeurwaarder zoals voorzien in art.1476, §2, van het Burgerlijk Wetboek: 500 euro
4.12 Op afgifte van (voorlopige) rijbewijzen:
● rijbewijs bankkaartmodel: tarief FOD + 5 euro
● internationaal rijbewijs: tarief FOD + 5 euro
● voorlopig rijbewijs model 3: tarief FOD + 5 euro
● voorlopig rijbewijs model 36: tarief FOD + 5 euro
● voorlopig rijbewijs model 18: tarief FOD + 5 euro
● voorlopig rijbewijs model 12: tarief FOD + 5 euro
Voor administratieve prestaties:
4.13 Voor het maken van fotokopieën en inscannen van documenten:
● planafdruk: 8 euro de lopende meter
Een recto verso kopie wordt als twee kopieën beschouwd.
4.14 Verstrekken van inlichtingen
● uittreksel uit het plannenregister of vergunningenregister:
o 30 euro per kadastraal perceel per aanvraag
● ander opzoekingswerk die schriftelijk verstrekt worden door de gemeentelijke diensten en die niet louter het laten inzien van, het uitleg geven over en een afschrift afleveren van bestuursdocumenten betreffen, maar ruim opzoekingwerk (meer dan 1 uur) en het samenstellen van dossiers vereisen betreffende specifieke zaken of eigendommen:
o 100 euro per begonnen uur aan opzoekingswerk
4.15 Voornaamswijziging
● een voornaamswijziging: 500 euro
● een voornaamswijziging aangevraagd door een transgender: 50 euro
● een voornaamswijziging voor vreemdelingen die de Belgische nationaliteit aanvragen en niet over een voornaam beschikken: gratis
4.16 Verzendingskosten
Wanneer de gevraagde administratieve stukken per post dienen overgemaakt te worden, worden de verzendingskosten aan de retributie toegevoegd. Deze bijkomende kosten dienen bij de aanvraag te worden betaald.
Voor de spoedprocedures en superspoedprocedures kids-ID’s voor kinderen van hetzelfde gezin en dus op hetzelfde adres zijn ingeschreven, die gelijktijdig worden aangevraagd, zullen de transportkosten slechts éénmaal aangerekend worden.
Artikel 5. Tarieven - indexering
De tarieven bepaald onder artikel 5 kunnen jaarlijks op 1 januari aangepast worden op basis van de evolutie van de consumptieprijzenindex (hieronder afgekort als CPI) en wel als volgt:
CPI november van het vorige jaar x basistarief 2026
CPI november 2025
Er kan voor het eerst geïndexeerd worden op 1 januari 2027. Het indexeren kan nooit tot gevolg hebben dat de tarieven naar beneden worden bijgesteld.
De berekening van het geïndexeerde bedrag wordt wiskundig afgerond tot op een halve euro of een hele euro, waardoor de prijsstijging steeds in schijven van halve euro's gebeurt.
Artikel 6. Vrijstellingen en/of verminderingen
Er is een vrijstelling van retributie voor:
● de stukken welke krachtens een wet, koninklijk besluit of een andere overheidsverordening of -richtlijn kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven;
● de stukken die aan behoeftige personen worden afgegeven waarbij de behoeftigheid wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk;
● de afgifte van stukken die krachtens een wet, koninklijk besluit of een overheidsverordening of -richtlijn reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen is. Uitzondering wordt gemaakt voor de tarieven, gevoegd bij de wet op de consulaire en kanselarijrechten.
● de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde inrichtingen alsook de instellingen van openbaar nut.
● eenieder die verklaart dat de gevraagde stukken dienen te worden voorgelegd om een tewerkstelling te bekomen, om te kunnen solliciteren of om aan examens of proeven deel te nemen met het oog op eventuele aanwerving.
Artikel 7. Wijze van inning
De retributie moet contant betaald worden bij de aanvraag of uiterlijk bij het afleveren van de stukken of het leveren van de prestatie.
Voor de uitgereikte kaarten met een chip, zoals de elektronische identiteitskaarten, de kids-ID, de elektronische kaarten voor vreemdelingen en de latere kaarten met een chip waarvan de chip defect of losgekomen is, worden, na aanvaarding van het gebrek door de firma die de kaarten heeft aangemaakt, zowel de kostprijs van de kaart als de van toepassing zijnde retributie terugbetaald.
Bij niet-minnelijke regeling van de verschuldigde retributie zal de inning gebeuren met alle geëigende rechtsmiddelen.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, hoofdstuk 1, afdeling 2;
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, artikel 40 §3 en 41, 14°;
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 betreffende de retributie op begraafplaatsconcessies 2020-2025;
Feiten en context
Het retributiereglement op begraafplaatsconcessies vervalt op 31 december 2025 en het is aangewezen om voor het aanslagjaar 2026 tot 2031 een nieuw reglement vast te stellen.
Argumentatie
De gemeente is bevoegd voor het toekennen en hernieuwen van grafconcessies en kan hiervoor een retributie vastleggen aangezien dit diverse kosten met zich meebrengt, zoals administratieve verwerking, dossierbeheer, registratie, personeelsinzet en het onderhoud van de begraafplaatsinfrastructuur.
Daarnaast verricht de gemeente bijkomende dienstverlening bij het plaatsen van concessies, waaronder het aanbrengen van naamplaatjes op columbariumnissen, urnengraven of andere concessievormen. Ook deze handelingen brengen materiaal- en werkingskosten met zich mee. Het is daarom verantwoord om hiervoor een afzonderlijke retributie te voorzien, zodat de kosten worden gedragen door de gebruikers die van deze dienst gebruikmaken.
Deze retributie helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000068 "We zorgen voor het recurrent onderhoud van de begraafplaats", budgetrekening 0990 / 70021000 + 70023000
BESLUIT: Vaststelling retributie voor concessies op de begraafplaats
eenparig aangenomen.
Artikel 1. Basis retributie
Voor de jaren 2026 - 2031 wordt een retributie gevestigd op het verlenen van concessies of het hernieuwen van concessies voor een termijn van dezelfde duur als die van de oorspronkelijke.
Artikel 2. Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de aanvrager op het moment van de aanvraag.
Artikel 3. Tarieven - toekennen concessies en naamplaatjes
§1 Voor de grafconcessies gelden volgende tarieven :
- voor een grafconcessie voor 2 personen : 800 EUR
- voor een grafconcessie niet-inwoner voor 2 personen: 2.000 EUR
- voor een grafconcessie voor 3 personen : 1.200 EUR
- voor een grafconcessie niet-inwoner voor 3 personen: 3.000 EUR
- voor een nis voor 1 urne : 400 EUR
- voor nis 1 urne niet-inwoner: 1.000 EUR
- voor een nis voor 2 urnen : 800 EUR
- voor een nis voor 2 urnen niet-inwoners: 2.000 EUR
§2 Voor het plaatsen van een naamplaatje gelden de volgende tarieven :
- aan het columbarium : 40 EUR
- op de strooiweide : 40 EUR
- urnenveld : 40 EUR
§3 Wanneer de eerste persoon die in het geconcedeerde graf moet begraven worden of in de geconcedeerde nis moet bijgezet worden, niet in de bevolkings- of vreemdelingenregisters van de gemeente is ingeschreven, worden de in §1 van dit artikel vastgestelde prijzen voor niet-inwoner(s) toegepast.
Voor de toepassing van voorgaand lid worden de personen die krachtens hun statuut vrijgesteld zijn van inschrijving in de bevolkingsregisters van de gemeente en personen die gedurende minstens 5 jaar in de bevolkings- of vreemdelingenregisters van de gemeente ingeschreven geweest zijn, en die noodgedwongen afgeschreven zijn uit de gemeente wegens hun opname in een rusthuis buiten de gemeente, gelijkgesteld met de personen die wel in die registers zijn ingeschreven.
§4 Alle in dit reglement vermelde tarieven kunnen steeds worden herzien. Bij het verlenen of vernieuwen van een concessie en bij het verlengen van een concessietermijn gelden aldus de tarieven die dan op dat moment van toepassing zijn.
Artikel 4. Tarieven - hernieuwen concessies
§1 Wanneer, ten gevolge van de laatste begraving of bijzetting in een grafconcessie of nis, een nieuwe termijn van dezelfde duur als waarvoor de concessie werd verleend, een aanvang neemt, gelden dezelfde tarieven als die in artikel 3 vermeld, mogelijks geïndexeerd.
§2 De verschuldigde concessieprijs wordt berekend in verhouding tot het aantal volle jaren waarmee de oorspronkelijke concessietermijn ten gevolge van die bijbegraving of bijzetting wordt verlengd. Indien dit bedrag niet wordt betaald, worden de belanghebbenden geacht af te zien van het recht op verlenging.
Artikel 5. Tarieven - indexering
De tarieven bepaald onder artikel 3 kunnen jaarlijks op 1 januari aangepast worden op basis van de evolutie van de consumptieprijzenindex (hieronder afgekort als CPI) en wel als volgt:
CPI november van het vorige jaar x basistarief 2026
CPI november 2025
Er kan voor het eerst geïndexeerd worden op 1 januari 2027. Het indexeren kan nooit tot gevolg hebben dat de tarieven naar beneden worden bijgesteld.
De berekening van het geïndexeerde bedrag wordt wiskundig afgerond tot op een halve euro of een hele euro, waardoor de prijsstijging steeds in schijven van halve euro's gebeurt.
Artikel 6. Wijze van inning
§1 De retributie wordt contant betaald op het moment van de aanvraag tegen afgifte van een betalingsbewijs.
§2 Bij gebreke van betaling wordt de retributie ingekohierd en wordt de retributie ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Art. 40 § 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente
Het reglement van verhuur van zalen van het lokaal bestuur Hove dat goedgekeurd werd op de gemeenteraad van 28 januari 2025.
Het reglement van verhuur van materialen van het lokaal bestuur Hove dat goedgekeurd werd op de gemeenteraad van 27 juni 2023.
Feiten en context
Door de start van een nieuwe meerjarenplanning worden de retributiereglementen herbekeken. In de reglementen van verhuur lokalen en materialen werd een jaarlijkse indexering toegevoegd.
Na het traject van Baristaz is beslist om verenigingen voorrang te huren op de huur van lokalen en materialen. Op die manier wil het lokaal bestuur de verenigingen ondersteunen bij het opzetten van evenementen.
Argumentatie
Wijzigingen reglement zaalverhuur
Vorige versie | Nieuwe versie |
Geen sluitingsdagen | Sluiting van lokalen op officiële feestdagen en tussen kerstavond en Nieuwjaar |
Geen standaard mogelijkheid tot gratis gebruik van Da Capo bij organisatie evenement voor een goed doel | Gratis gebruik van Da Capo door Hovenaars als ze een activiteit organiseren voor het goede doel |
Alle categorieën kunnen 365 dagen op voorhand de zalen reserveren
| Categorie A kan 365 dagen op voorhand en categorie B & C kan 304 dagen op voorhand de zalen reserveren |
Geen automatische indexering van de tarieven | Automatische indexering van de tarieven vanaf januari 2027 |
Kosteloos annuleren tot 10 dagen voor de reservatie | Kosteloos annuleren tot 3 weken voor de reservatie |
Geen doorrekening van herstellingskosten bij foutief gebruik van lift Da Capo door huurder | Doorrekening herstellingskosten lift van Da Capo indien de huurder zich niet houdt aan het maximum toegelaten gewicht / maximum toegelaten aantal personen |
Ondersteuning voor het bedienen van de geluidsinstallatie voor categorie A door vrijetijdswerker aan 30 euro | Geen ondersteuning voor het bedienen van de geluidsinstallatie voor categorie A door vrijetijdswerker. Klaarzetten van geluidsinstallatie aan 20 euro blijft wel mogelijk |
Tarieven voor categorie A voor het Kostershuisje/ Markgraaf blokkeren op max 4u indien er meer dan 4u geboekt wordt | Geen blokkering meer op uurtarieven. De effectieve uren van reservatie worden gefactureerd |
Wijzigingen reglement materiaalverhuur
Vorige versie | Nieuwe versie |
Alle categorieën kunnen 6 maanden op voorhand materiaal reserveren | Categorie A kan maximum 6 maanden en categorie B & C kunnen maximum 4 maanden op voorhand materiaal reserveren |
Geen automatische indexering van de tarieven | Automatische indexering van de tarieven vanaf januari 2027 |
Geen beperking op locatie van levering | Leveringen van materiaal enkel mogelijk op grondgebied Hove |
Debat
Tyson Kouraichi (Hove Beweegt): Komen de zalen van het Sportpark er nog in?
Gerda Lambrecht (N-VA): Die zitten in de reglementen van het AGB.
Lenn De Cleene (N-VA): De vergaderzaal in het Sportpark valt hier onder, want die wordt verhuurd aan de gemeente.
De ontvangst voor verhuur zalen is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000190 “De dienst vrije tijd verzorgt evenementen, stelt een gevarieerd programma samen en organiseert speelpleinen en sportkampen", budgetrekening 0705 / 70061000.
De ontvangst voor verhuur materialen is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000190 “De dienst vrije tijd verzorgt evenementen, stelt een gevarieerd programma samen en organiseert speelpleinen en sportkampen", budgetrekening 0705 / 70060000.
BESLUIT: Vaststelling retributie op verhuur
eenparig aangenomen.
Artikel 1
Keurt de retributiereglementen, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed waarin de nieuwe voorwaarden voor de verhuur van lokalen en materialen worden bepaald
Artikel 2
Het retributiereglement -zaalverhuur en het retributiereglement - ontlening van materialen treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Het reglement m.b.t. verhuur van zalen van het lokaal bestuur Hove goedgekeurd door de gemeenteraad van 28 januari 2025 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 4
Het reglement m.b.t. verhuur van materialen van het lokaal bestuur Hove goedgekeurd door de gemeenteraad van 27 juni 2023 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Vaststelling retributie op sprookjesvertellen Sandra Maes Tamara Lecoutre Troucheau Luc Vuylsteke de Laps Bart Van Couwenberghe Marie Misselyn Thierry Lens Kaat Van Hecke Jos Peeters Diederik Vandendriessche Tyson Kouraichi Anke Dehuisser Katty Huybrechts Nitish Chatterjee Michael Serrien Anke Muylle Dave Van den Bergh Veerle D'Haene Lenn De Cleene Gerda Lambrecht Sofie Lemmens Sandra Maes Tamara Lecoutre Troucheau Luc Vuylsteke de Laps Bart Van Couwenberghe Marie Misselyn Thierry Lens Kaat Van Hecke Jos Peeters Diederik Vandendriessche Tyson Kouraichi Katty Huybrechts Nitish Chatterjee Michael Serrien Anke Muylle Dave Van den Bergh Veerle D'Haene Lenn De Cleene Gerda Lambrecht Sofie Lemmens Sandra Maes Nitish Chatterjee Thierry Lens Michael Serrien Tamara Lecoutre Troucheau Katty Huybrechts Dave Van den Bergh Lenn De Cleene Gerda Lambrecht Bart Van Couwenberghe Veerle D'Haene Sofie Lemmens Jos Peeters Luc Vuylsteke de Laps Tyson Kouraichi Marie Misselyn Anke Muylle Diederik Vandendriessche Kaat Van Hecke aantal voorstanders: 12 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 2 Goedgekeurd
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Art. 40 § 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente
Feiten en context
Voor de sprookjesvertellen willen we een kader scheppen rond retributies voor wekelijks vertellen, verjaardagsfeestjes en schoolvertellingen.
Deze activiteiten worden begeleid door vrijwillige sprookjesvertellers.
Argumentatie
Debat
Jos Peeters (Fan van Hove): Ik heb wat inhoudelijke opmerkingen bij dit reglement. Er zijn wat bekommernissen meegegeven. De aanvragen moeten gebeuren via de webshop of ter plaatse als er nog plaatsen zijn. Wat betekent dat in de praktijk? Normaal komen ze daar naartoe, impulsief, of op een moment dat het past. Ter plaatse - dan verandert er niets aan de huidige manier van werken. Als het gaat over verjaardagsfeestje: het kan duren van 11u tot 13u30. Die 50 euro gaat om te huren voor één uur. Je moet 50 euro betalen, terwijl je het Kostershuisjes kan huren via categorie C aan 9 euro per uur. Dus voor 3 uur is dat 27 euro, maar met vertelling is dat 50 euro. Het lijkt me logischer dat ik het huur en ik zelf een vrijwilliger zoek. Er zitten een aantal anomalieën in. Mijn voorstel is om dat terug mee te nemen en te komen tot een afspraak die wel werkt.
Lenn De Cleene (N-VA): Ik heb weinig vragen gemerkt, wel opmerkingen. Je doet precies of ik op een saaie avond een retributiereglement heb geschreven. De betrokken ambtenaren en vrijwilligers hebben hier samen aan gewerkt. Als je een categorie C bent, dan heb je gewoon de zaal gehuurd - als je een feestje wilt, dan wordt er voor die 15 personen 50 euro gevraagd. Er worden dan ook nog versnaperingen voorzien. Dat is een redelijk tarief.
Jos Peeters (Fan van Hove): Ik ben het er niet mee eens. Er is input gegeven, maar geen inspraak. Ik zou het jammer vinden als we dit zo snel goedkeuren.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000121 “We zorgen voor een breed aanbod van voorstellingen en evenementen aan een toegankelijke prijs”, budgetrekening 0709 / 70082010.
BESLUIT: Vaststelling retributie op sprookjesvertellen
12 stemmen ja: Thierry Lens (Hove, natuurlijk!), Bart Van Couwenberghe (N-VA), Dave Van den Bergh (Hove, natuurlijk!), Lenn De Cleene (N-VA), Sofie Lemmens (Hove, natuurlijk!), Gerda Lambrecht (N-VA), Veerle D'Haene (N-VA), Sandra Maes (N-VA), Michael Serrien (Hove, natuurlijk!), Katty Huybrechts (Hove, natuurlijk!), Nitish Chatterjee (Hove, natuurlijk!) en Tamara Lecoutre Troucheau (Hove, natuurlijk!).
2 stemmen neen: Luc Vuylsteke de Laps (Fan van Hove) en Jos Peeters (Fan van Hove).
5 onthoudingen: Diederik Vandendriessche (Hove Beweegt), Marie Misselyn (Hove Beweegt), Tyson Kouraichi (Hove Beweegt), Kaat Van Hecke (Hove Beweegt) en Anke Muylle (Hove Beweegt).
Artikel 1
Keurt het retributiereglement - sprookjesvertellen, zoals gevoegd in bjilage bij dit besluit, goed.
Artikel 2
Het nieuwe retributiereglement - sprookjesvertellen treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Feiten en context
Op de raadszitting van 15 december 2020 werd het reglement sociale toelagen vernieuwd. Vervolgens werd het reglement geactualiseerd op de zitting van 26 september 2023 en aangepast op de zitting van 22 april 2025.
Volgens het huidige reglement moeten de Sociale Toelagen tweejaarlijks geïndexeerd worden:
● de eerste indexatie op 1 januari 2026;
● vervolgens elke twee jaren op 1 januari.
Er is echter niet vastgesteld op basis van welke index en formule de indexering dient te gebeuren.
Argumentatie
Het is aangewezen de bedragen in het reglement Sociale Toelagen - zoals toegevoegd in de bijlagen - tweejaarlijks te indexeren op basis van de evolutie van de consumptieprijzenindex (hieronder afgekort als CPI) en wel als volgt:
CPI november 2023 x tarief 2024
CPI november 2025
Op basis van deze formule wordt er geïndexeerd op 1 januari 2026 en vervolgens elke twee jaren op 1 januari.
De indexering op 1 januari 2028 zal gebeuren volgens deze formule:
CPI november 2025 x tarief 2026
CPI november 2027
Het indexeren kan nooit tot gevolg hebben dat de tarieven naar beneden worden bijgesteld.
De berekening van het geïndexeerde bedrag wordt wiskundig afgerond tot op een halve euro of een hele euro, waardoor de prijsstijging steeds in schijven van halve euro's gebeurt.
Debat
Tyson Kouraichi (Hove Beweegt): In het dossier staat bij de punten dat de uitgave voorzien is, maar de mantelzorgtoelage staat daar niet bij, wel in de bijlage. Goed dat we indexeren, maar in het meerjarenplan wordt dat evenwel niet gedaan. We stemmen nu de indexatie, maar in de meerjarenplanning wordt dat niet meegerekend.
Suzy Mariën (wnd. financieel directeur): Dat is een vergetelheid. Dat moeten we indexeren en bekijken hoe we dit verder aanpassen in de aanpassing meerjarenplan 2026.
De uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000133 "We ondersteunen burgers met sociale toelagen.":
● Septembertoelagen voor cliënten van de sociale dienst en éénoudergezinnen: budgetrekening 0949 / 64910130;
● Toelagen voor ouderen: budgetrekening 0959 / 64910170;
● Toelagen aan kinderen met een handicap tot 18 jaar en personen met een handicap 18+: budgetrekening 0911 / 64910120;
● Diftar-toelagen voor éénoudergezinnen, cliënten van de sociale dienst en personen met doktersattest: budgetrekening 0909 / 64910010.
● Mantelzorgtoelage: budgetrekening 0959 / 64910200
BESLUIT: Aanpassing reglement sociale toelagen
eenparig aangenomen.
Artikel 1
De bedragen in het reglement Sociale Toelagen worden tweejaarlijks geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijzenindex (hieronder afgekort als CPI) en wel als volgt:
CPI november 2023 x tarief 2024
CPI november 2025
Op basis van deze formule wordt er geïndexeerd op 1 januari 2026 en vervolgens elke twee jaren op 1 januari.
De indexering op 1 januari 2028 zal gebeuren volgens deze formule:
CPI november 2025 x tarief 2026
CPI november 2027
Het indexeren kan nooit tot gevolg hebben dat de tarieven naar beneden worden bijgesteld.
De berekening van het geïndexeerde bedrag wordt wiskundig afgerond tot op een halve euro of een hele euro, waardoor de prijsstijging steeds in schijven van halve euro's gebeurt.
Artikel 2
Keurt het aangepaste reglement sociale toelagen vast, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit goed.
Artikel 3
Het aangepaste reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
● Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
● De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
● Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
● Het klimaatakkoord van Parijs van 12 december 2015 met betrekking tot het nemen van maatregelen ter bescherming van het klimaat en ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen;
● De ondertekening van het Burgemeestersconvenant 2020 en 2030, aangaande het engagement van lokale besturen om de klimaat- en energiedoelstellingen van de Europese Unie te behalen;
● Het Energie- en klimaatactieplan van de gemeente Hove, goedgekeurd op 25 oktober 2022;
● De ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP) 1.0, 2.0, 2.1 op respectievelijk 20 september 2021 (1.0) en 26 september 2023 (2.0 en 2.1)
● De herbevestiging van de engagementsverklaring omtrent de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's), aangaande het engagement om de SDG's te integreren in het gemeentelijk beleid;
● De Vlaamse Mijn VerbouwPremies die als doel hebben om woningen in Vlaanderen energie-efficiënter te maken en de Vlaamse energieuitstoot te reduceren.
Feiten en context
Met het ondertekenen van het Lokaal Energie en Klimaatpact (LEKP) en het Burgemeestersconvenant 2030 inclusief de opmaak van een Energie- en klimaatactieplan, heeft de gemeente Hove zich ertoe verbonden om haar CO2-uitstoot drastisch terug te dringen om de klimaatdoelstellingen te behalen. De komende jaren zullen hierin een kantelpunt vormen. Om deze doelstellingen te bereiken zullen ook de inwoners van Hove hun steentje moeten bijdragen door bijvoorbeeld hun woningen beter te isoleren of voor duurzame technologieën te kiezen. Om gerichter klimaatactie te ondernemen, een grotere impact te realiseren en de juiste doelgroepen te bereiken, stellen we een herziening van de gemeentelijke subsidies voor. Daarbij richten we ons vooral op inwoners die het écht nodig hebben en schrappen we een aantal subsidies die minder relevant zijn of minder impact hebben. Concreet betekent dit dat de subsidiereglementen voor groendaken, mulchmaaiers, hemelwaterinstallaties, zonneboilers, inbraakpreventie, bestrijding eikenprocessierups en zwaluwnesten vanaf 1 januari 2026 opgeheven zullen worden.
Om onze klimaatdoelstellingen en koolstofneutraliteit te behalen, moeten we een renovatiegraad van 3% per jaar aanhouden. Dit is een grote uitdaging, waarbij we de huishoudens extra zullen moeten ondersteunen. Uit bevraging blijkt ook dat de kost een grote drempel is voor gezinnen om te renoveren. Daarom voeren we een nieuwe subsidiereglement in rond duurzaam wonen, met premies voor dak-, vloer of buitenmuurisolatie, beglazing, en een warmtepomp en warmtepompboiler. Door met een toekenning van de premie op basis van inkomen te werken, naar het voorbeeld van de Vlaamse Mijn VerbouwPremie, bereiken we sneller de doelgroepen die deze financiële ondersteuning het hardst nodig hebben. Naast het behalen van klimaatdoelen, draagt een gemeentelijke renovatiepremie ook bij tot een betere gezondheid, minder leegstand en verloedering. Een gemeente die investeert in renovatie toont zorg voor haar inwoners en denkt aan toekomstbestendigheid.
Samenwerkingsovereenkomst Mijn VerbouwPremie
Een samenwerkingsovereenkomst met het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA), koppelt de gemeentelijke premie aan de Mijn VerbouwPremie. Dit houdt in dat wanneer Hovenaars een goedkeuring ontvangen voor de Mijn VerbouwPremie, hun gegevens automatisch aan de gemeente worden doorgegeven, zodat er een aanvullende gemeentelijke subsidie uitgekeerd kan worden. Voor de gemeente Hove heeft dit het voordeel dat het personeel geen prescreening meer moet uitvoeren. Wonen Vlaanderen heeft nl. al nagegaan en bevestigd dat de aanvrager op basis van inkomensklasse, type werken, etc. in aanmerking komt. Voor de burgers worden de premies toegankelijker en overzichtelijker, waarmee we ook kunnen beantwoorden aan de zorg van burgers die aangeven verloren te lopen in het Vlaamse subsidielandschap. De samenwerkingsovereenkomst met VEKA wordt zo snel mogelijk na het goedkeuren van het subsidiereglement duurzaam wonen afgesloten, en zal met terugwerkende kracht werken voor alle aanvragen voor de Mijn VerbouwPremie die vanaf 1 januari 2026 worden goedgekeurd. We willen de gegevensoverdracht van de goedgekeurde aanvragen voor de Mijn VerbouwPremie garanderen in afwachting van het afsluiten van de samenwerkingsovereenkomst met VEKA. Daarom zullen burgers met de ingang van dit subsidiereglement ook nog een individuele aanvraag bij de gemeente moeten indienen na goedkeuring van hun aanvraag voor de Mijn VerbouwPremie.
Dienstjaar | 2026 |
Volgnummer actie | AC000134 |
Actie korte omschrijving | We versterken onze ondersteuning aan burgers via de renovatiepremie. |
Code beleidsveld / Code ARK | 0350/66400100 |
Omschrijving | Investeringstoelage: energetische renovatiepremie |
Volgnummer (MJP) | MJP000396 |
Bedrag | €57.000,- incl. btw |
Kredietcontrole
Er is voldoende budget beschikbaar. |
BESLUIT: Vaststelling subsidiereglement renovatiepremies
eenparig aangenomen.
Artikel 1
Het gemeentebestuur verleent een premie voor het plaatsen of vervangen van dak- en zoldervloerisolatie, buitenmuurisolatie, gelijkvloers- of kelderisolatie, hoogrendementsbeglazing, en een warmtepomp(boiler), zoals gedefinieerd door de Mijn VerbouwPremie.
Artikel 2
De gemeentelijke premie is een aanvullende premie op de Mijn VerbouwPremie en wordt enkel toegekend aan aanvragers die ook een goedkeuring voor de Mijn VerbouwPremie hebben ontvangen voor één of meerdere van de renovatiewerken genoemd in Artikel 1.
Artikel 3
De premie wordt enkel toegekend aan aanvragers uit inkomenscategorie 3 of 4 zoals bepaald door de Mijn VerbouwPremie. Enkel aanvragers die eigenaar-bewoner zijn van een woning of hun woning verhuren aan een woonmaatschappij, komen in aanmerking voor de gemeentelijke premie. Eigenaar-bewoners die naast de woning waarvoor ze een premie aanvragen, nog een andere woning, appartement of bouwgrond volledig in volle eigendom hebben, komen niet in aanmerking voor de gemeentelijke premie. Indien ze hun andere woning verhuren aan een woonmaatschappij, vallen ze voor die woning in inkomenscategorie 4 en komen ze enkel voor die woning in aanmerking voor de Mijn VerbouwPremie.
Artikel 4
Indien het aantal aanvragen het totaal in de begroting voorziene bedrag overstijgt,zalhettoekennenvandepremies verdaagdwordentothetin begrotingswijziging aanvullen van de kredieten of tot het volgende dienstjaar.
Artikel 5
Het bedrag van de aanvullende gemeentelijke premie per aanvrager en per gebouw bedraagt 10% van de totale kostprijs van de factuur (inclusief BTW). De premies voor de verschillende type werken genoemd in Artikel 1 kunnen gecumuleerd worden.
● Voor dak- of zoldervloerisolatie en hoogrendementsbeglazing ligt het maximaal te ontvangen subsidiebedrag op €1.150.
● Voor buitenmuurisolatie bedraagt het maximaal te ontvangen subsidiebedrag €1.000.
● Voor gelijkvloers- of kelderisolatie is het maximale subsidiebedrag vastgelegd op €300.
● Voor het plaatsen van een warmtepomp(boiler) bedraagt het maximaal te ontvangen subsidiebedrag €350.
Artikel 6
De subsidie kan alleen toegekend worden voor vergunde gebouwen, zoals bedoeld in het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.
Artikel 7
De aanvraag wordt ingediend bij de milieudienst, tot uiterlijk 12 maanden na de goedkeuring van de aanvraag voor de Mijn VerbouwPremie door de Vlaamse overheid.
Artikel 8
Bij de aanvraag dient de goedkeuring van de Mijn VerbouwPremie door de Vlaamse overheid voor één of meerdere van de renovatiewerken genoemd in Artikel 1, bijgevoegd te worden.
Artikel 9
Wanneer de uitvoering onvolledig of gebrekkig uitgevoerd is, kan de premie bij beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen verminderd, uitgesteld of geweigerd worden. Er wordt geen hogere premieuitgekeerddanbijtoekenningvoorzien.Indien blijkt dat de bepalingen van dit reglement of eventueel de stedenbouwkundige vergunning niet werden nageleefd, wordt de subsidie niet uitbetaald of, indien dit reeds gebeurd zou zijn, teruggevorderd.
Artikel 10
HetCollegevanBurgemeesteren Schepenenisbelastmetdeuitvoering van dit reglement.
Artikel 11
Het subsidiereglement voor renovatiepremies zal ingaan op 1 januari 2026.
Artikel 12
De gemeenteraad beslist om volgende subsidiereglementen met ingang van 01/01/2026 op te heffen:
* het subsidiereglement van 28/11/2011 m.b.t. groendaken
* het subsidiereglement van 26/05/2008 m.b.t. mulchmaaiers
* het subsidiereglement van 20/12/2010 m.b.t. hemelwaterinstallaties
* het subsidiereglement van 21/12/2009 m.b.t. zonneboilers
* het subsidiereglement van 30/05/2011 m.b.t. inbraakpreventie
* het subsidiereglement van 21/12/2009 m.b.t. bestrijding eikenprocessierups
* het subsidiereglement van 31/03/2008 m.b.t. zwaluwnesten
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Art. 40 § 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente
Het reglement van de vaststelling jubileumtoelage voor alle Hovese verenigingen van het lokaal bestuur Hove dat goedgekeurd werd op de gemeenteraad van 2 juni 2014.
Feiten en context
Hovese verenigingen die in een jubileumjaar zitten kunnen een jubileumtoelage aanvragen.
Argumentatie
Wijzigingen reglement
Vorige versie | Nieuwe versie |
Toelage voor 10, 20, 25, 40, 50, 60, 75 ,90, 100 en +100 jarig bestaan | Toelage voor 10, 25, 50, 75, 100 en +100 jarig bestaan |
Geen voorwaarde om toelage te ontvangen | Organiseren van een publiek toegankelijk evenement ter ere van hun jubileum als voorwaarde |
De subsidie is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000126 “We verstrekken subsidies en materialen aan burgers en lokale verengingen die evenementen organiseren die de sociale cohesie bevorderen”, budgetrekening 0709 / 64930000.
BESLUIT: Vaststelling subsidiereglement voor jubileumtoelage
eenparig aangenomen.
Artikel 1
Keurt het reglement jubileumtoelage, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit voor Hovese verenigingen goed waarin de nieuwe voorwaarden voor de jubileumtoelage worden bepaald.
Artikel 2
Het nieuwe reglement rond de jubileumtoelage voor Hovese verenigingen treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Het reglement vaststelling jubileumtoelage voor alle Hovese verenigingen van het lokaal bestuur Hove goedgekeurd door de gemeenteraad van 2 juni 2014 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Art. 40 § 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente
Het subsidiereglement voor ondersteuning van buurtactiviteiten en wijkfeesten van het lokaal bestuur Hove dat goedgekeurd werd op de gemeenteraad van 23 november 2015.
Feiten en context
Het huidige reglement rond ondersteuning van buurtactiviteiten en wijkfeesten in Hove is sinds 2016 ongewijzigd. Het bestuur wil komende legislatuur inzetten op een betere ondersteuning van buurtevenementen.
Argumentatie
Wijzigingen reglement
Vorige versie | Nieuwe versie |
Aanvraag subsidie minstens 4 weken voor de datum van het buurtfeest | Aanvraag subsidie minstens 1 week voor de datum van het buurtfeest |
Minimum 10 deelnemende gezinnen | Minimum 5 deelnemende gezinnen |
Geen specificatie van locatie | Het straatfeest moet plaatsvinden in de straat of oprit/tuin van een inwoner. Wijkfeest moet plaatsvinden in de buurt zelf op publiek domein |
Maximum subsidiebedrag is 125 euro | Subsidiebedrag voor straatfeesten is 150 euro, voor wijkfeesten 500 euro |
Verantwoording via uitnodiging met vermelding steun van lokaal bestuur Hove + logo, sfeerfoto en overzicht uitgaven met kastickets | Verantwoording via uitnodiging met vermelding steun van lokaal bestuur Hove + logo, 3 sfeerfoto's en aantal aanwezige gezinnen |
De subsidie is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie AC000127 “We ondersteunen en stimuleren inwoners bij buurtevenementen zoals straatfeesten, barbecues of een gezond ontbijt”, budgetrekening 0719 / 64930000.
BESLUIT: Vaststelling subsidiereglement straat- en wijkfeesten
eenparig aangenomen.
Artikel 1
Keurt het subsidiereglement voor straat en wijkfeesten, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, goed waarin de nieuwe voorwaarden voor de subsidie worden bepaald.
Artikel 2
Het nieuwe subsidiereglement rond straat en wijkfeesten treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Het reglement voor ondersteuning van buurtactiviteiten en wijkfeesten van het lokaal bestuur Hove goedgekeurd door de gemeenteraad van 23 november 2015 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41.
Feiten en context
Het lokaal bestuur ontving op 22 oktober 2025 een brief van het Autonoom Gemeentebedrijf (AGB) Kontich over het gebruik van het gemeentelijk zwembad in Kontich. Het AGB zegt daarin dat gezien de hoge exploitatiekost van het zwembad en de toenemende schaarste van zwemwater, het noodzakelijk dat ook de lokale besturen waarvan de scholen gebruikmaken van het zwembad financieel bijdragen.
Argumentatie
Voor Hove gaat het over de leerlingen van 't Groen Schooltje die gebruik maken van het zwembad in Kontich.
Het zwemwater is ook in onze regio erg schaars en het is belangrijk dat de kinderen die school lopen in een school in Hove de mogelijkheid blijven hebben om te (leren) zwemmen.
De bijdrage van ons bestuur in de exploitatie van het zwembad bedraagt jaarlijks 7.005,90 euro (btw inbegrepen), jaarlijks te indexeren.
Het nodige budget zal worden voorzien in het nieuwe meerjarenplan.
BESLUIT: Goedkeuring overeenkomst zwembad Kontich
eenparig aangenomen.
Artikel 1
De overeenkomst over het gebruik en de exploitatie van het gemeentelijk zwembad in Kontich voor schoolzwemmen, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Deze overeenkomst gaat in op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2031.
Zitting van 16 december 2025
Juridische achtergrond
Artikel 41 20° van het Decreet lokaal bestuur van 1 januari 2019 waarin wordt gesteld dat de gemeenteraad bevoegd is voor het aanstellen van de gemeentelijke vertegenwoordigers in de algemene vergadering van een extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm.
Artikel 246 § 2 van het Decreet lokaal bestuur van 1 januari 2019 waarin wordt gesteld dat de vertegenwoordigers van de gemeente in de algemene vergadering van de gemeentelijke vereniging handelen overeenkomstig de instructies van de gemeenteraad.
De gemeenteraadsbeslissing van 15 december 2014 waarin de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Hove en het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm, Jeugdontmoetingscentrum Hove vzw werd goedgekeurd.
Artikel 17 § 2 van de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Hove en het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm, Jeugdontmoetingscentrum Hove vzw, waarin wordt gesteld dat voor elk werkjaar het budget van de vereniging moet worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Feiten en context
De algemene vergadering van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijk vorm, Jeugdontmoetingscentrum Hove vzw, hierna genoemd JOC Hove vzw, zal plaatsvinden op woensdag 17 december 2025 om 20 uur zoals vastgelegd door het bestuur in zitting van 19 november 2025.
De agenda van de algemene vergadering van woensdag 17 december 2025 werd vastgelegd door het bestuur van JOC Hove vzw in de zitting van 19 november 2025 welke volgende agendapunten bevat:
● Budget 2026 - goedkeuring;
Het budget 2026 van JOC Hove vzw zoals vastgesteld door het bestuur in de zitting van 19 november 2025.
Gedetailleerde opgave van de geraamde uitgaven, ontvangsten en investeringen worden toegevoegd als bijlage